Opeten of verbranden? Dat vraagt de wereldbevolking zich af, kijkend naar de maïsoogst. Maïsmeel wordt in allerlei voedingsstoffen gebruikt, van tortilla’s tot Coca-Cola, maar wint nu in populariteit als basismateriaal voor biobrandstof. Vooral Amerikaanse automobilisten tanken steeds vaker bio-ethanol en beperken zo hun bijdrage aan het broeikaseffect. Dat rijdt toch een stuk comfortabeler, in een brandstofslurpende terrein- of gezinswagen.
Helaas, de automobilist die zijn schone motor gewoon laat draaien tijdens het bestellen van een taco met cola, stoot wel een arme Mexicaan het voedsel uit de mond. Want de prijzen voor tortilla’s zijn de afgelopen tijd verdubbeld en tientallen miljoenen Mexicanen zijn daardoor in de problemen gekomen. Zij kunnen hun basisvoedsel nauwelijks meer betalen en dreigen in opstand te komen.
Is het dan nooit goed? Moeten automobilisten straks kiezen tussen het sparen van het milieu of het bestrijden van de honger in de wereld? Dan lijkt de keuze snel gemaakt, want honger is urgenter dan een stijgende zeespiegel.
Maar biobrandstoffen zijn wel degelijk hard nodig. Ze sparen niet alleen het milieu, ze kunnen ook onze afhankelijkheid van olielanden verminderen. En dat is geen overbodige luxe, gezien de politieke toestand in Rusland, het Midden-Oosten, Iran, Nigeria of Venezuela.
Gelukkig is een keuze tussen tank of tortilla niet nodig. Want er zijn meer producten om biobrandstof van te maken: tarwe, suiker, hout en soja, om er maar een paar te noemen. Wat tarwe, suiker en soja betreft, geldt hetzelfde bezwaar. Het is zonde om dergelijke kostbare producten om te zetten in brandstof. Ze zijn met zorg geteeld op rijke landbouwgrond, door boeren die veel aandacht besteden aan hun oogst. We kunnen ze beter opeten dan verbranden.
Alleen met veel landbouwsubsidie wordt brandstof uit die landbouwproducten ooit concurrerend met aardolie. De Amerikaanse overheid strooit rijkelijk met dergelijke subsidies. Kwade tongen beweren dan ook dat het succes van bio-ethanol in de VS meer te danken is aan de politieke aandacht voor de boerenlobby, dan aan het milieubewustzijn van de overheid of de automobilist. In Nederland is het aandeel bio-brandstof, hier vooral diesel uit koolzaad, nog veel lager – net als de subsidies.
De toekomst van biobrandstof ligt in restproducten. Afval uit de hout- en papierindustrie bieden goede mogelijkheden. Zweden werkt daar al aan, het land wil zelfvoorzienend worden op energiegebied. Dat zal in andere landen lastiger worden, maar overal zijn restproducten te vinden die nu minder opbrengen dan ze waard zijn als basismateriaal voor biobrandstof. Er wordt al geƫxperimenteerd met plantaardige resten, de (oneetbare) jatropha-noot en zelfs met kadavers. Als die experimenten een succes worden, kunnen we de landbouwgrond gebruiken om voedsel te produceren voor de groeiende wereldbevolking.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.