Het regeerakkoord van het christelijk-rode kabinet-in-aanbouw is uitvoerig en gedetailleerd. Het beslaat niet één A4-tje, zoals de leiders van de coalitiepartijen CDA, PvdA en ChristenUnie ieder wel eens hebben bepleit, maar 54 A4-tjes. Dat betekent een sterke binding van de drie Kamerfracties aan het nieuwe kabinet. Die binding zal nog worden versterkt als, volgens verwachting, Balkenende, Bos en Rouvoet als premier en vice-premiers tot het kabinet toetreden. Dat past in de Nederlandse traditie van coalitiekabinetten, waarin het altijd moeizaam zoeken is naar een evenwicht tussen bestuurlijke stabiliteit en een open debat met de Tweede Kamer. Maar het accent wordt nu te veel op de bestuurskant gelegd. Dat wringt met de uitdrukkelijke wens van de nieuwe coalitie om de dialoog met de samenleving aan te gaan en zich als 'bondgenoot van de burger' op te stellen. Als de uitkomsten al bij voorbaat vaststaan, blijven dat loze kreten.
De vraag is of het zoeken van zoveel zekerheid in papieren afspraken nodig is. De christen-democratische politicus Jan de Koning heeft eens gezegd dat een regeerakkoord al verouderd is op het moment dat de handtekeningen worden gezet. Maar dat niet alleen. Balkenende, Bos en Rouvoet hebben de afgelopen vier weken onder leiding van informateur Wijffels intensief in hun samenwerking geïnvesteerd. Dat heeft voor Haagse begrippen tamelijk snel geresulteerd in een basis voor een kabinet, die meer is dan louter een programmatische. De snelheid duidt ook op voldoende onderling vertrouwen. Dat is nodig, wil de ploeg straks haar weg vinden in omstandigheden waarin het regeerakkoord niet voorziet.
In dat licht maakt de snelkookpanprocedure waaraan de coalitiefracties maandag werden onderworpen een nogal overspannen indruk. De Kamerleden kregen net iets meer dan een uur de tijd om de tekst van het ontwerp-akkoord in zich op te nemen en moesten zich daarna in een luttel aantal uren, met een lauwe pizza of de bitterbal in de maag, een oordeel vormen. Zo moeten volksvertegenwoordigers zich niet laten behandelen, hoe belangrijk een stabiel en slagvaardig landsbestuur ook is. De gang van zaken wekt de indruk dat het parlement ondergeschikt is aan het kabinet. De christen-democraat Wijn versterkte die indruk nog door uit de politiek te stappen, omdat hij geen fractievoorzitter in de Kamer wilde worden, maar minister wenste te blijven.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.