*

 

Recht staat haaks op wraak

door Marc van Dijk − 10/01/07, 00:00

Wat kunnen denkers zeggen over het nieuws? Tweewekelijks spreekt Trouws filosofisch elftal zich uit. Vandaag: veel westerse reacties op de executie van Saddam Hoessein hielden het midden tussen afkeuring en opluchting. Is er iets mis met de doodstraf als het volk erom vraagt?

Menigeen liet deze dagen niet na te zeggen dat de ophanging van de Iraakse ex-dictator Saddam Hoessein, een man die zelf tienduizenden doden op zijn geweten heeft, hem of haar persoonlijk koud liet – ondanks principiële bezwaren tegen de doodstraf.

Patrick van Schie, directeur van het wetenschappelijk bureau van de VVD, sprak van een ’zegen van het recht’ en maakte van de gelegenheid gebruik om te pleiten vóór de doodstraf in ’ernstige gevallen’. Het rechtsgevoel van het volk moet bevredigd kunnen worden.

„Het is onbehoorlijk deze discussie te voeren naar aanleiding van een ophanging die geen executie was, maar een lynchpartij”, zegt rechtsfilosoof en publicist Heikelien Verrijn Stuart, gespecialiseerd in strafrecht en internationaal humanitair recht.

„Op dit proces zullen de Irakezen nooit in tevredenheid kunnen terugkijken”, vervolgt ze. „Het strafproces zat klem tussen politiek en geweld en tot overmaat van ramp namen de aanhangers van de extremist Al-Sadr de executie over. De regering liet dit alles uit angst en opportunisme gebeuren. De vernederingen zijn ook nog te googelen dankzij de opnamen met een mobieltje.”

Je kunt volgens Verrijn Stuart in dit geval niet spreken over ’het rechtsgevoel van het volk’. Alleen al omdat het ’pure arrogantie is te denken dat er één monolitisch wraakzuchtig Iraaks volk is’. „Maar ook omdat het hele proces in het teken stond van de Amerikaanse wens Saddam zo snel mogelijk uit de weg te ruimen. De zaak Doedjail is gekozen omdat de Amerikanen bij die massamoord minimaal betrokken waren – Amerika wilde niet dat de aanval op de Koerden van 1988 aan de orde zou komen. Toen waren Saddam en de Amerikanen nog politieke vrienden en zijn er chemische wapens uit de VS gebruikt.

Ook als de aanname van onschuld zoals in dit geval een fictie is, behoort een strafproces eerlijk te verlopen, en niet een middel te zijn om een politiek doel te bereiken.”

Ook politiek filosoof Noortje Marres, docent en onderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam, heeft haar bedenkingen bij de vraagstelling. Marres: „De vraag wekt associaties met de menigte die in de Bijbel de veroordeling van Jezus toejuicht, en roept om de vrijlating van Barabbas. Dat is geen democratie, dat is de tirannie van het volk.”

In dat geval ging het om een onschuldige. Maar is het ook ondemocratisch om mensen toe te staan hun eigen onderdrukker te vermoorden? Marres: „Wat is de wil van het volk? In Irak is het nu onmogelijk om een democratische wil te genereren. Daarbij: in een democratie laten burgers zich niet zomaar een oordeel in de mond leggen.”

Het is volgens Marres een diepgewortelde misvatting dat democratie bestaat uit de hegemonie van de massa. „Het is de logica die toenmalig minister Donner volgde toen hij zei dat de sharia, het islamitische rechtssysteem, hier zou moeten worden ingevoerd als daar een tweederde meerderheid voor zou zijn. Deze preoccupatie met de volkswil legt de nadruk helemaal verkeerd. De vraag moet zijn: over wélke kwesties moet het volk zich uitspreken, en hoe definiëren we die kwesties.” Over welke kwestie het gaat, is in het geval van Saddam toch duidelijk? Marres: „Jawel, maar voordat je kunt zeggen: hier kunnen we op een zinnige manier een democratische volksraadpleging aan verbinden, moeten eerst misstanden en gevaren geformuleerd worden. Democratie staat of valt bij het creëren van context, atmosfeer, instrumenten die dat mogelijk maken.

De rechtspraak is in een democratie een van de precisie-instrumenten voor het articuleren van misstanden. Als zodanig is het onderdeel van de democratie, naast de nieuwsmedia, die de formules van de rechtspraak in mensentaal vertalen. Deze inhoudelijke kant wordt vaak verwaarloosd in discussies die democratie gelijkstellen aan de heerschappij van het volk.”

Volgens Heikelien Verrijn Stuart is er een fundamenteel verschil tussen wraak en wat het strafrecht moet bieden. „Wraak is menselijk en persoonlijk. Als wraak niet slijt, is het wrok, rancune, ressentiment. Lees Nietzsche, wrok wroet eeuwig door. Maar de normale wraakbehoefte ebt weg, door de tijd en door het leven.”

Een strafproces wreekt niet, maar vergeldt, zegt Verrijn Stuart. „Als je iemand doodmaakt, spreek je hem niet aan op z’n verantwoordelijkheid. Je zegt: ’Jij bent geen mens, jij bent een monster, ik maak je dood.’ Daarmee beëindig je de mogelijkheid van vergelding.

De staat die de vermeende wraakgevoelens van het volk koestert, werpt zich op als een therapeut die suggereert dat hij pijn, angst en woede kan genezen, desnoods door de dader uit het leven weg te snijden. Gevoelens worden tot norm verheven. Het is typerend voor ons dat wij daar al debatterend nog in meegaan ook.”

Het strafproces kan haaks staan op persoonlijke gevoelens. Verrijn Stuart: „Het vereist moeite en inspanning van iedereen, niet alleen van de verdachte. Wij ontlenen ons recht tot oordelen en veroordelen aan het feit dat we ons houden aan duidelijke, van tevoren geschreven strafrechtelijke normen, die ook voor de wreedste misdadiger garanties bieden. Als het conflict in een land nog volop gaande is, als advocaten en rechters worden vermoord, als getuigen niet in openbaarheid kunnen getuigen, is er geen eerlijk proces mogelijk.”

Op de lange termijn kan de opbouwende kracht van een eerlijk proces volgens Verrijn Stuart groot zijn. „Het is een moeizame weg. Het is niet eenvoudig iemand serieus te nemen in zijn misdadigheid. Maar alleen dan nemen de staat en de burgers zichzelf serieus.”

Het feit dat redeneringen over ’de volkswil’ in Nederland te horen zijn, vindt Verrijn Stuart veelzeggend. „Wij zien onszelf ook steeds liever als slachtoffers, die je niet kunt aanspreken op het geheel. Wij eisen bescherming en beveiliging door de staat. Terwijl een rechtsstaat per definitie iets is wat we met z’n allen moeten dragen.”

Op Noortje Marres komt het Nederlandse doodstrafdebat over als een poging om de vragen waar we het werkelijk over zouden moeten hebben, te vermijden: wat zijn de oorzaken van ’het kwaad’ dat we met de doodstraf zouden willen vergelden? En hoe komt het dat we zo geobsedeerd zijn geraakt door veiligheid en straf?

Marres: „Die vragen hoef je niet meer te stellen als je voor de doodstraf pleit. De doodstraf is een dooddoener voor het denken.”

mailIcon print |