*

 

Er is al stress genoeg in het eindexamenjaar

Door: redactie − 17/01/07, 00:00

Het idee eindexamensop-maat aan te bieden, is een voorbeeld van doorgeschoten individualisering. Bovendien: kan het wel in de praktijk?

door Gerrit-Jan Klifman

Eindexamen doen als je er klaar voor bent (Trouw, 15 januari) is kennelijk een diep gekoesterde wens van Haagse politici. In juli 2004 besteedde deze krant ook al uitvoerig aandacht aan het voornemen van het toenmalige kabinet om de eindexamens in het algemeen voortgezet onderwijs te spreiden. Momenteel is een proef gaande op elf scholen wat betreft deze vorm van eindexaminering. In 2010 evalueert het ministerie van onderwijs deze proef.

Mijn vraag is: Hoe verdraagt zich dit experiment met de herhaaldelijk gedane mededeling door minister Maria van der Hoeven, dat er voorlopig rust dient te zijn in het onderwijs en er beslist geen ingrijpende veranderingen in gang gezet zullen worden?

Wie les geeft in de bovenbouw van havo en vwo weet hoe hectisch het eraan toegaat in de laatste leerjaren vanwege de toetsperioden, meestal vier of meer per leerjaar. De betrekkelijke rust die er heerst in de tussenliggende weken waarin les gegeven wordt, weegt bij lange na niet op tegen de stress zowel bij de docenten als de leerlingen ten tijde van de toetsweken. De meeste leerlingen immers wachten met de voorbereiding tot de laatste dagen voor de toetsperiode. En de docenten krijgen stapels correctie mee naar huis die in korte tijd moet worden afgewerkt

Als nu ook nog in het examenjaar op verschillende momenten eindexamen gedaan kan worden, zal de onrust en de stress nog meer toenemen. Laten we eens uit gaan van vier tijdstippen waarop eindexamen gedaan kan worden, dan rijzen er tenminste vijf vragen.

Heeft de overheid óók op vier momenten examenopgaven ter beschikking van een gelijk niveau voor die vakken die ook een centraal (landelijk) examen kennen?

Is het systeem van de tweede corrector te handhaven met alle administratieve rompslomp er omheen als er ook vier keer een landelijk examen afgelegd kan worden?

Zal de leerling zich niet voor de eerste de beste keer opgeven? Je kunt immers altijd een gokje wagen, haal je een zesje, dan ben je er af.

Komt er van lesgeven en les krijgen in het laatste schooljaar nog iets terecht?

En als vijfde en laatste vraag: Kan het vervolgonderwijs – hbo en universiteit – direct aansluiten, dus ook enige keren per jaar een nieuwe cursus starten?

Nu zou het denkbaar zijn dat de overheid het centraal landelijk examen afschaft en zó de problematiek van de flexibele examinering uitsluitend en alleen bij de scholen neerlegt. Zo een stap zou zeer wel passen bij de politiek van de terugtredende overheid. De inspectie zou inzage kunnen eisen in de opgaven voor de schoolexamens en tevens controle uitoefenen op de beoordeling ervan. En bovendien, zo geloven diegenen in onderwijsland die een onverwoestbaar vertrouwen hebben in de goedheid van de mens: weet de school niet zelf het beste hoe examens af te nemen en het niveau ervan te bepalen?

Zoals bij veel discussies in Nederland wordt ook ten aanzien van het flexibel maken van het tijdstip van de eindexamens niet of nauwelijks ingegaan op wat ten diepste de achtergrond is van dit streven. Volgens mij is dat de fanatieke wil tot een extreem doorgevoerde individualisering.

In de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw ging het onderwijs gebukt onder het streven naar gelijkheid: wat Jantje niet kon leren, mocht Pietje niet leren. Sinds het begin van de jaren negentig werd het paard van de individualisering en annex daarmee het zelfstandig leren weer van stal gehaald.

Een klas is een optelsom van individuen. Iedere leerling moet op zijn of haar wijze de eindstreep zien te halen. De leraar is slechts een coach. Ben je klaar voor een toets, dan heb je er recht op dat die wordt afgenomen, zo ook met het eindexamen. Moeten wachten op een ander of op anderen is gelijk aan vloeken in de kerk.

Moeten deze uitgangspunten - een zeer sterk doorgevoerde individualisering en een zweren bij zelfstandig werken - ons onderwijs bepalen? Zeker op christelijke scholen moet men beter weten. Het ten troon heffen van het individu en de zelfstandig handelende en denkende mens zijn producten van het verlichtingsdenken, waarbij de ander pas in het vizier komt als óf mijn vrijheid geschaad óf mijn belang gediend wordt.

Het past geheel in het postmodernistisch denken van vandaag om de vraag te vermijden: Wat is goed en wat slecht in het onderwijs, en op grond van welke levensbeschouwelijke ideeën is dat zo?

Deze vraag – zo zeggen de postmodernisten – kan alleen op individueel niveau beantwoord worden Ook de mening van een leraar of lerares doet er dan niet meer toe.

mailIcon print |