De laatste jaren telde ik op mijn bedrijf – een gemengd biologisch dynamisch akkerbouwbedrijf – jaarlijks 29 controles. Natuurlijk vind ik dat er regels moeten zijn, maar het zijn er té veel.
Absurde regels zijn er gekomen: neem de maatregel die het onmogelijk maakt dat een scholier, die even niet veel huiswerk heeft, meehelpt bij een plotselinge bestelling. Deze scholier had je al een dag tevoren moeten opgeven aan de belastingdienst.
Afgelopen zomer had ik een student opgegeven, die op een donderdag zou komen helpen met aardappels rooien. Donderdagmorgen regende het echter, het rooien kon niet doorgaan, de volgende dag was hij ziek en de week erop was hij niet meer beschikbaar. Alles vergeefse moeite. We moeten dit er allemaal bij doen, omdat het niet ons eigenlijke werk is.
Ook een absurde maatregel is het niet meer mogen verbranden van restjes stro, hooi en plankjes. Nu moet ik er 60 km voor rijden en per kuub betalen. Ik mag het niet naar het plaatselijke afvaldepot brengen omdat die alleen huishoudelijk afval accepteert. Dit vraagt om ontduiking. Waarom is hier niet een wet/maatregel gekomen, die controleert op, wát er verbrand wordt?
En dan het Faunafonds dat uitbetaalt voor wildschade. Vorig jaar werd de eerste 250 euro schade niet meer uitgekeerd om zo de administratieve lasten de baas te kunnen blijven. Dit betekent dat wij als boeren meebetalen aan de regelgeving waar wij zo op tegen zijn.
Ik noem het absurde, respectloze regelgeving. Mijn buurman noemt het ’boertje pesten’. Wij, de vaklui, (boeren-onderwijzers-verzorgenden-bouwvakkers), die het toch echt beter weten, worden te weinig serieus genomen en te weinig vertrouwd. Men komt aan onze beroepseer: geringschatting van ons vakmanschap. Gelukkig heb ik de Stichting Beroepseer ontdekt. Het is goed te weten dat ik hier niet alleen in sta.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.