*

 

Verplichte Cito aan het eind én aan het begin

door Godfried Lambriex − 02/02/07, 00:00

Naast de Cito eindtoets moet er ook een starttoets komen. Dan kunnen scholen laten zien wat zij hebben bijgedragen aan het niveau van leerlingen.

Het is volgende week weer Cito-tijd voor de leerlingen van groep 8. Niet voor alle leerlingen, want nog steeds niet alle scholen en leerlingen doen mee. Minister van der Hoeven van Onderwijs wil alle basisscholen verplichten leerlingen in groep 8 te toetsen op taal en rekenen. Dit moet gebeuren met een landelijke toets zodat de resultaten van de leerlingen onderling vergelijkbaar zijn.

Zo krijgen basisscholen, ouders en de middelbare scholen waar de kinderen naar toe gaan een objectief beeld van het niveau van de leerlingen. Laten we hopen dat het nieuwe kabinet dit doet. En dan meteen in combinatie met een starttoets. Dan is er een instrument dat ook helpt bij het aanpakken van een aantal andere vraagstukken: het waarborgen van maatwerk op gemengde scholen en het tegengaan van segregatie in het onderwijs. In een gemengde wijk als het Amsterdamse stadsdeel De Baarsjes, waar we willen dat de kinderen samen in hun eigen buurt naar school gaan kunnen we dat goed gebruiken.

De Cito-toets zoals die nu afgenomen wordt, is officieel bedoeld als aanvulling op het middelbare schooladvies dat kinderen in groep 8 van de basisschool meekrijgen. In de praktijk wordt de Cito-toets door ouders ook gebruikt als indicator voor de kwaliteit van de school bij het kiezen van een basisschool voor kun kind. Een hoge gemiddelde Cito-score zien zij als het bewijs voor goed onderwijs. Scholen met een lage score krijgen het predicaat slecht.

En dat terwijl de toets alleen iets zegt over het niveau van de leerlingen en niets over de bijdrage van de school aan het behaalde niveau. In de beoordeling wordt wel gedifferentieerd naar het aantal achterstandskinderen, maar daar schiet je als school weinig mee op: laag is laag en de nuancering dat er veel achterstandskinderen op de school zitten, verandert weinig aan het beeld dat de ouders van de school hebben.

In wijken als De Baarsjes waar op vrijwel iedere school veel achterstandskinderen zitten, draagt de Cito-toets zoals die nu gebruikt en verabsoluteerd wordt dan ook bij aan het fenomeen van zwarte en witte scholen. Scholen met veel achterstandskinderen halen een lage gemiddelde Cito-score. Zelfs als de kinderen met een zeer grote achterstand niet meedoen en anders getoetst worden. Het gevolg is dat hoger opgeleide autochtone ouders hun kinderen liever op een witte school in de aangrenzende stadsdelen doen. Met als gevolg tweedeling in onderwijs en maatschappij. Kinderen die in een gemengd stadsdeel als het onze bij elkaar in de straat wonen, gaan dan niet samen naar school. Ouders leren elkaar niet kennen via school.

De inzet van het stadsdeel is de segregatie in het onderwijs tegen te gaan met goede scholen in alle buurten. Scholen waar alle ouders hun kinderen, met en zonder achterstanden, met een gerust hart naar toe kunnen sturen. Goede scholen hebben genoeg leerkrachten om achterstanden aan te pakken. Ze kunnen de extra zorg en aandacht bieden die kinderen en ouders uit achterstandsgezinnen nodig hebben. En ze zorgen dat ieder kind, met of zonder achterstand, zijn talenten kan ontplooien.

Wat nog ontbreekt, is een goede manier om te laten zien dat deze aanpak werkt. Zo vertelde een schooldirecteur dat als hij uitlegt wat zijn school allemaal doet om te zorgen dat alle leerlingen het onderwijs krijgen dat bij hen past, de ouders onder de indruk zijn. Maar als hij dan aan het eind van het kennismakingsgesprek de onvermijdelijke vraag naar de gemiddelde Cito-score beantwoordt, ziet hij ze afhaken. Daarom zijn we met een landelijk verplichte eindtoets (Cito of een ander merk) alleen niet geholpen. Want zolang de kinderen met achterstanden vooral in onze wijken wonen, zal dat in de resultaten van de scholen tot uidrukking komen.

Wat we nodig hebben is meer helderheid over wat de school bijdraagt aan de leerwinst van de kinderen. Daarvoor willen we kinderen ook aan het begin van hun schoolloopbaan toetsen met behulp van een landelijke toets. Daarmee brengen we het vertrekpunt in beeld en stellen we vast wat de leerling nodig heeft. Tussentijds en aan het eind in groep 8 kan de school vaststellen waar de leerling staat en hoe de leerling zich ontwikkelt in vergelijking met leerlingen met dezelfde startpositie. Een dergelijk aanpak sluit aan bij de zogeheten leerlingvolg-systemen die veel scholen nu al gebruiken. De informatie die hieruit komt gebruikt de onderwijsinspectie om de kwaliteit van het onderwijs te beoordelen. Scholen kunnen met deze systemen aan de kwaliteit werken en individuele leerlingen maatwerk bieden.

De combinatie van een starttoets en een eindtoets verkleint het risico dat kinderen op zeer jonge leeftijd in een hokje geplaatst worden waar ze niet meer uitkomen. Scholen die achterstandskinderen beter laten presteren, kunnen dat laten zien en krijgen een hoger rapportcijfer. Natuurlijk altijd met de kanttekening dat de leerling zelf en de thuissituatie ook grote invloed hebben op de schoolprestatie. Maar het verhaal over de kwaliteit (toegevoegde waarde) van een school wordt een stuk duidelijker dan nu.

mailIcon print |