Je kunt op je klompen aanvoelen dat vrouwen een complex krijgen van het huidige schoonheidsideaal.
Sunny Bergman is een slachtofferfeministe. Een zeurpiet. Een huilebalk. Dat is de strekking van de kritiek die in de afgelopen maanden over de maakster van de documentairereeks ’Beperkt Houdbaar’ werd uitgestort.
In deel 1 kaartte Bergman de negatieve effecten van het huidige schoonheidsideaal aan: vrouwen zouden er complexen, depressies en eetstoornissen van krijgen. In het tweede deel legde ze vast hoe ze naar houvast voor haar stellingname zocht in onder meer de wetenschap en de politiek – zonder veel succes. Dat laatste was volgens een criticus te danken aan het feit dat het om slachtofferfeminisme ging. In Trouw viel kort geleden te lezen dat dat nu eenmaal ’een doodlopende weg’ was.
Met slachtofferfeminisme hebben de mislukte acties van Bergman echter niets te maken. Zij liep tegen obstakels aan die iedereen die formeel zijn gelijk tracht te halen op zijn pad vindt. Die zijn niet exclusief toebedeeld aan slachtoffers, feministen of de onprettige combinatie daarvan. Met deze hindernissen heb je altijd te maken als je voor een controversieel standpunt steun in de wetenschap of de politiek zoekt.
Bergman wilde eerst harde bewijzen vergaren voor haar standpunt, want daar zou natuurlijk naar gevraagd gaan worden. Ze liet wetenschappers in haar documentaire aan het woord, onder wie een psychiater over een onderzoek uit Scandinavië naar het hoge percentage zelfdoding onder patiënten van schoonheidsklinieken. Ook zette ze berichten op haar site over studies die de negatieve effecten van het huidige schoonheidsideaal moesten aantonen.
Maar dat is bij lange na niet genoeg. Voor elk onderzoek is er wel weer een ander dat eveneens het predicaat ’wetenschappelijk’ verdient en waarin twijfels worden opgeroepen over de eerder gedane bevindingen. Wie iets hard en direct wil aantonen in de wetenschap kan tientallen jaren bezig zijn, zelfs als het om zaken gaat waarvan je ’weet’ dat ze kloppen. Al Gore kan erover meepraten. Het verband tussen menselijk handelen en het opwarmen van de aarde wordt zelfs nu nog niet door alle wetenschappers onderschreven. Het verband tussen roken en longkanker is relatief recent wetenschappelijk bewezen, terwijl we in de jaren tachtig al op onze klompen aanvoelden dat dat er was. Het verband tussen hiv-virus en aids: van hetzelfde laken een pak.
Deze kwesties zijn zelfs nog redelijk kwantificeerbaar en dus geschikt materiaal voor wetenschappelijk onderzoek, in tegenstelling tot het verband tussen iets vaags als ’een schoonheidsideaal’ en bijvoorbeeld een eetstoornis waar Bergman bewijs voor zocht. In de wetenschap lijdt men aan een andere stoornis: een ongezonde fixatie op het kwantificeerbare en het causale. Dus zie zo’n vaag verband maar eens hard te maken. Die hindernis is niet te nemen. Dat lukte Bergman dus niet.
Bergman begaf zich eveneens op politiek terrein, zonder dat harde wetenschappelijke bewijs op zak. Ze zocht Kamerleden op met ideeën voor wetsvoorstellen. In de politiek doemt weer een ander obstakel op: retorisch behendige politici die het eigenlijk allemaal maar niks vinden. Zij kunnen empathisch en welwillend overkomen op camera, maar zich ondertussen ergens handig onderuit praten.
Dat gebeurde bij Bergman. Ze stelde voor om patiënten voor een grote chirurgische ingreep een psychische screening te laten ondergaan. Wat de behendige politicus dan doet, is zo’n idee nog eens samenvatten, maar dan overdreven en ridicuul, zodat het ineens belachelijk lijkt. Dus zei Jeroen Dijsselbloem van de PvdA: „Als de oplossing is: we gaan mensen allemaal naar de psychiater sturen”, dan... De rest van de zin laat zich raden: dat vond hij geen goed idee.
Vervolgens verlegt de behendige politicus het gesprek naar waar zijn gespreksgenoot zwak staat: het gebrek aan wetenschappelijk bewijs. „Je ziet dat het politieke draagvlak voor dat soort maatregelen pas groot wordt, als het echt hard direct bewezen wordt dat er een verband is tussen de gouden bikini van Hunkemöller en het zelfbeeld van vrouwen.” En daar sta je met je mond vol tanden. Want dat echt harde directe bewijs had Bergman niet op zak. En dat weet Dijsselbloem dondersgoed.
Kortom, sommige standpunten blijven in het wetenschappelijke en het politieke domein gewoon niet overeind, omdat je te maken krijgt met obstakels waardoor je ineens veel minder sterk kan komen te staan. Al ben je nog zo strijdvaardig en al heb je nog zo gelijk. Bergmans poging om het alsnog te proberen in deze domeinen is dus niet gestrand omdat dat een uitdrukking zou zijn van slachtofferfeminisme, zoals wordt beweerd. Daar had het volstrekt niets mee van doen. Haar poging was een uitdrukking van weinig inzicht – en van veel moed.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.