De Nederlandse melkveehouders verkeren in euforie. De melkprijs beweegt, en dit keer nu eens niet verder naar beneden, maar omhoog. Het zondermeer opvoeren van de productie is evenwel vol risico's.
Dertig jaar lang lagen de melkveehouders en hun coöperaties aan het subsidie-infuus van Brussel. Dat heeft tot wantoestanden geleid, vol melkplassen en boterbergen, maar ook tot passende maatregelen als melkquota en superheffingen. Het prikkelde de boeren tot innovaties in plaats van bulkproductie: een lichtend voorbeeld voor de intensieve varkenshouderij, die het heil nog vooral zoekt in zoveel mogelijk kilo's.
Maar inmiddels willen de melkveehouders het liefst af van de Brusselse regels: ze willen de veestapel uitbreiden en investeren in nieuwe stallen. Begrijpelijk. De melkplas is verdampt, de boterberg gesmolten en nog is het niet genoeg. Vooral Azië hunkert naar melk, de vraag groeit daar vier procent op jaarbasis.
Zo wordt ook de dagmarkt een aantrekkelijk alternatief voor de oude vertrouwde zuivelcoöperatie. Zo kijkt menig Hollandse boer verlekkerd naar Duitsland, waar zo'n vijfhonderd boeren de coöperatie Campina de rug toekeerden. Ze gaan hun melk leveren aan daghandelaren of concurrerende locale zuivelaars, die betere prijzen bieden dan Campina.
Van zo'n uittocht is in Nederland nog geen sprake, maar hier en daar worden wel initiatieven ondernomen om de leveringscontracten met coöperaties op te zeggen.
De melkprijs is immers de laatste vier jaar met zo'n vier cent gedaald per liter, wat een gemiddeld bedrijf al snel zo'n 20.000 euro opbrengst scheelt. Dus als de wereldmarkt meer biedt dan de coöperatie op dit moment, waarom niet?
Maar de Nederlandse melkprijs is in vergelijking met elders helemaal niet zo slecht, blijkt uit onderzoek van LTO Nederland. De zuivelaars hier betalen in vergelijking met andere belangrijke zuivellanden 'net boven gemiddeld', zegt Siem Jan Schenk, voorzitter van de vakgroep melkveehouderij en een coöperatie biedt ook zekerheid. Hij rekent er bovendien op dat de coöperaties eind dit jaar met een behoorlijke melktoeslag zullen komen.
Tegelijk is de vraag hoelang de wereldmarkt overspannen blijft. De prijs is deels het gevolg van aanhoudende droogte in Australië en een sterke vraag uit China. Maar het laatste land wil de melkproductie binnen vijf jaar gaan verdubbelen. De Chinees moet het nu nog doen met gemiddeld één ijsje per week, dat moeten er twee worden. Investeringen in het Chinese platteland kunnen bovendien sociale onrust voorkomen, meent Peking. China, met 12 miljoen koeien heeft daarom reeds contacten aangeknoopt met Nederlandse kennisinstellingen. En 12 miljoen Chinese koeien extra, zal de melkprijs niet ongemoeid laten. De Nederlandse melkveehouder die er nu dus voor kiest flink te investeren in nieuwe stallen, kan wel eens bedrogen uitkomen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.