*

 

’Sapperloot! Alweer zuurkool’

Seije Slager − 26/01/07, 00:00

De Leidse hoogleraar lexicografie Piet van Sterkenburg neemt vandaag afscheid met een college over ’woorden van emotie’. Zijn bijzondere aandacht gaat uit naar vloeken en verwensingen.

1

Een afscheidscollege over vloeken, vanwaar?

„Het gaat niet alleen over vloeken, maar ik neem een aantal mij onwelgevallige zaken op de korrel. De positie van de docent, de gedoogcultuur, die je ook in de spelling tegen komt. Maar wat mij inderdaad ook dwarszit, is dat er geen enkele linguïstische theorie is die zich met vloeken bezig houdt. Taalkundigen halen er hautain hun neus voor op en beweren met droge ogen dat je ze niet eens zou moeten beschrijven. Dat is onjuist.”

2

De vloek wordt onderschat?

„Nogal. Als u op Google eenvoudige vloeken als ’shit’ of ’fuck’ intypt, krijgt u miljoenen resultaten. Dat geeft wel aan dat ze serieuze studie verdienen. Ze hebben een grammaticale functie die je kunt beschrijven. Iedere vloek heeft ook een letterlijke en een symbolische betekenis, waar je onderzoek naar kunt doen. En tenslotte hebben vloeken een eigenschap die veel andere woorden niet hebben: intensiteit. Als mijn vrouw zuurkool op tafel zet, kan ik met ’sapperloot’ antwoorden, dan gebeurt er niet zo veel. Maar er zijn ook vloeken denkbaar die een veel heftiger reactie losmaken.”

3

U vindt dat Engelse woorden te makkelijk worden overgenomen. Moeten we die net zo serieus nemen als vloeken?

„Natuurlijk, als een Engels woord echt ingeburgerd raakt, zal ik de laatste zijn om het te negeren. Maar het gemak waarmee wij capituleren voor zulke invloeden... We hebben geen taaltrots meer. Ik snap niet waarom wij zo nodig ’pimpen’ moeten zeggen in plaats van ’opleuken’. Al heb ik ook met die laatste term enige moeite. Maar ja, die strijd heb ik verloren.”

4

Nederlanders vloeken vaak met ziektes. Enig idee hoe dat komt?

„Alleen het Nederlands en het Jiddisch kennen dat. Als er vandaag een nieuwe ziekte uitbreekt, is hij morgen in een vloek verpakt. Misschien proberen we met zo’n vloek te bezweren waar we het bangst voor zijn. Maar eigenlijk zou je daar sociologisch onderzoek naar moeten doen. Hoe meer disciplines zich bezig houden met het vloeken, hoe liever het mij is: van mij mag de neurolinguistiek zich er ook wel mee gaan bemoeien.”

5

Heeft u zelf een favoriete vloek?

„Nou, ik zal u zeggen: wie twintig jaar lang onderzoek doet naar vloeken, wordt vanzelf een aanhanger van de Bond tegen het Vloeken. Die is mij zeer sympathiek. Ik heb inderdaad wel eens geschreven dat vloeken goed voor de gezondheid is. Het kan een uitlaatklep zijn: iemand die vloekt, is minder snel geneigd om een klap uit te delen. Maar esthetisch gezien is mijn waardering voor vloeken ver beneden het vriespunt gedaald.”

mailIcon print |