U ziet een beer tijdens een röntgenopname. Ik leg u uit hoe dat komt.
Sinds een paar jaar houden studenten geneeskunde in ziekenhuizen een teddyberenspreekuur voor de jongste kinderen van de basisschool. Ze hopen daarmee de angst die kinderen soms voor ziekenhuizen hebben te verminderen.
Ik had zin in een lief stukje, dus ging ik deze week naar het Wilhelmina Kinderziekenhuis in Utrecht. Ik ging ook om mijn eigen angst voor ziekenhuizen te verminderen, want ziekenhuisangst kan nog op hoge leeftijd doorwerken.
Maar bang was ik na afloop nog steeds.
De kinderen werden goed begeleid, daar niet van. Ze kregen een papieren hoofdbandage om met daarop hun naam en het Rode Kruis en werden een voor een met hun knuffels opgehaald door in witte jassen gehulde artsen. In een groot lokaal werden de dieren gewogen, gemeten en onderzocht op klachten en allergieën. Ze waren natuurlijk geen van allen helemaal gezond en in een rondslingerende studentenhandleiding las ik wat ze allemaal kon schelen. Naast de gebruikelijke hoofdpijnen en gebroken poten zag ik op de lijst ’doorgeslikte hamer’ staan en ’oog eraf gescheurd’ en ook ’pijnlijke slurf’ – met daarachter tussen haakjes: ’olifantje’.
Na het invullen van de medische status gingen de kinderen met arts en knuffel naar de behandelruimte: hier werden röntgenfoto's gemaakt door de dieren te fotokopiëren, werden gebroken poten gegipst en wondjes bepleisterd en verbonden. Een apotheek was er ook, met zalfjes, sprays en druppels. In een ernstiger geval moest er geopereerd worden in de OK, waar beer een mondkapje opkreeg en hem onder steriele lakens een oor werd aangenaaid.
U ziet: allemaal heel leuk en er werd veel gehurkt en door begeleidende juffen vertederd gelachen. De meeste kinderen, zo is mijn indruk, ondergingen de hele procedure met ernst, en enigszins geïntimideerd. En ook de verslaggever kon zich er niet van vrij maken.
Benauwd vroeg hij in de behandelkamer of er ook spuiten werden gezet en of het mortuarium ook op het programma stond. „Neehee, de beren gaan niet dood”, zei een studente.
Maar toch. De angst voor het ziekenhuis is de angst voor de pijn. En tegenwoordig de angst voor de misser. Dat jouw medische status verwisseld wordt met die van een ander. Tot mijn afgrijzen zag ik een hele berg knuffels in een afvalbak.
De studentenhandleiding instrueerde om naalden uit spuiten te verwijderen en messen uit de snijset. Getroffen werd ik door de instructie bij ’beer met kanker’. Daar stond tussen haakjes achter: ’Kankerberen mag je nooit ’zomaar’ genezen! Behandel in dat geval de buikpijn’.
Ik dacht aan de afdelingen boven ons, met lieve namen als giraf, dolfijn en kikker.
En tere kinderhuid doorboord en doorsneden.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.