Tot de dag voor de verkiezingen vertrouwde Marco Pastors er op dat zijn partij EénNL enkele zetels zou halen. Het werden er nul. Het verlies kwam hard aan, maar was ook een opluchting. Eindelijk mag Pastors van zichzelf de erfenis van Pim Fortuyn loslaten en zijn eigen leven gaan leiden.
Op straat wordt Marco Pastors (41) nog steeds herkend en aangeklampt door wildvreemde mensen. Ze vinden het erg voor hem dat hij verloren heeft, leven met hem mee. De steun doet hem goed, maar maakt het verlies niet minder zwaar. „Ze zeggen vaak: ’ik heb op je gestemd, hoor.’ Dat klopt natuurlijk niet, want met zoveel aanhang zou ik nu wel in de Tweede Kamer zitten.”
Zes weken na de verkiezingen, toen zijn EénNL op slechts 62.829 stemmen bleef steken (2.762 stemmen te weinig voor een zetel), blikt Pastors terug op de mislukte aanval op de Tweede Kamer. „Verliezen is leerzaam”, zegt hij. „Maar het was wel een rottijd. Dit maak ik liever niet nog een keer mee.”
Net terug van sportschool en sauna zit hij ontspannen in een van de chesterfields in zijn Rotterdamse studeerkamer te praten. Tot in de puntjes gekleed, het gezicht een gesloten façade. Op tafel liggen sigaretten, maar die worden het eerste uur niet aangeraakt. In de boekenkast staan Dan Brown en de conservatieve Britse psychiater Theodore Dalrymple gebroederlijk bij elkaar. Zijn eigen boek, ’Tot uw dienst’, dat hij vlak voor de verkiezingen schreef, staat prominent opgesteld. Onderin de kast een boek met interviews van journalist Frenk van der Linden: ’Laten we eerlijk zijn’. Pastors lijkt er van geleerd te hebben. Hij houdt weliswaar zijn gevoelens voor zich, maar zijn analyse van het gebeurde is wel eerlijk.
Het verlies kwam voor hem tamelijk onverwacht. Pastors: „Tot de dag van de verkiezingen was ik ervan overtuigd dat we twee, drie, vier, vijf zetels zouden halen. Dat moet je ook denken, anders is het lastig campagne voeren. Pas op de dag van de verkiezingen, toen het werk erop zat, schoot het opeens door me heen: het zal toch niet gebeuren dat we geen zetels halen? Toen was er niets meer aan te doen.”
’s Avonds wachtte de aanhang van EénNL op de uitslag in café Prachtig onder de Rotterdamse Erasmusbrug, een mooi plekje met uitzicht over de Maas. Pastors: „Volgens de eerste prognose zouden we één zetel halen. Toen dacht ik wel: laten het er alsjeblieft nul of twee worden, want voor één zetel hebben we dit allemaal niet gedaan. Nou ja, toen werd het nul zetels.”
„Nee, ik voelde geen frustratie, zoals je zou verwachten. Er viel juist een last van mijn schouders. Ik had gedaan wat ik moest doen. Het was achter de rug en ik kon weer mijn eigen leven gaan leiden.”
„Ik ben de afgelopen jaren bezig geweest met de erfenis van Pim Fortuyn. Dat heb ik met volle overtuiging gedaan, maar het was wel zijn erfenis en niet de mijne.”
Die erfenis – een harde aanpak van de regentencultuur, het aan de kaak stellen van de ’achterlijke islam’ en het hoge aantal vreemdelingen – heeft Pastors verdedigd. Pastors gelooft dat hij na de dood van Fortuyn geen keus had. „Toen Pim was vermoord, riep het halve land: wat moeten we nu doen? Ik zat bij zijn begrafenis in de derde volgauto met Wim van Sluis, ook LPF-lid en later wethouder, en wij realiseerden ons: wij weten wat we nu moeten doen. Wij moeten laten zien dat Pim gelijk had. Dat hebben we de afgelopen vijf jaar gedaan, dat heeft me helemaal in beslag genomen. Tijd voor rouwen om Pim is er nog niet geweest. Alleen tijdens vakanties of als er beelden van hem op televisie zijn, komen de emoties. Dat is nog niet over. Maar ik heb niet alleen geleden de afgelopen vijf jaar, ik heb er ook enorm van genoten.”
Zeker in de Rotterdamse politiek heeft Pastors, ondanks zijn harde uitspraken over moslims, ook krediet gekregen. CDA-wethouder Leonard Geluk noemde hem de beste naoorlogse wethouder volkshuisvesting van Rotterdam. Leefbaar Rotterdam, de partij waarvan Pastors voorman was, had van 2002 tot 2006 met zeventien gemeenteraadszetels een sterke invloed op de Rotterdamse politiek. Het college van CDA, VVD en Leefbaar Rotterdam koos voor duidelijke taal en concrete doelstellingen, voor islamdebatten en aanpak van verloederde buurten.
Tot zijn eigen verbazing had Pastors als wethouder fysieke infrastructuur plezier in het politieke handwerk. „Ik bleef vroeger op de achtergrond. Ik was altijd de adviseur. Mensen om me heen zeiden vaak: ’Loop er nou niet voor weg, neem ook eens de verantwoordelijkheid.’ Het besturen, wethouder zijn, ging me heel goed af. Ik ben goed in analyseren. Ik vond het tot mijn verrassing leuk. Knopen doorhakken en verantwoordelijkheid dragen viel eigenlijk reuze mee. Dat ik daarna lijsttrekker werd in Rotterdam, was omdat ik dat het beste kon, niet omdat ik er zin in had.”
