*

 

Zoek een nieuwe vorm van ontwikkelingshulp

door Kathleen Ferrier − 02/02/07, 00:00

Nederlandse militairen gaan steeds vaker naar gebieden in een oorlogsituatie. We moeten ze trainen in een nieuwe aanpak van opbouw en ontwikkeling.

De huidige Nederlandse betrokkenheid in Afghanistan in de zuidelijke provincie Uruzgan laat ons zien dat nieuwe vormen van ontwikkelingssamenwerking nodig zijn. Wat er in Afghanistan moet gebeuren laat zich niet vergelijken met wat we tot nu toe onder ontwikkelingssamenwerking verstonden en wat we doen aan opbouw in Afrika, Azië of de grote steden van Latijns Amerika.

Dertig jaar Russische overheersing en Talibanbewind hebben alle infrastructuur van de Afghaanse samenleving kapot gemaakt. Alles op gebied van onderwijs en gezondheidszorg is verdwenen. Generaties zijn daarmee verloren gegaan. Vrouwen en meisjes mochten zich niet ontwikkelen: ze mochten niet naar school, ze mochten überhaupt het huis niet uit. Nu lijkt men de schade zo snel mogelijk in te willen halen. Zij bouwen scholen en zoeken personeel dat in staat is les te geven. Dat is geen eenvoudige klus, zeker niet als je hoort dat de verantwoordelijke voor het onderwijs in Uruzgan zelf niet kan lezen en schrijven.

Niet alleen het beginnen vanuit het niets is moeilijk, maar ook de context van een conflictsituatie. Cruciaal in Uruzgan is het tactisch en doelgericht militair ingrijpen om de veiligheid van de Afghaanse bevolking te garanderen. Daarnaast zien de Nederlandse militairen kans om voor de burgers werkelijk verschil te maken, óók op gebied van ontwikkeling.

Een concreet voorbeeld van wat er momenteel aan opbouw gedaan wordt – gezamenlijk door militairen en burgers – is het ziekenhuis van Tarin Kowt. Australische bouwkundige militairen knappen het gebouw op. Voor de medische kennis om het ziekenhuis ook echt te laten functioneren zorgt Nederlandse deskundigheid. Het ministerie voor ontwikkelingssamenwerking traint in samenwerking met organisaties zoals Cordaid medisch personeel. Daarbij is genderdeskundigheid hard nodig: vrouwen hebben tot dusver nog geen enkel recht, ook niet op medische zorg.

Eén van de belangrijkste lessen die we moeten trekken uit onze aanwezigheid in Afghanistan is dat we uitgedaagd worden nieuwe vormen van opbouwwerk te ontwikkelen. Hierbij moeten de traditionele schotten tussen de verschillende organisaties van ontwikkelingswerkers, militairen, bedrijfsleven, handelsorganisaties vervagen of zelfs helemaal verdwijnen. Dat begint al bij het gezamenlijk bepalen van welke inzet er nodig is. Een integrale en coherente aanpak waar bij handelsmissie’s bij voorbeeld ook ontwikkelings- en defensiedeskundigen aan meedoen. Het zal een nieuwe ervaring zijn. Na nog geen half jaar in Uruzgan heeft de Nederlandse aanpak indruk gemaakt. Door de wijze waarop de militairen het vertrouwen van de lokale bevolking winnen door oprechte betrokkenheid en interesse en door onze inzet op ontwikkeling. Vaak wordt deze uitzending toch nog vooral gezien als een militair gebeuren terwijl inmiddels vanuit het ministerie van buitenlandse zaken en ontwikkelingssamenwerking er een steeds grotere inspanning is. Op Kamp Holland zaten al een politiek en een ontwikkelingsadviseur, daar komen binnenkort een tweede ontwikkelingsadviseur én een genderdeskundige bij.

We zullen ons in een nieuwe aanpak van ontwikkeling en opbouw moeten trainen. De wereld is veranderd, de uitdagingen op gebied van ontwikkeling in (post)conflictgebieden wordt steeds groter. De komende tijd zal er steeds meer ingezet moeten worden op ontwikkeling. Nederlandse organisaties zijn daarbij hard nodig. Ze moeten bereid zijn de risico’s te nemen die bij postconflict situaties horen. Ze zullen ook hun terughoudendheid ten aanzien van samenwerking met militairen moeten overwinnen. Dat geldt ook voor militairen die sceptisch staan tegenover samenwerking met ontwikkelingsdeskundigen.

mailIcon print |