*

 

In het pak naar een presentatie

door Deborah Jongejan − 18/01/07, 00:00

Studenten technische bedrijfskunde liggen goed in de markt. Binnen drie maanden hebben ze een baan. Zelfs zorginstellingen werken tegenwoordig hightech.

’Doe je jas eens uit, zegt docent Willem Werner van de Hogeschool Rotterdam tegen een student technische bedrijfskunde die te laat het lokaal binnenkomt. „In het eerste jaar leer ik jullie zonder jas en pet naar school te komen”, houdt Werner zijn klas quasi-serieus voor. „In het tweede jaar doen jullie een stropdas om en daarna komen jullie allemaal in pak.” De studenten lachen. „Dat zal wel”, roept iemand.

Werner heeft wel een beetje gelijk. Vierdejaars studenten komen vaak in pak naar school als ze een presentatie moeten geven. Maar over het algemeen vind je bij technische bedrijfskunde niet zoveel typische ’snelle jongens’ met colbertjasjes en dure zakagenda’s als bij studies als commerciële economie.

„Wat dat betreft is er wel een cultuurverschil tussen technische bedrijfskunde en andere economische studies”, vertelt onderwijsmanager Paul Bassant van de Hogeschool Rotterdam. „De technische sector is veel informeler. Tb’ers, zoals we de studenten technische bedrijfskunde noemen, dragen meestal geen driedelig pak en streven niet zozeer een dikke lease-auto na. Ze zijn gewoon geïnteresseerd in het vak en hebben iets met techniek.”

Ongeveer een kwart van de opleiding bestaat uit vakken als materiaalkunde en productietechnieken, de rest is bedrijfskundig. Bassant: „Tb’ers leren techniek op basisniveau. We leiden ze niet op tot technici, dan kunnen ze beter een andere opleiding gaan doen. Het gaat erom dat ze iets van techniek begrijpen. Technische bedrijfskunde wil juist een brede opleiding zijn. Het probeert het hele productieproces in bedrijven te dekken, zodat studenten leren over planning, inkoop, productie, verkoop en distributie.”

Verstand van techniek komt in een bedrijf goed van pas, aldus Bassant. „Als een tb’er na zijn studie bijvoorbeeld marketing manager wordt van een bedrijf dat auto-onderdelen verkoopt, dan is het niet handig als hij geen verstand heeft van techniek. Ook als projectleider of consultant kan een tb’er meepraten met technici en hoeft hij geen domme dingen te zeggen.”

Na hun studie hebben de meeste technische bedrijfskundigen binnen drie maanden een baan. „Van oudsher komen tb’ers bij productiebedrijven terecht, maar je ziet ze nu in allerlei sectoren opduiken”, vertelt de onderwijsmanager. „Oud-studenten werken nu bijvoorbeeld ook in de tuinbouw, waar de bedrijven steeds groter worden en waar er meer met hightech wordt gewerkt. Ook de gezondheidszorg is een opkomende sector, omdat steeds meer zorginstellingen bedrijfsmatiger moeten werken. Daarbij komt veel techniek kijken, als je ziet met wat voor apparaten bijvoorbeeld ziekenhuizen te maken hebben.”

Dat je met deze studie allerlei kanten op kunt, is voor veel eerstejaars de reden geweest om voor deze studie te kiezen, zo blijkt tijdens de les methodisch ontwerpen. Terwijl de studenten de opdracht hebben gekregen hun slaapkamer op schaal te tekenen, legt Guido Wolfs uit waarom hij de studie zo leuk vindt: „Je kunt ’later’ veel verschillende dingen gaan doen. Ik heb nog geen idee wat ik precies wil, maar omdat deze opleiding zo breed is heb ik in elk geval veel mogelijkheden.” Medestudent Jair da Silva Fortes sluit zich daarbij aan: „Ik vind veel dingen leuk en na deze studie kan ik verschillende kanten op. Je krijgt hier een beetje van economie, natuurkunde en techniek. Het is best een pittige opleiding, maar wel interessant.”

Met technische bedrijfskunde kun je het hoogste startsalaris gaan verdienen van alle hbo-opleidingen. De eerstejaars studenten hoorden dat pas toen ze al begonnen waren aan de studie en de meesten zien het als een fijne bijkomstigheid. „Veel geld verdienen, zodat je leuke spullen kunt kopen, is mooi meegenomen natuurlijk. Maar ik heb de studie niet gekozen voor het geld”, zegt Pieter Korteweg. „Het belangrijkste vind ik dat je passie hebt voor je werk en er met plezier naartoe gaat. Als ik zelf productiemanager ben, zou ik die visie over willen brengen aan het personeel. Als zij geen plezier hebben in hun werk, is dat slecht voor henzelf en voor het bedrijf.”

Overigens zitten er in deze klas alleen maar jongens. Er zijn weinig meisjes die voor technische bedrijfskunde kiezen. Onderwijsmanager Bassant denkt dat veel meiden afgeschrikt worden door het technische aspect van de opleiding: „We doen erg ons best om meisjes te trekken, maar veel mensen hebben het beeld dat de opleiding heel technisch is. Hoewel dat niet klopt, is het wel een barrière voor veel meiden. Dat is eigenlijk een landelijk probleem. Dit jaar zijn er zeventig eerstejaars, onder wie zes meisjes.”

Eén van hen is Amanda Geertsema. „Ik vind het best jammer dat ik een van de weinige meisjes ben, maar ik ben het wel al een beetje gewend”, vertelt ze. „Op de havo deed ik scheikunde, natuurkunde en wiskunde. Daar was ik twee jaar lang ook het enige meisje in de klas. Gelukkig is het wel hartstikke gezellig met mijn studiegenoten.”

Hoewel de studie haar tot nu toe goed afgaat, schrok Amanda wel van de grote hoeveelheid stof. „Deze opleiding is best zwaar, maar ik denk dat veel meer meisjes het zouden kunnen. Met technische bedrijfskunde kun je projectleider of manager worden en ik denk dat juist meiden heel erg geschikt zijn voor deze functies.”

mailIcon print |