Het nieuwe kabinet krijgt waarschijnlijk een minister van jeugd en gezin. Die zou moeten zorgen voor goede, gratis crèches, met voorschoolse educatie en opvoedingsondersteuning. Het is de beste investering die er is.
Al heel lang is er discussie over de kwaliteit van de kinderopvang en over de effecten op de ontwikkeling van het kind. Deze discussie wordt vaak bepaald door politieke opvattingen of standpunten over vrouwenemancipatie en deelname van vrouwen aan het arbeidsproces. Hierdoor wordt de discussie niet altijd gevoerd op basis van feiten. En wie houdt er rekening met het kind zelf?
Het zou goed zijn als een nieuwe minister voor jeugd en gezin naar de feiten kijkt. Een recent Canadees onderzoek heeft de effecten gemeten van kinderopvang op sociaal gedrag. Uit deze studie blijkt dat kinderen uit risicogezinnen die naar de kinderopvang waren geweest, op vierjarige leeftijd minder agressief waren dan kinderen uit risicogezinnen die thuis waren gebleven.
Voor kinderen die niet uit een risicogezin kwamen maakte het niet uit of ze naar het kinderdagverblijf waren gegaan; hun niveau van agressief gedrag was toch relatief laag. De onderzoekers concludeerden dat zelfs ’gewone kinderopvang’ voor kinderen uit een risicogezin al een vooruitgang betekent. Zelfs als die opvang meestal van matige kwaliteit is, helaas.
Maar matige kwaliteit kan natuurlijk geen doel zijn en verbetering van de kwaliteit van de kinderopvang is van groot belang, ook in Nederland. Om de kwaliteit te verhogen zou een nieuwe minister te rade kunnen gaan bij aantoonbaar effectieve programma’s voor voorschoolse educatie. Een goed voorbeeld is het Amerikaanse ’Perry-preschool’-programma, dat als doel heeft om kinderen uit kansarme milieus ’schoolrijp’ te maken. Kinderen van drie en vier jaar kregen in de staat Michigan tweeënhalf uur per dag activiteiten aangeboden die hun cognitieve, sociaal-emotionele en lichamelijke ontwikkeling bevorderen. Hun ouders kregen elke twee weken thuis bezoek.
De investeringen van zulke voorschoolse educatie zijn betrekkelijk gering, maar de opbrengsten bleken buitengewoon breed en duurzaam. De kinderen van de Perry-preschool kwamen later minder vaak in aanraking met justitie, scoorden hoger op IQ-tests en hadden betere schoolresultaten. Ze haalden vaker een diploma, hadden later minder vaak een uitkering.
Voorschoolse educatie kan kinderen meer kracht geven om zichzelf te ontplooien, en ouders meer kracht geven hun kind te begeleiden. Kijkend naar de kosten en baten is er veel winst te behalen door dit ook in Nederland in te voeren. De extra uitgaven betalen zichzelf terug, in de vorm van minder doorverwijzingen naar het speciaal onderwijs, minder uitgaven voor justitie, minder uitkeringen, et cetera.
Econoom en Nobelprijswinnaar James Heckman heeft wel eens gezegd dat hoe jonger kinderen zijn op het moment dat er in hun ontwikkeling wordt geïnvesteerd, hoe hoger de opbrengsten zijn. En omgekeerd: hoe ouder ze zijn, hoe lager de opbrengsten. Daarom is voorschoolse educatie een betere investering dan het basisonderwijs en is het basisonderwijs zelf weer belangrijker dan het middelbaar beroepsonderwijs, dat op zijn beurt weer belangrijker is dan het hoger en wetenschappelijk onderwijs. Dit allemaal vanuit het perspectief van ’returns for investment’.
Wij pleiten uiteraard niet voor afschaffing van universiteiten, maar juist universitaire studenten hebben al zoveel menselijk kapitaal opgebouwd dat investeringen in hun kwaliteiten weliswaar nodig, maar niet enorm intensief hoeven te zijn. Kortom, het voorkomen dat kinderen eindigen als drop-out begint al op de babyleeftijd.
Verstandige beleidsmakers, met oog voor de toekomst, zullen zich moeten realiseren dat gratis kinderopvang, gecombineerd met voorschoolse educatie, de beste investering is die ze ooit zullen doen. Deze combimaatregel kan op korte termijn worden gerealiseerd omdat het relatief simpel is. Je hoeft er geen tientallen organisaties voor te laten samenwerken en communiceren, je hoeft alleen goede, pedagogisch geschoolde krachten in te huren voor de bestaande kinderopvang.
De overheid draagt hier de eerste verantwoordelijkheid. Kwalitatief hoogwaardige zorg is op de korte termijn duurder, maar op de lange termijn is het zeer gunstig voor zowel kind als samenleving. Deze winst op de lange termijn is waardevol voor ons allen. We kunnen dan nog veel plezier beleven aan al die beter opgeleide kinderen die sociaal-emotioneel beter functioneren.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.