*

 

Verveelmoment

Wim Boevink − 30/01/07, 00:00

We spreken van een busrit, als we de bus nemen. Maar we spreken van een treinreis, als we de trein nemen. Nog steeds is de trein verbonden met de notie van reizen en dus zijn duizenden mensen dagelijks met de trein op reis – van huis naar werk, van werk naar huis.

U voelt al: dit is geen reizen.

Laatst zag ik onder woorden gebracht wat het eigenlijk wel is. De uitgever van het nieuwe gratis ochtendblad De Pers, Cornelis van den Berg, omschreef de tijd die we tussen wonen en werken in de trein doorbrengen als een ’verveelmoment’. En inderdaad, je ziet onderweg maar weinig mensen opgewonden of in gespannen verwachting naar buiten kijken.

Inmiddels zijn er drie gratis kranten om de verveling te bestrijden: twee ANP-bodes (Metro, Spits) en een kwaliteitskrant (De Pers) met eigen nieuwsgaring. Ze willen wel alle drie hetzelfde verveelmoment bestrijden, dat van de heenweg, de terugweg zijn we aan onszelf overgeleverd en staren we in de donkere ramen naar onze spiegelbeelden.

De kranten teren dus op onze verveling, ze ontlenen er hun bestaansrecht aan. De NS, de producent van de verveling, krijgt er extra inkomsten door, want voor het plaatsen van die krantenbakken op de stations moeten de kranten betalen, maar ons, de reizigers, kost dat allemaal niets. We zijn inmiddels gewend om verveeld in Metro of Spits de aanbiedingen van mobiele telefoons te scannen of van driedaagse busreizen naar het Sauerland. Want kranten als deze scan je, die lees je niet. Ze zijn gemaakt voor diegenen die zich het allermeest vervelen: de jongeren. Scan de openingskoppen van Metro van vorige week: ’Jeugd rijdt roekeloos’ , ’Dance-scene wast wit’ , ’Pleingeweld op YouTube’. Eigenlijk verruilen we de ene verveling voor de andere.

Met de komst van De Pers moet ook daaraan een einde komen. Verwoed deed ik de afgelopen week pogingen om op Utrecht CS, net na de ochtendspits, exemplaren van de krant te pakken te krijgen, maar al die turkooizen bakken gaapten me leeg aan: de behoefte aan een gratis kwaliteitskrant moest enorm zijn. In de treinen vond ik De Pers hier en daar nog, rustig van opzet, helder van toon, maar wel erg pril nog, zonder patina, zonder contour. De Pers verhoudt zich tot de andere kwaliteitskranten als een vinexlocatie tot een oude stadswijk. Het is er hoogst doelmatig en functioneel, er valt veel licht naar binnen, maar er is nog weinig groen en er zijn geen ingesleten voorzieningen, geen doorrookte stamkroegen.

Een kwestie van tijd. De Pers is nu al te goed voor het verveelmoment, je hebt er een echte treinreis voor nodig. Straks ligt hij bij grote kantoren, op tankstations, in supermarkten. Met een zakelijke, goed geformuleerde weergave van het nieuws. Alleen wat we met dat nieuws aanmoeten, hoe we het moeten wegen – ook dat is een zaak van een kwaliteitskrant.

mailIcon print |