*

 

Dit is fast-food waar een mens een hele dag op kan teren.

Door: redactie − 01/12/07, 00:00

Achter de etalageruit staat een man in zwart pak. Voor hem een grote krater, waaruit metershoge vlammen loeien. Kinderen stoppen op straat, wijzen op de etalage. De man in zwart heft een machtige pan. Hij zet de pan op het vuur, vlammen spelen om het staal. Dan zwaait hij naar de kinderen.

’Wok to Walk’, staat er op de gevel boven hem, een fastfoodketen van Nederlandse komaf die vestigingen heeft in Amsterdam, Utrecht en mijn zuidelijke hoofdstad – en verder nog wat ondergeschoven steden als Londen, New York en Barcelona. Neêrlands trots in Aziatische uitvoering.

Ik schreef eerder over meeneem-Wok-voer: zout en toch flauw, papperig en rechtstreeks uit warmhoud-bakken. Moet ik mijn papillen nog een keertje op het spel zetten? Maar eerlijk is eerlijk: deze kok kookt. Van buiten sla ik uren gade hoe hij, met een grote ijzeren pollepel, de pan vult met olie uit een gereedstaande bak, met diezelfde lepel afgepaste porties voedsel in de kokendhete pan werpt en ze er, na misschien een minuut, met diezelfde lepel weer uithaalt. Dat moet toch smaken, dat kan niet anders.

Toch nog aarzelend betreed ik het pand. Het hele etablissement is in jaren-zeventig oranje gespoten, en toch geheel van de 21ste eeuw. Voorin staat de man in zwart achter zijn loeiende vuren, kleine straaltjes water houden het fornuis koel en schoon. Achterin werkt een andere kok. Hij hakt, snijdt en klopt de benodigde ingrediënten.

De man in zwart reikt me een velletje gekleurd papier en geeft uitleg over het systeem. Op de menukaart staan drie kolommen. Links een met drie vakjes: 1) noedels met verse groenten & ei; 2) rijst met verse groenten en ei; 3) groentengerecht, met een vijftal groenten.

In de kolom ernaast staan twaalf, tja, toevoegingen moet je het noemen. Vleessoorten als kip en rund, maar ook champignons, bloemkool, bamboescheuten en pindanoten. De meest rechtse kolom bevat zeven sauzen, met de namen van Aziatische wereldsteden, maar dat is een beetje oplichterij: de sauzen bestaan al eeuwen, oestersaus bijvoorbeeld, de naamgeving is om het hip te houden.

De basis uit kolom 1 kost euro 4,90. De sauzen uit kolom 3 zijn gratis, de toevoegsels lopen van vijftig cent voor pinda’s, de goedkoopste, tot twee euro voor garnalen en rundvlees. Eerst maar eens met noedels beginnen, met varkensvlees en zoetzure saus – het klassieke babi pangang, maar dan anders.

Het gaat razendsnel: gesneden groenten in de pan, ei erbij, dan de noedels en het voorgegaarde varkensvlees, en ten slotte de saus. En dat alles met één lepel! Het is een bord vol, en het smaakt bepaald niet slecht. De groenten knappen tussen de kiezen, het ei verleent zachtheid aan de zure saus, het varken smaakt echt chinees. Eigenlijk zit ik vol, maar voor dit stukje moet ik toch wat meer proeven. Gelukkig is het meeneem-eten; de man in zwart roerbakt in no time een rijst-runderschotel met oestersaus die meegaat in zo’n mooi kartonnen doosje die je ook altijd ziet in Amerikaanse series als Friends. Buiten op de fiets smaakt het, alweer, opmerkelijk chinees – dat krijg je met oestersaus en vijfkruidenpoeder. Weer knappen de groenten tussen de tanden. euro 6,90 kost dit bakje, wel wat meer dan een frietje oorlog, maar dan heb je ook wat. Opmerkelijk fast-food, waar een mens een hele dag op kan teren. En lekker.

mailIcon print |