Venezuela vergroot de greep op de olie-industrie. Maar Amerikaanse oliemaatschappijen willen niet meewerken.
De Amerikaanse oliemaatschappijen ConocoPhillips en Exxon Mobil, en Petro-Canada geven hun oliebelangen in Venezuela op. Zij weigeren nieuwe condities te aanvaarden van de regering Chavez.
Om de natuurlijke hulpbronnen onder controle te krijgen, wenst president Hugo Chavez in eerder gesloten joint-ventures met buitenlandse maatschappijen een belang van minstens 60 procent te krijgen. In vrijwel alle overeenkomsten was een minderheidsbelang afgesproken.
De regering Chavez onderhandelt momenteel op grote schaal met buitenlandse investeerders over de lopende overeenkomsten. In het front van de oliemaatschappijen tekent zich daarbij een scheuring af. Vooral Amerikaanse maatschappijen kiezen voor de harde lijn. Zij weigeren de voorwaarden van Chavez en dreigen op te stappen. Dat betekent dat zij vooral overleggen over een vertrekregeling. Komt die er niet of is die onvoldoende, dan zoeken zij naar juridische stappen om toch een schadeloosstelling te krijgen. Desnoods wordt daarbij internationale arbitrage gezocht.
Deze week tekenden het Noorse Statoil, het Britse BP en het Franse Total wel een nieuwe overeenkomst. Het Amerikaanse Chevron koos ook eieren voor zijn geld en tekende een contract met Chavez. Dat betekent dat zij in hun joint-venture een groter belang van Petroleus de Venezuela moeten dulden.
De vertrekkende maatschappijen zeggen miljarden dollars te moeten afschrijven op hun huidige Venezolaanse belangen. Vooral ConocoPhillips zat zwaar in Venezuela. De maatschappij kon daar een kwart van de nationale output, 580.000 vaten per dag, oppompen.
Het Amerikaanse ministerie voor energie is uiterst bezorgd over de ontwikkelingen in Venezuela. Volgens energieminister Samuel Bodman moeten olie- en gaslanden wet- en regelgeving ontwikkelen teneinde buitenlandse maatschappijen de kans te geven de energievoorraden te ontwikkelen. Hij wees daarbij op de ontwikkelingen in Nigeria en Rusland. Ook daar wensen de overheden meer grip te krijgen op de inkomsten uit de natuurlijke bronnen.
In Venezuela, dat volgens Chavez bezig is om het socialisme van de 21ste eeuw vorm te geven, blijft de nationalisatie niet beperkt tot olie. Ook de stroomproductie en de telecomsector moeten eraan geloven.
De Venezolaanse nationalisatie leidt overigens niet tot een hogere olieproductie. Gemiddeld pompt het land 2,3 miljoen vaten per dag op. Dat is nog fors lager dan in 2002. In dat jaar werden 18.000 werknemers in de olie-industrie ontslagen na een staking die als doel had Chavez uit de macht te zetten. Die uittocht van geschoolde arbeiders speelt Chavez nog steeds parten. Maar door de relatief hoge olieprijs zijn inkomsten toch op peil gebleven.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.