*

 

Alsof fractievoorzitters huilbaby’s zijn die alleen in Wijffels speciale kliniek tot iets goeds in staat zijn.

Willem Breedveld − 17/01/07, 00:00

Zelden zag ik hèt grote probleem van de politiek, maar ook de oplossing daarvan indringender onder de aandacht gebracht, dan in het openingsartikel van Trouw van afgelopen maandag. Dat ging over huilbaby’s en hoe die rustig te krijgen en op het spoor te zetten van een gezonde ontwikkeling voor henzelf en hun ouders. Maar voor mijn geestesoog zag ik vooral wonderdokter Herman Wijffels en zijn speciale kliniek voor huilende politici. Maandenlang, wat heet jarenlang, hebben ze ons, ouders, gek gemaakt. Ons dingen beloofd die ze niet waar zullen en ook niet waar kunnen maken. En kijk nu toch eens hoe rustig ze zijn en wat voor prachtig kabinet ze in elkaar aan het knutselen zijn?

Net als in het verhaal over die echte huilbaby’s bleek het verrassend eenvoudig dit wonderbaarlijke resultaat te bewerkstelligen. Gewoon een kwestie van minder prikkels toedienen. Kortom, door de aloude drie r’s te koesteren, die van rust, regelmaat en reinheid. In het geval van Wijffels betekende dat vooral het uitschakelen van de zogenaamde spindokters, van die hele horde voorlichters, mediadeskundigen, fractiemedewerkers, ambtenaren en Kamerleden die normaal gesproken het formatieproces op de voet volgen en die iedere zet op dat schaakbord publiekelijk of in de wandelgangen de gewenste ’spin’ proberen te geven. Hoe goed bedoeld ook, meestal resulteert die bemoeienis in veelal onbeheersbare golfbewegingen in de publiciteit, die op haar beurt het onderhandelingsproces ernstig in gevaar brengen. Dankzij wonderdokter Wijffels moeten zij nu op een houtje bijten en lijkt de formatie naar wens te verlopen. Zelfs Trouws geharnaste Binnenhofwatcher Hans Goslinga sluit niet uit dat zich onder zijn leiding een wonder voltrekt.

Ondertussen blijf ik wel met een paar vragen zitten die zelfs Wijffels niet kan en ook niet zal beantwoorden, omdat hij als informateur aan niemand verantwoording schuldig is, behalve aan de koningin. Eén daarvan is dat hij de fractievoorzitters letterlijk als huilbaby’s behandelt. Tijdens de verkiezingen hebben zij in zijn optiek allemaal maar wat gebruld. Zo wilde de één dat er absoluut niet getornd mocht worden aan de hypotheekrenteaftrek, of het bejaardenpensioen, terwijl de ander dat juist onaanvaardbaar vond. Voor de één is het tot dusverre gevoerde kabinetsbeleid alleenzaligmakend voor Nederland, de ander wil daar juist mee breken. En een derde zit weer met allerlei ethische vragen, waar de anderen weer niet aan willen. Allemaal goed en wel, zegt Wijffels, waar het nu om gaat is visie en de ontwikkeling van Nederland in de komende jaren. Inderdaad, alsof die fractievoorzitters in de maanden daarvoor maar wat in de ruimte hebben gezwetst. Alsof ze niet onze instemming hebben gevraagd voor hun visie en beleid voor de komende jaren. Waar hebben we eigenlijk verkiezingen voor gehouden?

Het is waar, Wijffels zit met twee verliezers aan tafel en een verrassende, maar verhoudingsgewijs kleine winnaar. Maar ik weiger te geloven dat zij zich op deze manier door Wijffels laten pamperen. Dat zou al te dol zijn. En zo is het gelukkig ook niet. Aan tafel zitten volwassen politici, die als geen ander in de gaten hebben dat er niks anders opzit dan deze combinatie. Het is een geval van uiterste noodzaak. Ze zijn tot elkaar veroordeeld. Onder zulke druk zijn er inderdaad mooie dingen mogelijk. Maar het is ook heel goed mogelijk dat ze terugschakelen naar de noodzaak van een slechter alternatief: één waarin de fractievoorzitters maximaal afstand nemen van het kabinet en zo ruimte creëren voor hetzij een minderheidskabinet, hetzij een extra-parlementair kabinet (waarbij zowel Bos, Balkenende als Rouvoet gewoon in de Kamer blijven zitten om vanuit die positie de touwtjes van de macht in handen te houden). Hoe dan ook, in de politiek draait het nog altijd om macht. In dat spel heeft de zalvende praat van Wijffels hooguit de betekenis van smeerolie.

mailIcon print |