Een door de wol geverfde sociaal-democrate formuleerde enkele jaren terug zonder aarzelen wat er in haar ogen mankeerde aan PvdA-leider Bos: Wouter weet niet wat hij wil. Voor zover die waarneming juist was, sloeg zij bijna als vanzelf op de partij terug. Wist de PvdA dan nog wat zij wilde, nadat zij in 1995 op voorspraak van Wim Kok haar ideologische veren had afgeschud?
Voor meer inzicht in de toestand van de sociaal-democratie kan het verhelderend zijn die uitspraak van Kok nog eens tegen het licht te houden en daarbij de tijd en de omstandigheden te betrekken. Kok zei letterlijk: „De oude ideologie blijkt niet in staat afdoende antwoorden te geven op de sleutelvragen van deze tijd. Het afschudden van ideologische veren is voor een politieke partij als de onze niet alleen een probleem, het is in bepaalde opzichten ook een bevrijdende ervaring.”
In de reacties is het accent altijd meer op het laatste dan op het eerste deel van de uitspraak gelegd. Dat was logisch, want Kok markeerde niet alleen een historisch omslagpunt, maar gaf het tegelijk kleur. Daarin zat een sterk persoonlijk element, dat in die dagen misschien wat over het hoofd is gezien. Toen hij de uitspraak deed, regeerde hij een klein jaar met de VVD. Het besluit om met die partij, de oude aartsvijand van de PvdA, de samenwerking aan te gaan was hem niet licht gevallen. Maar nu had hij het gevoel dat hij de juiste keuze had gemaakt en dat werkte bevrijdend.
Dat sterke effect moet mede worden verklaard uit de voorgeschiedenis. Kok zag het na zijn intrede in de landspolitiek in 1986 als zijn missie van de PvdA van een polariserende actiepartij weer een degelijke regeringspartij te maken. Dat was hem ondanks veel tegenslagen en morele opdoffers (vooral tijdens de WAO-crisis) gelukt. Vanuit het Torentje uitkijkend over het politieke landschap leek het er zelfs op dat de partij voor langere tijd de spilpositie in de Nederlandse politiek zou kunnen innemen.
Als grootste concurrent voor deze positie beschouwde Kok de liberalen. Dat was niet zo verwonderlijk. Het was zes jaar na de val van de Muur en de liberalen leken in een geïndividualiseerde samenleving die niets meer moest hebben van leerstellige systemen, op weg naar een nieuwe bloeiperiode. In de Den Uyl-lezing, waarin hij zijn uitspraken deed, zag Kok dan ook geen rol meer voor het CDA. Tot verontwaardiging van de christen-democraten noemde hij hen zelfs niet eens.
In de visie van Kok zou het gevecht gaan tussen de PvdA en de liberalen met als inzet een kleinere, maar actieve overheid dan wel een minimale staat.
Hier voorzag hij voor zijn partij een probleem, omdat zij vanwege haar vereenzelviging met de verzorgingsstaat de reflexmatige neiging had ontwikkeld de overheid tegen elke aanval in bescherming te nemen. Het andere probleem dat hij onderkende was dat de rol van de PvdA als verbindende schakel tussen arbeiders- en middenklasse leek uitgespeeld. Hoewel er nog grote verschillen bestonden, was het lastig nog arbeiders en kapitaalbezitters te onderscheiden.
Zonder twijfel zat er in deze uitspraken van Kok ook een element van rechtvaardiging van zijn keuze voor de ongekende samenwerking met de VVD. De liberale leider Bolkestein ontvouwde in die tijd overigens een visie, waarin voor de sociaal-democratie geen plaats meer was. Het is ironisch dat nu, twaalf jaar na dato, zowel liberalen als sociaal-democraten tobben over hun raison d’être, terwijl partijen die op sterven na dood werden verklaard of aangewezen leken voor een bestaan in de marge opgang maken. Wouter is echt niet de enige die niet weet wat hij wil.
Marijnissen (SP) en Wilders (PVV), de grote winnaars van de laatste Kamerverkiezingen, kunnen hooguit scherp formuleren wat zij niet willen en daarmee aanzienlijke groepen kiezers verleiden. Een nieuw perspectief bieden zij niet, net zomin als het politieke vermogen positief op veranderingen in te spelen. Die gretigheid is wel degelijk aanwezig bij de liberalen, sociaal-democraten en christen-democraten. Dat gegeven relativeert de crisis of overgangsfase waarin de PvdA en de VVD zich bevinden.
De crisis in de politiek is breder en kent vele oorzaken, waarvan het ontbreken van richting misschien wel de voornaamste is. Daardoor kunnen politici niet hun tanden zetten in een groot project dat structuur geeft, zoals de emancipatie van bevolkingsgroepen, de wederopbouw, het optuigen van de verzorgingsstaat en, niet minder, de ontmanteling van dit bouwwerk. Deze kathedraal, zoals de socioloog Ernest Zahn het gebouw van de sociale regelingen eens omschreef, was de uitdrukking van het groeiende geloof in de maakbare samenleving, maar ook dit geloof is de laatste decennia op de terugtocht.
Voor zover er nog wel grote projecten zijn, zoals de Europese Unie, het veiligheidsbeleid in het Midden-Oosten en de strijd tegen de opwarming van de aarde, zijn ze omgeven door veel onzekerheid. Dat maakt politici, die sinds de ontzuiling niet meer kunnen rekenen op een vaste aanhang en een toereikende ideologie, terughoudend. Wim Kok meende in de jaren negentig dat kon worden volstaan met louter beheer van het bestaande, maar ook dat is een vergissing gebleken. Verwonderlijk is het dus niet dat Wouter niet weet wat hij wil.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.