Marokkaanse imams wijken uit naar buurlanden. Er dreigt een groot tekort. Surinaamse en Turkse moslims kennen die problemen niet.
Op een totaal van 150 Marokkaanse moskeeën zijn er tussen de 25 en 30 vacatures voor imams, aldus de vicevoorzitter van de overkoepelende organisatie Ummon, Driss Boujoufi.
Volgens hem vertrekken steeds meer imams naar buurlanden van Nederland.
De problemen zijn deels het gevolg van aangescherpt vreemdelingenbeleid en deels van de organisatiestructuur van Marokkaanse moslims.
Marokkaanse moskeeën zijn erg onafhankelijk, koepelorganisaties spelen een minder belangrijke rol dan bij de Turkse en Surinaamse moslims.
Dat maakt een Marokkaanse imam sterk afhankelijk van de plaatselijke moskeevereniging. Door het verscherpte vreemdelingenbeleid is die afhankelijkheid toegenomen, omdat de imam bij een conflict met zijn moskee ook meteen zijn verblijfsvereniging dreigt te verliezen. Vroeger kreeg de imam na vijf jaar een permanente verblijfsvergunning maar die regeling is afgeschaft.
Daardoor moet een imam elk jaar opnieuw een verblijfsvergunning aanvragen en blijft de afhankelijkheid van de moskeevereniging in stand.
Imams vinden dat onprettig en wijken daarom uit naar buurlanden met een soepeler beleid.
Boujoufi: „Je kunt het vergelijken met een huwelijk, waarbij de buitenlandse partner afhankelijk is van de Nederlandse partner voor de verblijfsvergunning. Maar bij een huwelijk duurt die periode maar drie jaar, bij een imam blijft het zo.”
Volgens Boujoufi snijdt het mes aan twee kanten: „Door de zwaardere toelatings- en inburgeringseisen is het al moeilijk om imams te krijgen. En je raakt ze nu ook snel weer kwijt.”
Bij Surinamers spelen deze problemen niet. Nasr Joeman van de World islamic Mission (WIM): „Wij hebben al sinds 20 jaar een eigen imamopleiding. Daar zijn we nu heel blij mee. We doen zelfs actief mee met de imamopleiding van de hogeschool InHolland.”
Turkse moslims hebben sterke koepelorganisaties, die bij een conflict tussen een imam en zijn moskeevereniging kunnen bemiddelen.
Yusuf Altuntas van Milli Görüs: „We kunnen zonodig iemand overplaatsen. We rouleren toch al vaak, ongeveer eenmaal in de twee jaar. Dat houdt de mensen fris.”
Altuntas benadrukt dat bij bemiddeling de oplossing van het probleem vooropstaat, niet de redding van een verblijfsvergunning.
De Vereniging van imams in Nederland (VIN) wil de kwestie bespreken met minister van integratiezaken Verdonk.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.