Maar lijsttrekker zijn is een vak apart. En zeker op landelijk niveau kwam Pastors erachter dat dat werk hem niet ligt. „Je moet er plezier in hebben om elke dag in de schijnwerpers te staan. Op tv is dat nog wel leuk, maar dag in dag uit door het land trekken en overal veel van jezelf en je boodschap laten zien, is niets voor mij. Ik moest dit doen voor Pim. Het is ook goed geweest voor me, ik heb er veel van geleerd. Maar ik ben geen geboren lijsttrekker.”
Dat klinkt vreemd uit de mond van een politicus die – zo leek het – toch juist de publiciteit zocht, vooral met harde uitspraken. Zoals dat criminele moslims hun gedrag met de islam legitimeren, een uitspraak waardoor hij in november 2005 als wethouder het veld moest ruimen.
„Dat was geen poging om te scoren of aandacht te krijgen”, zegt hij nu. „Het was belangrijk om dit onderwerp op de agenda te krijgen. Je kunt niet altijd aan de veilige kant blijven. Dan krijg je dat grijze-muizengedoe van de andere politieke partijen. Dat wilden wij niet. Bij de verkiezingscampagne probeerde ik ook zoveel mogelijk bij mezelf te blijven. Ik heb de neiging de waarheid te zeggen. Dan zeg ik bijvoorbeeld in Friesland dat ik die Zuiderzeelijn voorlopig geen goed idee vind. Daar win je waarschijnlijk niet veel Friese stemmen mee.”
Door het verlies van EénNL is Pastors meteen van de schijnwerpers verlost. De afgelopen weken gingen in rust voorbij. „Ik heb veel nagedacht en gepraat over de vraag hoe dit is gekomen. Ik ben ook veel in de sportschool geweest en had de tijd voor Sinterklaas- en kerstcadeautjes. En ik zit nog wel in de Rotterdamse gemeenteraad natuurlijk. Ik beschouw dit als een periode waarin ik kan kijken hoe mijn leven verder gaat.”
Natuurlijk heeft hij gedachten gewijd aan de vraag waarom EénNL zo veel minder aantrekkingskracht op de kiezer had dan collega Geert Wilders en zijn Partij voor de Vrijheid. „Het duidelijke, stevige, ongenuanceerde verhaal van Wilders is goed aangeslagen. Een deel van de 26 zetels die Pims LPF eerst had, is daar naartoe gegaan. Dat zijn de mensen die van het stevige verhaal – het tsunami-verhaal – houden. Ons verhaal was stevig, maar genuanceerd. Die boodschap was te ingewikkeld om over te dragen. En er was te veel concurrentie van CDA en VVD. Het heeft ook met mijn persoonlijkheid te maken. Ik kom redelijk genuanceerd en verstandig over. En ik heb een innerlijke rust: als het vandaag niet kan, doe ik het morgen wel. Ik heb er te veel op vertrouwd dat dat goed over zou komen. Ik denk dat kiezers bij mij de drive van een lijsttrekker misten. Ik was iets te relaxed.”
Genuanceerd? Nog vers in het geheugen ligt het radiospotje van EenNL, twee weken voor de verkiezingen. Daarin werd de manier waarop de gevestigde orde nu wegkijkt bij de islamisering van Nederland vergeleken met de manier waarop het opkomende nazisme in de jaren dertig werd genegeerd. Was dat een wanhoopspoging met het zicht op de peilingen?
„Nee, wanhoopspoging is het verkeerde woord. We zagen dat onze aanpak onvoldoende aansloeg. We wilden ervoor knokken. Het spotje paste niet in de stijl van EénNL, maar wel in de politieke cultuur die we nastreven: gewoon stevig je punt neerzetten. Het was jammer dat het rumoer om het spotje het won van de boodschap, want het gaat langzaam de verkeerde kant op. En dat willen te weinig mensen inzien.”
EénNL leidt nu een slapend bestaan. Opheffen zou een ’dramatisch gebaar zonder betekenis’ zijn. Voor Pastors is de politiek, afgezien van de Rotterdamse gemeenteraad, nu even verleden tijd. Het wordt tijd voor een baan waarin hij weer eens ’echt de diepte in kan duiken’. Hij hoopt zich in te kunnen blijven zetten voor de publieke zaak. „Ik vind het belangrijk dat mijn werk zinvol is, voor mezelf én voor de maatschappij. Ik heb in Rotterdam bewezen dat ik goed kan besturen. Het zou mooi zijn als ik bij de overheid of bij een sector als de gezondheidszorg, het vastgoed of de volkshuisvesting aan de slag zou kunnen. Het zou namelijk zoveel beter kunnen dan het nu gaat, met concrete doelen. Dat heb ik voor ik wethouder werd ook al laten zien. Maar dan moeten de linkse, politiek-correcte ambtenaren die voor een groot deel de overheid bevolken, wel de grootheid hebben om mij aan te nemen of in te huren.”
Pastors schrijft de politiek niet helemaal af. „We wachten af of er in de toekomst ruimte is voor een partij als EénNL. Ik zou graag mee willen helpen als iemand anders de kar trekt.” Maar bij de politieke partijen die nu de Tweede Kamer bevolken, voelt hij zich niet thuis. „De VVD is gewoon te behoudend. Dat is een links-liberale partij voor mensen die het zelf goed hebben en hun handen niet vuil willen maken. Rita Verdonk wilde Joost Eerdmans en mij in de VVD hebben om de boel van binnenuit te veranderen. Maar ik geloof daar niet in.
„Geert Wilders zit qua opvattingen in dezelfde richting als ik. Maar zijn niet-relativerende aanpak, dat ’gaan-voor-de-bühne’, trekt me niet. Bovendien bevallen zijn koloniale omgangsvormen mij niet. Hij geeft erg weinig ruimte aan anderen. Dat staat de samenwerking in de weg.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.