Het lukt Rotterdam niet om de criminaliteit onder minderjarige Antillianen aan te pakken. De groep is stuurloos, niet aanspreekbaar en hulpverlening komt veel te laat op gang.
Een klantmanager van de sociale dienst in Rotterdam zegt: „Wij kunnen mensen niet begeleiden, we hebben daar geen tijd voor en het is ook niet echt ons werk.”
Een criminele Antilliaanse jongen zegt over de sociale dienst: „Is veel ellende man, een uitkering. Ik hou daar niet van, weet je. Ik hou er niet van om bij die mensen langs te gaan, papieren invullen. Is veel stress voor niks, voor zo’n beetje geld. En ze sturen je van het kastje naar de muur.”
Beide citaten zijn afkomstig uit het rapport over criminaliteit onder Antillianen in Rotterdam. De bevindingen van onderzoekers Marion van San, Jan de Boom en Anton van Wijk zijn om meer redenen opvallend. Zo blijkt de gemeente Rotterdam ondanks tal van maatregelen niet echt efficiƫnt in haar pogingen de criminaliteit onder vooral minderjarige Antillianen aan te pakken.
Een andere conclusie is dat gemeentelijke diensten en organisaties geen kant op kunnen, of nog willen, met deze stuurloze groep Antillianen. Welzijnsorganisaties hebben hoegenaamd geen contact met hen en de feitelijke zorg voor nooddruftige Antillianen komt van drugsdealers, niet van de oorspronkelijk beoogde hulpverleners.
In het rapport zegt een hulpverlener: „Het heeft puur te maken met de systematiek, hoe wij het hebben georganiseerd. Stel dat een kind mishandeld wordt, dan komt er een melding bij het AMK, die gaat onderzoek doen. Dan wordt het gemeld bij de Raad, die zegt ’er is iets aan de hand’, en doet onderzoek. Dan gaat het naar Bureau Jeugdzorg, dan komt er een ondertoezichtstelling. Dan komt er een gezinsvoogd bij, maar die mag niets meer doen, die mag alleen maar case manager zijn. Die gaat dat kind aanmelden bij een instantie die iets met dat kind moet gaan doen. Die heeft een wachtlijst van zes maanden. Ondertussen is het kind al dood, want je bent anderhalf jaar bezig. Allemaal doen ze onderzoek.”
Naar het inzicht van Van San blijft de Rotterdamse hulpverlening dermate in gebreke, dat dit een reden zou kunnen zijn om de instroom van Antillianen naar Nederland te beperken. Sceptisch staat zij tegenover het terugsturen van criminele Antillianen. Als voordeel zou kunnen gelden dat bij terugsturen de tweede generatie Antillianen minder geconfronteerd zou worden met ’negatieve rolmodellen’.
„Maar terugsturen betekent ook dat je hen terugstuurt naar een eiland dat niet is toegerust op de omvang en begeleiding van deze groepen. Deze mensen krijgen op hun beurt kinderen die je de toegang tot Nederland moeilijk kunt ontzeggen. Op deze manier genereer je een nieuwe instroom van criminelen op de lange termijn.”
Meest kwetsbare groep zijn de jonge, Antilliaanse moeders, vaak nog meisjes. Zij zorgen vrijwel altijd alleen voor hun kinderen en doen alle moeite om aan een eigen (huur)huis te komen. Voor de jonge moeders betekent dat meestal het einde van de opleiding, een sterk toenemende kans op schulden en niet zelden een kortstondige carrière van drugskoerierster. De jonge vaders bekommeren zich niet over een eigen woning en pendelen tussen hun vriendinnen, de moeders van hun kinderen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.