Kuipers’ poëzie heeft iets liturgisch, vindt Peter de Boer: Er is veel ellende in de wereld, maar met wat geluk hou je een paar illusies overeind.
De 65-jarige Frans Kuipers heeft zich sinds zijn rentree in de poëzie in 1997 ontwikkeld tot de voorganger van de poëtische lanterfanters en de bijna liturgisch aandoende natuurimpressies. Let wel: dat ’lanterfanten’ is een hoofdthema van zijn poëzie. Gelanterfant als dichter heeft Kuipers sedert 1997 bepaald niet: het recent verschenen ’Het illuseum van Hersenheim’ is alweer zijn vijfde bundel sindsdien.
Nogal een titel trouwens! Het neologisme ’illuseum’ heeft hij in zijn vorige bundel ’Het nergensgesternte’ zélf gemunt. Ik gaf daar toen als toelichting bij dat in dat nieuwe woord zowel ’museum’ als ’mausoleum’ leek mee te spelen. Mijn idee daarachter was: het leven is volgens de hersenspinsels van deze dichter niet maakbaar: pech of ellende kunnen je illusies onverwijld het museum of het graf in werken. Máár: met wat geluk kun je een deel van je illusies ook tot op hoge ouderdom bewaren. Dat is de tweeslachtige boodschap die deze dichter ons voorhoudt.
Geheel in zijn eentje bouwt Kuipers aan een schepping en liturgie voor zichzelf. In zijn voorvorige bundel heette het: „In den beginne was Mazzel / en Mazzel was manus van heel het alles / en zonder Mazzel is niks’’. Wie zoiets schrijft, is niemands goeroe, behalve de goeroe van zichzelf.
Kuipers ziet om zich heen een heleboel existentiële kwelling. „Van Oudekoude kom ik / van Neteloord”, schrijft hij. Je hoeft hem niks wijs te maken: een ellendig leven gaat over in een ellendig sterven: „Bitterlip is heengegaan. / Mummelmond gekomen. // Witgejaste goodwillgrijnzers [artsen, PdB] aan het voeteneind”.
En toch zet Kuipers daar de onmaatschappelijke, wereld verzakende houding tegenover. Die ene illusie houdt hij recht overeind! Je moet een beetje mazzel hebben, maar dan – zie het kadergedicht – kun je ook sterven liggend in het gras, met het uitspansel boven je en in het volle besef dat die prachtige dag een ’cumulusdag’ is, een wonder van, wat hij in een vroegere bundel noemde, ’toevals tover’.
Liturgisch noemde ik deze poëzie. Zijn nieuwe bundel opent met een prolooggedicht waarin hij zijn gemeente, vermeende medestanders – ’drifters en verdommenieten’, ’kniesoren, kale neten’, ’vorigvolgend jaarhonderds psychonauten, pyromanen, / waanzeggers’ – plechtstatig groet: ’ahoy’; ’salut’, ’sjalom’.
Lieden van de zelfkant roept hij in al zijn bundels aan. En hij herhaalt zich daarbij: liturgie kent nu eenmaal vaste gebeden, lofprijzingen en rituelen. In het volgende citaat zijn Ughe von Sylfe Nirgendpffftsj en Uwes Cumulus oude bekenden, want al in zijn vorige bundel opgevoerd: Kern van het gedicht waar ik hier op doel is dat zij ’uit droomstof bekokstoofd’ is en een carnavaleske parade van engelen en demonen lijkt op te voeren: „Ughe von Sylfe Nirgendpffftsj. / Uwes Cumulus van Al. Kleurenkoning. / Dichterlaaie. Kutje Boe. Meester Foetsie. / Wolfram. Woef. Wolkenstein. / Het illuseum van Hersenheim.” Voilá: een litanie die je aan een dichter die als puber op een juvenaat gezeten heeft wel kunt overlaten.
Kuipers noemt zich ’bonnefoois dienaar’ en ervaart de wereld als totaal ’verdoledingd’. Aan lyrische en delirische uitdrukkingen in zijn gedichten geen gebrek! Hij heeft weet van de duistere kant van het leven, en zet zich daar ook wel tegen af, in het besef dat dat weinig helpt. En daarom kiest hij uiteindelijk voor ’de tjilpemus op zijn twijgje’, of voor de verloren maar weer teruggevonden geliefde, die hij dan gauw even in een prachtig gelikt beeld neerzet als: ’een slaapster weet ik opgemaakt door maneschijn’.
Lyriek en delirium liggen dicht bij elkaar. Er is op het moment geen dichter die zozeer de taal akoestisch en plastisch onder druk zet als Kuipers. Daarbij schiet hij weleens door. Zo schetst hij een geboorte van Venus – ’Immortelle Belle’ –, die met ’borsten bedruppeld’ uit zee en haar schelp tevoorschijn komt. Tenenkrommende kitsch! Of hij schmiert over ’een iedere meisjeszee zo jongensdroomdiep’. Grrrr! Maar wat een virtuose, eigenzinnige en originele taalbehandeling staat daar op zijn goede momenten tegenover! En die momenten zijn verre in de meerderheid.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.