*

 

groenberichten

Ruud van Haastrecht − 01/12/07, 00:00

In het niet ruim van groen voorziene Rotterdam is begraafplaats Crooswijk, gelegen in een knieholte van Rotterdams geboorteader de Rotte, een groene uitwaaiplek die er zijn mag. Ter gelegenheid van het 175-jarig bestaan van deze laatste rustplaats heeft de Rotterdamse Dienst Gemeentewerken er een cultuurhistorische wandelroute uitgezet.

Wie er wel eens is langsgevaren, zal zich ongetwijfeld hebben afgevraagd wat dit voor groene idylle is. Vanaf de wal ziet het er minder aantrekkelijk uit. De hoofdingang aan de Kerkhoflaan is midden in Nieuw-Crooswijk, een herstructureringswijk in oostelijk Rotterdam die de komende jaren tegen de vlakte gaat en opnieuw wordt opgebouwd.

Maar eenmaal de smeedijzeren toegangspoort door (let op de zandlopertjes als symbool van het leven dat voorbijvliegt) is de grauwe stad ver weg. Bomensoorten volop op begraafplaats Crooswijk: populieren, hulstbomen, naaldbomen, beuken en kastanjes. En anders dan in de hoofdstad mogen ze hier gewoon blijven staan, zoals een beuk van voor 1832. De beuk was getuige van de opening van de begraafplaats in dat jaar. Sindsdien is ze drie keer uitgebreid, elke uitbreiding in de toenmalige landschapsstijl. Het oudste stuk uit 1834, links van de ingang, is van de hand van stadsarchitect Pieter Adams (1778-1848).

Dit is het minst groene deel. Hier wilden de rijken nog begraven worden als lagen ze onder de kerkvloer. (Sinds 1827 was begraven in de kerk tot ontzetting van de rijke stinkerds verboden vanwege de penetrante lijkenlucht). Dus ligt er op Crooswijk een met grafstenen dichtgeplaveid stuk grond, alsof het de vloer van de Laurenskerk betrof.

In de tweede helft van de negentiende eeuw volgde de eerste uitbreiding in Engelse landschapsstijl: een parkachtige omgeving, met kronkelende paden en hoogteverschillen. Het derde stuk uit 1915 is in parkstijl, ontworpen door landschapsarchitect L. A. Springer. Typisch Rotterdams is hier het onderscheid tussen dure graven, aan de hoofdpaden, en de goedkopere in de smallere zijpaden. Zoals de Mathenesserlaan en de Heemraadssingel in Rotterdam-West en de sociale woningbouw in de zijstraten erachter. De laatste uitbreiding stamt uit de jaren dertig.

Fraai zijn de singels, de doorkijkjes, de gazons en bruggetjes onderweg. Of intieme paden zoals de Kastanjelaan en het Bospad. In dit decor van groen struikel je over beeldhouwwerken van formaat: de in het buitenland vaak gekopieerde ’Vallende Man’ van Cor van Kralingen, ’Moeder en kind’ van Hendrik Chabot en het ’Hek met vijf gebeeldhouwde hoofden’ dat Chabot met vier vakgenoten maakte voor hun overleden leermeester Alexander van Maasdijk. Of de ’Duitse dame’ van Gustav Adolf Bredow, een oorlogsmonument voor Duitse militairen die omkwamen in de Eerste Wereldoorlog. De tand des tijds krijgt wel de vrije hand. Zowel ’Moeder en kind’ als de Januskoppen van Cor van Kralingen zitten dik onder het mos. Op begraafplaats Crooswijk is zelfs kunst niet voor de eeuwigheid.

mailIcon print |