Hongarije bekijkt of het Nederlandse ziektekostenstelsel als voorbeeld kan dienen voor de vermolmde Hongaarse gezondheidszorg.
De Hongaren willen graag Nederlands advies bij de ontwikkeling van een eigen nieuw verzekeringssysteem en de hervorming van hun gezondheidszorg. Voor de Hongaarse minister van volksgezondheid Lájos Molnár is het Nederlandse zorgstelsel een belangrijk voorbeeld.
Tsjechië en Slowakije hebben de ziektekostenverzekeringen al rond 1995 geprivatiseerd, zonder dat dat groot effect had op de rest van de gezondheidszorg. Het beruchte dankbaarheidsgeld – de ’fooi’ voor de arts, vaak zeer fors – bleef bijvoorbeeld bestaan. De privatisering zorgde niet voor verbetering van de ziekenhuizen, omdat de verzekeringsmaatschappijen instellingen die ondermaatse zorg leveren, niet mogen uitsluiten.
Hongarije loopt nog achter op dit terrein. Maar Molnár, zelf voormalig directeur van een ziekenhuis in Boedapest en bekend om zijn uiterst kritische houding tegenover collega-artsen, wil de fouten van de buurlanden vermijden en het systeem op alle fronten tegelijk hervormen.
Zo moet de staatsgezondheidskas, die Hongaren gratis gezondheidszorg biedt, worden vervangen door een verzekeringssysteem met sterke trekken van het Nederlandse stelsel. Zo moet er een verplichte, betaalde basisverzekering komen voor iedereen en de mogelijkheid tot vrijwillig bijverzekeren. Op dit moment krijgen één miljoen Hongaren gratis gezondheidszorg, omdat ze bijvoorbeeld gepensioneerd zijn of boer.
Ook het ziekenhuiswezen moet op de schop. Molnár deelt bepaald niet de opvatting van veel Hongaarse artsen dat de zorg eigenlijk goed is. Hij heeft veel kritiek op het grote aantal te kleine, niet gespecialiseerde ziekenhuizen en ziekenhuisafdelingen, waar ongeoefende artsen riskante behandelingen uitvoeren, met alle gevolgen van dien.
Binnen Europa zijn de Hongaren medische topconsumenten. Ze gaan gemiddeld zes keer per jaar naar een arts, gebruiken de meeste medicijnen en ondergaan de meeste operaties. Per duizend ziekenhuispatiënten wordt er in Hongarije 220 keer gesneden. In Nederland is dat 73 keer. Die cijfers moeten omlaag, niet vanwege bezuinigingen, maar om gezondheidsredenen.
Het verzet tegen Molnárs voorstellen is groot. „Te snel en ongeorganiseerd”, is het oordeel van György Harmat, directeur van het Pál Heim Kinderziekenhuis in Boedapest en bestuurslid van de Hongaarse ziekenhuisvereniging. Volgens Harmat kosten dergelijke veranderingen jaren. Ook minister Hoogervorst (Volksgezondheid) benadrukte vorige week tijdens een bijeenkomst in Hongarije dat het Nederlandse zorgstelsel het resultaat is van jaren van geleidelijke reorganisatie.
Die tijd heeft Molnár niet. Hij erkent dat hij het Nederlandse systeem niet zomaar kan overplanten. „Maar we kunnen er wel van leren.” Zo hoopt hij bijvoorbeeld op hulp bij de publieksvoorlichting, in Hongarije een heikel punt. Veel Hongaren zien de gezondheidshervormingen als een bezuinigingsmaatregel.
Molnár: „Hongaarse politici hebben de afgelopen tijd meer over de gezondheidszorg geleerd dan ooit daarvoor. We krijgen nog enorme debatten de komende tijd. Daardoor zullen plannen nog wijzigen. Maar één ding staat vast: de hervorming van de gezondheidszorg is voor deze coalitie een topprioriteit. Dat was hiervoor nooit het geval.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.