Grote stuwdammen hebben een ’groen’ imago. Maar ze vernietigen de natuur, en stoten ook nog veel broeikasgassen uit.
De steeds verder opgehoogde Sardar Sarovarstuwdam in het midden van India is een van de meest omstreden megaprojecten in India (De Verdieping, 17 januari). Enige jaren geleden verbleef ik daar, in de vallei van de Narmada rivier, bij lokale bevolkingsgroepen die zich verzetten tegen de stuwdam. De adivasis, de oorspronkelijke bewoners, zijn wanhopig. In hun door Gandhi geïnspireerde strijd proberen sommigen zich zelfs te verdrinken wanneer hun dorpen onder water komen te staan. Liever dat, dan gedwongen verhuizen. Zij mogen vertrekken naar tinnen huisjes op land dat niemand anders wil, de enige beschikbare grond in het dichtbevolkte India.
Een ander dramatisch voorbeeld is het lot van de Chakma in Bangladesh. Na de bouw van de Kaptai-dam vluchtten 40.000 mensen van deze etnische minderheid naar India, waar ze geen legale status kregen. Gewelddadige conflicten over land kostten 10.000 levens.
Grote dammen hebben geen zuiver blazoen. De onafhankelijke Wereld Commissie voor Dammen (WCD) – bestaande uit experts, tegenstanders én industrie – schatte zes jaar geleden dat wereldwijd 40 tot 80 miljoen mensen door stuwdammen zijn ontheemd. Een recenter rapport van de Universiteit van Yale schat dat in India alleen al 21 tot 40 miljoen mensen gedwongen moesten verhuizen. Het merendeel van de dammen is niet gebouwd voor stroomopwekking, maar voor irrigatie. Helaas: het geïrrigeerde landbouwareaal nam toe met slechts één procent.
Meer dan de helft van de dammen is, zo stelt de Wereldbank, niet rendabel. Aanzienlijke kostenoverschrijdingen zijn meer regel dan uitzondering en hebben fors bijgedragen aan de staatsschuld van sommige ontwikkelingslanden, vooral in Zuid-Amerika.
Ook de ecologische consequenties van grote dammen zijn bar. Dier- en plantensoorten, land- en waterecosystemen verdwenen. Dit heeft ook grote economische gevolgen. In het westen van de VS is sinds 1996 de Colombia rivier ingedamd. Sindsdien moet de Amerikaanse regering elk jaar 435 miljoen dollar uitgeven aan maatregelen om de lokale visserij in stand te houden. Desondanks is een groot deel van de wilde zalmsoorten uitgestorven.
Nog altijd kunnen stuwdammen op sympathie rekenen: ze zouden immers schone energie leveren? Toch is ook dat niet meer evident. Stuwdammen blijken ware verspreiders van broeikasgassen te zijn.
Dat werkt zo: wanneer een reservoir volstroomt, gaat de oorspronkelijke vegetatie rotten. De methaan die ontstaat, ontsnapt wanneer het water door de turbines onder druk naar buiten stroomt. Door het wisselende waterpeil in zomer en winter groeit er weer verse vegetatie. Vooral in de tropen werkt een reservoir als een grote motor die koolstof omzet in methaan, een broeikasgas 21 keer zo sterk als CO2. Voorheen werd de emissie van dit gas bij dammen niet in de rekenmodellen meegenomen. Volgens het gezaghebbende Braziliaanse Institute for Research in the Amazon stoten grote stuwdammen – dankzij die methaanmotor – per megawatt 3 tot 54 keer meer broeikasgassen uit dan gascentrales.
Ook indirect dragen stuwdammen bij aan de klimaatverandering. Brazilië wil nieuwe megadammen aanleggen om elektriciteit te leveren aan de aluminiumindustrie. Die sector is een grote boosdoener op klimaatgebied, vanwege de uitstoot bij elektrolyse van bauxiet. IJsland, dat binnen Kyoto veel ruimte heeft voor extra emissies, bouwt de 190 meter hoge Karahnjukar-dam, enkel om een aluminium-hoogoven van energie te voorzien. Deze stuwdam wordt de eerste in een reeks dammen die, wanneer voltooid, het grootste natuurgebied van Europa onder water zullen zetten.
Net als Sardar Sarovar in India is Karahnjukar fel bestreden door activisten. In beide landen heten de stuwdammen ’een noodzakelijke stap in de vaart der volkeren’. Gezien de gevolgen voor het klimaat is het in ieders belang om duidelijk te maken dat niet de argumenten van de tegenstanders ’achterhaald’ zijn. Wel de dammen zelf.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.