*

 

Hoe meer ambtenaren, hoe meer regels

door Monic Slingerland − 30/01/07, 00:00

Volgens de Raad van Economische Adviseurs neemt de overheid per jaar duizenden extra ambtenaren aan zonder te weten wat ze doen en of dat zinvol is. Het is in strijd met het voornemen de overheid in te krimpen.

Met ambtenaren is op zichzelf niets mis, verzekert topeconoom Kees Koedijk. Het enige waar hij als voorzitter van de Raad van Economische Adviseurs (REA) bedenkingen bij heeft, is dat er ieder jaar duizenden ambtenaren bijkomen zonder dat de overheid dat wil of weet.

Tussen 2001 en 2005 zijn dat er maar liefst 22.531 geweest, aldus de berekeningen van de vijf topeconomen die samen de REA vormen, adviesorgaan voor het parlement en een kleine twee jaar in functie. De toename van het aantal ambtenaren is vooral te vinden bij de rijksoverheid (die groeide met 7,4 procent) en veel minder bij de lagere overheden (alle overheden samen groeiden 2,6 procent). Cijfers die, als ze kloppen, laten zien dat het niet gelukt is taken van de rijksoverheid over te hevelen naar de lagere overheden.

Tegen de berekening van de REA maakt het ministerie van binnenlandse zaken bezwaar. De cijfers zouden niet kloppen, vooral niet de cijfers over ambtenaren die taken uitvoeren die de overheid heeft uitbesteed. Het gaat hierbij om zogeheten zbo’s, zelfstandige bestuursorganen, zoals het Centraal Bureau voor de Statistiek, TNO, de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen of de IB-groep, die taken uitvoert voor het ministerie van onderwijs.

De bedoeling van de overheid was om efficiënter te werken door taken over te hevelen naar aparte instellingen, zoals het CBS en de IB-groep. „Eerlijk gezegd heb ik geen idee of het ook echt efficiënter is om op deze manier diensten uit te besteden”, zegt prof. Koedijk, naast voorzitter van de REA ook hoogleraar financieel management aan de Rotterdam school of management, onderdeel van de Erasmus Universiteit. „Er zijn tientallen zbo’s gecreëerd, organisaties zijn verzelfstandigd, maar met welk doel dat precies gebeurd is, daarover ontbreekt een helder idee. Of dat doel gehaald is, is even onduidelijk. De overheid heeft geen zicht hierop.’’

Wat de vijf economen die samen de REA vormen vooral willen bereiken is, dat de overheid beter controleert of het beleid wel uitgevoerd wordt zoals gepland en of de genomen maatregelen wel het gewenste effect hebben. Zo’n controle zou door het parlement moeten worden uitgevoerd, op veilige afstand van het kabinet.

De ministeries van onderwijs en van binnenlandse zaken reageren stekelig op de conclusie van de REA. Op haar website, ’de week van M’, schrijft minister van onderwijs Maria van der Hoeven dat het aantal ambtenaren bij haar departement - leraren dus niet meegerekend - juist gedaald is, en wel met de vijftien procent die ook beoogd was. Met de zbo’s meegerekend die bij dit departement horen, dus de IB groep, de KNAW, TNO en nog vier, is het aantal ambtenaren bij onderwijs met elf procent gedaald. De REA zou foute cijfers hanteren, aldus de voorlichter van de minister, en zes zbo’s uit de beginjaren over het hoofd gezien hebben.

Hoe kunnen de vijf mannen van de REA zo snel uitgerekend hebben dat er 22.531 ambtenaren zijn bijgekomen tussen 2001 en 2005, terwijl hun verwijt aan de overheid is, dat die geen idee meer heeft hoeveel personeel in dienst is?

Koedijk: „Wij baseren ons op cijfers van Binnenlandse Zaken. Meer dan een half jaar geleden hebben we gevraagd om een opgave en op grond van de gegevens die we gekregen hebben, hebben we ons rapport opgesteld. Later bleek het een schatting te zijn.”

„Kernpunt is, dat we laten zien dat de overheid zelf niet weet hoeveel ambtenaren er zijn en ook niet hoeveel er zijn bijgekomen.’’

De vijf economisch deskundigen maken zich niet zozeer zorgen over de toename van het aantal ambtenaren, maar vooral over de gevolgen daarvan.

Koedijk: „Hoe meer ambtenaren, hoe meer regels, dat is het probleem. Neem de woningmarkt. Met de beste intenties probeert men alles te regelen. Maar het is beter voor het land als die regeldruk minder wordt. De bouwproductie wordt deels door de vele regels tegengehouden. Het gevolg is dat de huizenprijzen maar blijven stijgen.”

Met minder ambtenaren in deze sector kan er meer gebouwd worden en dat is in het belang van de burger.

Dat geldt ook voor het onderwijs, zegt Koedijk. De Wet op het hoger onderwijs is verdrievoudigd, doordat er allerlei regels bijgekomen zijn. „Een overheid die deregulering als beleid heeft, moet ervoor zorgen dat het aantal ambtenaren terugloopt.”

Dat brengt Koedijk op een andere drijfveer van de REA: duidelijk maken dat de overheid zich niet moet gedragen als een bedrijf. „De markt is doorgaans gericht op de korte termijn. De overheid moet de lange termijn in het oog houden.’’

Ministeries kunnen wat Koedijk betreft niet de Europese Unie de schuld geven van de toegenomen wet- en regelgeving. „Veertig procent van de toename ervan komt uit Brussel, het merendeel komt voort uit onze eigen overheid.’’

mailIcon print |