*

 

Universiteiten koesteren talent uit andere landen

Hanne Obbink − 04/09/07, 00:00

Buitenlandse studenten aan de Rijksuniversiteit Groningen hadden vorige week hun eigen opening van het academisch jaar. Zo’n 900 studenten kwamen daarvoor naar de Martinikerk. Daar werden ze gewaarschuwd voor de eigenaardigheden van de Nederlandse cultuur en het onderwijs.

Schrik niet als een Nederlandse student zegt: ’Even in m’n agenda kijken’, als je vraagt of je langs zult komen, zo kregen de buitenlanders onder meer te horen. Dat betekent niet dat je niet welkom bent. En verwacht niet dat je in de collegebanken alleen maar hoeft te luisteren: van studenten wordt in Nederland een eigen inbreng verwacht.

De Nederlandse universiteiten koesteren hun buitenlanders, zo blijkt uit het evenement in de Martinikerk. „Wij leiden onze studenten op voor een wereld die dichtbij gekomen is”, zegt Madeleine Gardeur, hoofd internationale zaken van de Groningse universiteit. „Ze krijgen buitenlandse collega’s of gaan zelf buiten Nederland werken. Daar moeten ze mee leren omgaan. De aanwezigheid van buitenlandse studenten is daarom onmisbaar.”

Daar komt nog iets bij. In een aantal vakgebieden woedt een felle concurrentiestrijd om schaars toptalent binnen te halen. Met name de exacte wetenschappen kunnen in Nederland nauwelijks overleven zonder talentvolle onderzoekers uit andere landen, simpelweg omdat Nederland zelf te weinig exact talent voortbrengt. Nederland slaagt er maar matig in buitenlandse studenten te trekken. De Nuffic, de organisatie voor internationale samenwerking in het hoger onderwijs, schat dat er vorig studiejaar bijna 50.000 buitenlanders studeerden aan hogescholen en universiteiten in Nederland. Dat is zo’n drieduizend meer dan het jaar daarvoor.

Maar ondanks dat groeiende aantal is nog steeds niet meer dan 5 procent van alle studenten die zich in Nederland inschrijft van buitenlandse komaf. In landen als Belgiƫ en Duitsland ligt dat percentage ongeveer twee keer zo hoog en ook landen als Denemarken en Zweden doen het veel beter.

Hoe dat komt? De Nederlandse immigratieregels zijn nog steeds streng. „Maar dat geldt ook voor Denemarken”, zegt Gardeur. Daar staat tegenover dat het Nederlandse hoger onderwijs goed bekend staat en dat veel onderwijs in het Engels gegeven wordt. „Maar we zijn nog maar een paar jaar bezig dat ook uit te dragen”, verklaart Gardeur. „Andere landen spanden zich daar al veel eerder voor in.”

Economie en sociale wetenschappen trekken de meeste buitenlanders. Die komen vooral uit Duitsland en in mindere mate BelgiĆ«. China is per jaar goed voor enkele duizenden studenten, maar dat aantal daalt. Slechte ervaringen met Chinezen die nauwelijks Engels spraken, hebben de Nederlandse universiteiten en hogescholen voorzichtig gemaakt. Bovendien heeft China zelf steeds meer en beter hoger onderwijs te bieden. Die laatste trend is wellicht een voorbode van wat er wereldwijd gaat gebeuren. Met deze waarschuwing opende gisteren oud-minister Jo Ritzen het academisch jaar van de Universiteit Maastricht. Alleen al omdat het aantal jongeren in de Westerse landen daalt, krijgen de universiteiten hier met krimp te maken, betoogde hij. Tegelijkertijd neemt de behoefte aan hoger opgeleiden alleen maar toe. Die gaten zullen steeds lastiger opgevuld kunnen worden met buitenlandse studenten, aldus Ritzen. Weliswaar groeit het aantal jongeren in ontwikkelingslanden dat hoger onderwijs volgt enorm. Maar veel van die landen zullen binnen afzienbare tijd in staat zijn zelf voor goed onderwijs te zorgen. „Internationale studentenmobiliteit blijft geen eenrichtingsverkeer van arme naar rijke landen.” In het ergste geval ontstaat er in het Westen een tekort aan academici, voorspelde de oud-minister. Op den duur zal dan ook het bedrijfsleven dat van hoger opgeleiden afhankelijk is, wegtrekken. Alleen vernieuwend en aantrekkelijk hoger onderwijs kan dat voorkomen.

mailIcon print |