*

 

Leven ouderen en jongeren echt compleet langs elkaar heen?

Willem Breedveld − 03/02/07, 00:00

Als babyboomer heb ik enig benul van wat wel genoemd wordt het generatieconflict. Daarmee doel ik niet zozeer op de revolte van de jaren zestig toen jongeren massaal in opstand kwamen tegen de gevestigde orde, het klootjesvolk. In mijn geval draait het meer om het bewustzijn van twee soorten mensen: die van voor de oorlog en die van na de oorlog en hun vaak totaal verschillende kijk op en waardering van dingen en gebeurtenissen.

Dat verschil is lang voelbaar gebleven in de Nederlandse samenleving. Ik durf te stellen dat er pas een eind aan gekomen is met de revolte van Pim Fortuyn (zelf ook een babyboomer trouwens). Sinds die tijd werd er een onderscheid gemaakt tussen oude en nieuwe politiek. En inderdaad, er trad een nieuwe generatie politici aan, die radicaal brak met de mensen van voor de oorlog die altijd de dienst uitmaakten, de Kokken, Lubbersen en Bolkesteins. Maar ironisch genoeg ook met de babyboomers. De 21ste eeuw is voor de Bossen en de Balkenendes, die niets te maken willen hebben met de oude politiek. Bert de Vries en vele anderen kunnen erover meepraten.

Voorbij dus. Hoewel? Tot mijn verbazing gaapt er alweer een nieuwe generatiekloof. 65-plussers, las ik in de krant, hebben (afgezien van kinderen en kleinkinderen) nauwelijks contact met jongeren. Daardoor raken zij vervreemd van de maatschappij, die zij als het domein van jongere mensen beschouwen. Aldus blijkt uit een studie van de Nijmeegse psychogerontologen Karen van Kordelaar en Gerben Westerhof.

65-plussers hebben het gevoel dat er een onoverbrugbare kloof gaapt tussen hen en de jongeren. Ouderen trekken zich daarom terug in hun eigen wereld, al mopperend dat het vroeger allemaal beter was.

Het gevoel is wederzijds. Zo las ik in Trouw dat jongeren uit een vmbo- eindexamenklas een indrukwekkend portret hadden gemaakt van elf joodse gezinnen uit de Oranje-straat in Assen, die in de oorlog waren afgevoerd en vermoord. Om het portret te maken hadden de jongeren zich uitstekend op de hoogte gesteld bij het Herinneringscentrum van kamp Westerbork en op internet. Edoch, het kwam niet in hun hoofd op om te gaan praten met mensen die de slachtoffers nog gekend hebben. Zoals één van hen zei: ,,Het zijn toch wildvreemden. Straks zeg je iets verkeerds’’.

Kortom, wel op internet kennis nemen van elkaar, maar niet in levenden lijve. En met die 65-plussers is het al precies zo. Want, concluderen eerdergenoemde onderzoekers: de ouderen ontlenen hun vervreemdende kijk op jongeren aan de beeldvorming in de media, ’en die schetsen per definitie een gekleurd beeld’. De media staan er dus weer eens gekleurd op. Ondertussen belet niets hen zelf met jongeren te gaan praten en blijf ik met de vraag zitten: Leven ouderen en jongeren echt compleet langs elkaar heen?

mailIcon print |