Gedeeltelijk arbeidsongeschikten hebben in grote ondernemingen net zoveel – of weinig – kans op geschikt ander werk als in kleine bedrijfjes.
Dat blijkt uit onderzoek van de Stichting van de Arbeid over werknemers die tot 35 procent zijn afgekeurd. Deze werknemers hebben sinds de invoering van de WIA (de opvolger van de WAO) geen recht meer op een uitkering. Ze horen op grond van afspraken tussen werkgevers en bonden aan het werk te blijven in hun eigen bedrijf. Dat lukt lang niet altijd, blijkt uit het onderzoek, waarvan delen vorige week uitlekten: ruim de helft is twee jaar na de eerste ziekmelding al niet meer bij zijn eigen baas in dienst.
Een kleine zestig procent van de werkgevers die problemen ondervonden bij de reïntegratie van deze zieke werknemers, noemt het ontbreken van alternatieve functies als een belangrijke belemmering. Opvallend is dat dit argument niet alleen wordt genoemd door kleinere werkgevers, en werkgevers die zeggen weinig verschillende functies te hebben, maar ook door grotere bedrijven waar wel verschillende soorten werk voor handen zijn.
Werkgeversorganisaties zeiden vorige week juist dat het vinden van vervangend werk in de eerste plaats een probleem is in het midden- en kleinbedrijf. Standaardvoorbeeld: de kapperszaak, waar niet of nauwelijks emplooi is voor mensen die niet meer kunnen knippen. Die redenering haalt het onderzoek onderuit, afgaande op wat de werkgevers daar zelf over zeggen.
Ook de geënquêteerde werknemers zien het ontbreken van geschikt werk als een belangrijke reden voor het falen van reïntegratie. Wel denken veel werknemers dat het best had kunnen lukken met ander werk, andere productiviteitseisen, of kortere werkweken.
De belangrijkste belemmering voor reïntegratie is volgens werkgevers echter niet het ontbreken van passend werk. Met stip op één: de gezondheid van de werknemer. Ook veel werknemers – zowel degenen die weer aan de slag zijn als degenen die thuis zitten – noemen gezondheid als een belangrijk probleem bij werkhervatting. De helft van de werknemers die tot 35 procent zijn afgekeurd, is het bovendien oneens met de keuringsuitslag.
Wat weer niet uitmaakt is leeftijd. Er waren twee jaar na de eerste ziekmelding net zoveel vijftigers aan het werk als dertigers. Zieke oudere werknemers gewoonweg afschrijven: het rapport biedt geen munitie voor dergelijke veronderstellingen. Wel maakt opleiding verschil. Van de mensen met alleen lagere school had een kwart na twee jaar ziekte nog een dienstverband. Bij de universitair geschoolden was dit 57 procent. Hoger opgeleiden kregen vaker de gelegenheid minder/flexibeler te werken. Geen discriminatie, menen de onderzoekers want hogeropgeleiden verdienen meer en kunnen minder werken.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.