*

 

Aanslag verandert niets aan strategie

door George Marlet − 22/01/07, 00:00

De zelfmoordaanslag op Nederlandse militairen in Uruzgan geldt als een waarschuwing van de taliban om niet dichterbij te komen.

De Nederlandse Task Force Uruzgan (TFU) is afgelopen vrijdag door het oog van de naald gekropen. De vijf gewonden die vielen door een zelfmoordaanslag hadden net zo makkelijk vijf doden kunnen zijn. De chauffeur van een personenauto blies zichzelf op toen een Nederlandse patrouille voorbij reed. De aanslag is niet alleen de eerste zelfmoordaanslag, maar ook een van de ernstigste sinds de taakgroep in augustus vorig jaar aan de missie in Uruzgan begon. Niet eerder vielen bij een aanslag zoveel gewonden.

Militair gezien is de aanslag een kwestie van actie en reactie. Taliban-strijders voelen zich belaagd en laten door de aanslag weten dat de Nederlandse militairen niet dichterbij moeten komen. De aanslag heeft geen invloed op de gevolgde strategie. „We waren ons altijd bewust van het gevaar en we gaan gewoon door met ons werk’’, zei TFU-commandant kolonel Theo Vleugels vrijdagavond.

De Task Force Uruzgan probeert samen met Afghaanse troepen zijn invloed uit te breiden in de Baluchi-vallei. Dat is nodig om de twee Nederlandse ’inktvlekken’ rond Tarin Kowt en Chora met elkaar te verbinden. De inktvlek-strategie is een beproefde methode om vanuit een versterkt kamp steeds meer gebied onder controle te krijgen.

Tussen provinciehoofdstad Tarin Kowt en Chora ligt de Baluchi-vallei, waar taliban-strijders actief zijn. Vanuit een vooruitgeschoven post, patrouillebasis Poentjak, rijden Nederlandse en Afghaanse troepen patrouilles door het gebied. Daar slaan taliban-groepen op aan. Vorige week, op 11 januari, werden al Nederlandse commando’s en mariniers beschoten toen zij op verkenning gingen. Twee dagen later was het de beurt aan een eenheid van het Afghaanse leger.

De zelfmoordaanslag van vrijdag roept de vraag op of het nog verantwoord is om betrekkelijk open door de Baluchi-vallei te patrouilleren. De vier militairen met de ernstigste verwondingen reden in een pantservoertuig, maar stonden ’bovenluiks’, het bovenlichaam alleen beschermd door scherfvest en helm. Het lijkt voor de hand te liggen om voorlopig volledig onder pantser patrouilles te rijden, maar daar zitten ook nadelen aan. De bemanning heeft minder zicht op wat er rondom het voertuig gebeurt en – minstens zo belangrijk – heeft minder contact met goedwillende Afghanen.

In de politieke discussie over de uitzending naar Uruzgan gaat het om de vraag of de Nederlandse troepen wel toekomen aan (weder)opbouw als er voortdurend slag moet worden geleverd met taliban-groepen. Militairen benadrukken dat het geen kwestie is van vechten of opbouwen. Gevechten zijn soms nodig om rust in een gebied te brengen en opbouw mogelijk te maken, is de redenering. Zo lang Nederland de Baluchi-vallei nog niet onder controle heeft, zijn confrontaties dus onvermijdelijk.

Tot nu toe zijn er aan Nederlandse kant bij gevechten en aanslagen geen doden gevallen, terwijl in de aangrenzende provincies Helmand en Kandahar tientallen Britse en Canadese militairen om het leven zijn gekomen. Dat heeft de Nederlanders de bijnaam lucky Dutch opgeleverd. Maar dat geluk kan een keer op zijn.

mailIcon print |