*

 

Die regenboog zei me: ’je staat er niet alleen voor’

door Koert van der Velde − 19/01/07, 00:00

Zonder religieuze beleving geen religie - misschien is ze wel de kern ervan. Toch lees je er maar weinig over. In deze rubriek beantwoorden mensen vragen over wat ze op religieus gebied hebben beleefd. Vandaag: Wout Huizing.

Wat hebt u meegemaakt?

„Ik werd opgeroepen om snel naar het ziekenhuis in Sneek te komen omdat mijn 48-jarige schoonmoeder op sterven lag. Hoewel ik al een paar jaar geestelijk verzorger was in de ouderenzorg, en dus vaker met de dood was geconfronteerd, was dit de eerste keer dat de dood zo nabij kwam.

Onderweg begon het hard te regenen, en toen verscheen de regenboog. Ik voelde heel intens: nu lijkt het wel of je wereld ten onder gaat, maar je staat er niet alleen voor. Er komt zonlicht door de regenwolken heen. Er is leven, hier, en na de dood, daar mag je op vertrouwen.

Een heel aantal jaren later gebeurde iets dergelijks. Het was op 11 september 2001, de dag dat vliegtuigen het WTC in New York invlogen. Ik was ’s avonds op weg naar een cursus over mijn boekje ’zorg rond het levenseinde’ toen ik een regenboog zag. Ik heb de auto langs de kant van de weg gezet om het goed te kunnen bekijken, en weer voelde ik me aangesproken: ’Het lijkt of de wereld ten onder gaat, maar het gaat over, het leven wint. Ondanks alles wat er gebeurt, zal het goed komen’. Ik voelde me gesterkt.”

De dood van mijn schoonmoeder heeft me, als ik terugkijk, overigens ook verrijkt. Voor die tijd raakte de dood van mensen die ik professioneel begeleidde me minder. Dat is niet verwonderlijk, ik was nog heel jong. Ik kon het nog niet in zijn volle omvang bij mij laten binnenkomen. Nu beleef ik de dood meer van binnenuit. Ik heb ook zelf inmiddels een paar momenten van doodsangst gehad – niet in een levensbedreigende situatie, maar anticiperend op het feit dat de dood je leven ieder moment kan beĆ«indigen. Ik heb ’s nachts in angstige wanhoop liggen spoken: o jee, gaat het wel goed met mijn hart, krijg ik geen hersenbloeding?”

U voelde zich aangesproken toen u de regenboog zag. Hebt u geantwoord?

„Jawel, in de zin dat ik dankbaar was. Dankbaar dat ik en de wereld verder mogen. Het was geen gebed, maar ik sprak wel in mezelf, en ik denk eigenlijk wel hardop.

Tegelijkertijd vloekte ik: God, dit mag niet, dit moet niet, dit kan niet; een soort van klaaggebed.”

Was die regenboog daar speciaal voor u?

„Ik denk dat hij daar toevallig verscheen. Dat had alles te maken met meteorologische omstandigheden, niets met de omstandigheden van Wout Huizing. En toch was het voor mij een teken, een knipoog van boven. Mijn verstand zegt toeval, maar in mijn beleving was het meer.

Het toeval wilde ook dat op de dag dat mijn schoonmoeder stierf, mijn zwangere vrouw voor het eerst leven voelde in haar buik. Heel mooi. De gedachte aan incarnatie wilde er niet in. Ik kreeg de gedachte wel door anderen aangereikt, maar die heeft zich niet in mij vastgezet. Deze toevallige gebeurtenissen verwezen vooral naar iets waarin ik vast geloof: God is trouw aan mensen.

Ik ben opgegroeid met de Bijbel en heb me er tijdens mijn studie met veel plezier in verdiept. Zo heb ik vaker momenten gehad dat bijbelteksten oplichten. Tijdens een studieverlof klinisch pastorale vorming moest je een klimwand beklimmen met een maatje dat het touw steeds strak moest trekken, zodat je niet valt als er wat misgaat. Op vijf meter hoogte stapte ik mis. Nu kwam het aan op vertrouwen: had mijn maatje goed voor mij gezorgd? Ik dacht aan de bijbeltekst die God vergelijkt met een adelaar die zijn jongen laat vallen en weer opvangt: ’als je valt, val je in Gods hand’.” Gelukkig, mijn maatje had het touw goed strak gehouden, dus ik viel niet diep.

Voor mij is de Bijbel het woord van God, zoals die regenbogen en mijn maatje bij de klimwand ook tekens van God waren: natuurverschijnselen en mensenwerk, maar verwijzend naar een God die bij ons is.’’

mailIcon print |