cannes – Er staat een opgeluchte glimlach op het gezicht van Anton Corbijn. ’Control’, het speelfilmdebuut van de beroemde Nederlandse fotograaf en videoclipmaker, is op het Filmfestival van Cannes met bemoedigend applaus ontvangen.
De film toont in schitterende, kraakheldere zwart-witbeelden het leven van de Britse Joy Division-zanger Ian Curtis, die op 18 mei 1980 – aan de vooravond van zijn eerste grote Amerikaanse tournee – zelfmoord pleegde. Ian Curtis was 23 jaar.
Na zijn dood vormden de drie overgebleven Manchester-musici de band New Order, die deze week speciaal werd ingevlogen om de première in Cannes bij te wonen. Ook weduwe Deborah Curtis was aanwezig. Zij schreef ruim tien jaar geleden het boek ’Touching from a Distance’, dat als een van de inspiratiebronnen voor Corbijns film diende.
Het verhaal van de veel te jong gestorven rockheld wordt door Corbijn op vrij klassieke wijze verteld, van het moment dat hij op zijn tienerkamertje zijn grote voorbeelden David Bowie en Lou Reed imiteert, tot de dag – precies 27 jaar geleden – dat hij zich ophangt in zijn kleine grijze woning in Mecclesfield.
De eveneens debuterende hoofdrolspeler Sam Riley brengt een mooie reïncarnatie van Curtis als een talentvolle, gedreven, maar ook hypergevoelige, door epileptische aanvallen geteisterde musicus die verstrikt raakt tussen twee vrouwen van wie hij zielsveel houdt, en die de druk van de roem niet aankan. Ian Curtis wordt door Corbijns lens een soort moderne Wordsworth.
Maar wat vooral verrassend is, is dat de film behalve tragisch, ook erg grappig is. De feestelijk Britse onderkoelde humor zorgde donderdag, bij de wereldpremière in Cannes, voor lachsalvo’s in de zaal. Corbijn, die de drie miljoen Britse ponden die zijn film kostte voor een groot deel zelf financierde, heeft van zijn jeugdheld geen mythe, maar mens gemaakt.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.