Vrede lijkt een stap dichterbij na de erkenning van de Noord-Ierse politie door de Ierse nationalistische Sinn Féin.
’Zeven uur die 86 jaar veranderden’, kopte de Belfast Telegraph gisteren, na Sinn Féins besluit om samen te werken met de Noord-Ierse politie. Cruciaal en historisch, noemden politici en media de uitkomst van het congres van zondag, waarbij een grote meerderheid zich schaarde achter het voorstel van partijleider Gerry Adams. Erkenning van politie en justitie is één van de voorwaarden voor de voortgang van het vredesproces, dat vorig jaar door de Britse en Ierse regering opnieuw in gang is gezet.
Een historisch besluit is het zeker. Gedurende 86 jaar boycotten de katholieke nationalisten politie en justitie, en voerden zij keiharde strijd met de politie in Ierland en Noord-Ierland. Tussen 1970 en 1997 doodde de verboden organisatie Ira, de paramilitaire tak van Sinn Féin, bijna driehonderd politiemensen, duizenden anderen raakten gewond door kogels en bommen van nationalistische herkomst. Politie en inlichtingendiensten lieten zich niet onbetuigd, bleek vorige week toen de politie-ombudsman in Belfast een onderzoek publiceerde met voorbeelden van samenzwering tussen de Noord-Ierse en Britse autoriteiten en protestantse loyalisten.
Dat het grotendeels protestantse politiekorps de laatste jaren is hervormd en streeft naar 50 procent katholieke agenten, een andere naam heeft en een nieuwe pet, neemt het wantrouwen niet weg. Er waren zondag dan ook kritische geluiden. Gerry McGeough, voormalig paramilitair uit East Tyron, noemde het een ’overwinning voor de Britse verdeel- en heerspolitiek’.
Toch lijkt het er nu op dat het verstand het van het hart wint binnen de katholieke gelederen. Sinn Féin-topman Martin McGuinness toonde zich begaan met verongelijkte familieleden van door politie omgebrachte katholieken. „Mijn hart vergezelt hen”, aldus McGuinness. „Maar mijn hoofd blijft achter, en daar gaat het om in leiderschap.”
En juist voor het leiderschap was deze ard fheis (congres) cruciaal. Gerry Adams wist zijn partij achter zich te krijgen met een sterk beroep op het ’algemeen welzijn’. Dit gaat over meer dan Sinn Féin of de politie, dit gaat over de toekomst van Noord-Ierland, betoogde hij. En misschien wel die van heel Ierland. Sinn Féin heeft kiezers in de Ierse republiek die dit jaar ook naar de stembus mogen. Als de partij laat zien dat ze de verantwoordelijkheid voor de politie kan dragen, hoopt zij ook rijp te worden geacht voor regeringsdeelname in Dublin. In Adams’ dromen zou dat zelfs een stapje richting hereniging van beide Ierlanden kunnen zijn, maar dat kan hij nog beter niet hardop zeggen.
Ten slotte moet nu de radicale leider van de protestantse Democratic Union Party (DUP), Ian Paisley, over de brug komen. De ommezwaai van Sinn Féin betekent niet dat de DUP nu juichend aan de onderhandelingstafel gaat zitten. Integendeel, want Adams had een voorbehoud voor steun aan het politiekorps: eerst moet de DUP instemmen met een gezamenlijke regering met Sinn Féin. De DUP zegt: wij nemen pas deel aan zo’n regering als Sinn Féin concreet toont wat zijn respect voor de huidige politie waard is.
Met die eis blokkeerde Paisley al eerder een voortgang van de vredesbesprekingen. Hij moet een wankel evenwicht bewaren tussen de hardliners en degenen die snel verder willen met de onderhandelingen.
Haast is geboden. Vanavond komen de Britse premier Tony Blair en diens collega Bertie Ahern bijeen, om te bespreken of er genoeg vorderingen zijn gemaakt door de diverse partijen. Zo ja, dan gaan de geplande verkiezingen voor de deelregering in maart door. Het is een strakke agenda, maar Blair heeft immers nog maar tot, grofweg, september.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.