*

 

Wil je er misschien niet over praten?

door Nicole Lucas − 08/02/07, 00:00

Het is niet nodig iedereen die iets schokkends meemaakt meteen psychische hulp te bieden om zijn emoties te uiten. Dat kan zelfs averechts werken, aldus psycholoog Marit Sijbrandij.

Een verkeersongeluk, een overval, een brand, een aanranding: er is geen „beste” manier waarop mensen dergelijke ingrijpende gebeurtenissen kunnen verwerken, zegt Marit Sijbrandij. „Sommige mensen willen er graag over praten, anderen juist niet. Hulpverleners hebben nog weleens de neiging om te zeggen dat dat slecht is, dat mensen op die manier het trauma verdringen en dat later dan alsnog als een boemerang in hun gezicht krijgen. Maar voor sommige mensen is dat niet zo, en is het beter om afleiding te zoeken en er even niet over te praten.”

Toch lijkt dat een beetje vloeken in de (hulpverleners)kerk. Jarenlang was immers het idee: laat mensen die iets ergs hebben meegemaakt, zo snel mogelijk hun emoties uiten. Dat voorkomt dat ze van alles opkroppen en het helpt bij de verwerking. Op basis van dit uitgangspunt wordt in ieder geval al enkele decennia over de hele wereld, ook in Nederland, veel traumaslachtoffers opvang aangeboden. De meest gebruikte methode daarbij is een door de Amerikaan Jeffrey Mitchell in eerste instantie voor ambulancepersoneel ontwikkelde eenmalige debriefing.

Sijbrandij: „Dat is een gesprek, meestal kort na de gebeurtenis, met een aantal vaste thema’s. Er wordt op een rij gezet wat er is gebeurd, mensen krijgen de gelegenheid hun emoties te uiten en hen wordt verteld wat er mogelijk nog met ze kan gaan gebeuren en waar ze hulp kunnen zoeken.”

De laatste jaren waren er al steeds meer aanwijzingen dat deze methode geen effect heeft, zegt de psycholoog, die als onderzoeker verbonden is aan AMC de Meren in Amsterdam. „De vraag rees toen: ligt dit aan een bepaald onderdeel van het gesprek, moeten we het anders aanpakken?” Om dat uit te vinden deed ze in het kader van haar promotie onderzoek onder 236 slachtoffers van een (eenmalige) ingrijpende gebeurtenis: overvallen, ongelukken, verkrachtingen. Eenderde kreeg de gelegenheid emoties te uiten, eenderde kreeg alleen uitleg over mogelijke klachten (zogeheten psycho-educatie) en eenderde kreeg geen debriefing. Het resultaat: er bleek geen verschil in de mate waarin de slachtoffers later last kregen van de zogenaamde Post Traumatische Stress Stoornis (PTSS, zie kader).

Eenmalige opvang heeft dan ook geen zin, Sijbrandij is daarin zeer stellig. „Het heeft gewoon geen effect, dus is het onethisch te suggereren dat het wel zin heeft.” Sterker nog: „Het kan zelfs schadelijk zijn. Want het meest opmerkelijke is, en dat resultaat heeft ook mij verbaasd, dat de mensen die meteen na een schokkende gebeurtenis de meeste klachten hadden én de kans kregen hun emoties te uiten, juist meer posttraumatische stress-klachten ontwikkelden.” Een mogelijke verklaring: „Mensen worden gestimuleerd zich allerlei details te herinneren, die ze misschien anders gewoon waren vergeten. En dat is niet hetzelfde als verdringen.”

In plaats van veel tijd en energie te besteden aan dergelijke ongerichte hulp, is het nuttiger de aandacht te richten op mensen die wél langdurig klachten ontwikkelen: in Sijbrandij’s onderzoek zo’n zes procent van de slachtoffers. De psychologe onderzocht een lijstje van vier simpele vragen dat, al vrij kort na het voorval, goed voorspelt wie gevoelig zijn voor PTSS.

Hou die mensen goed in de gaten, is Sijbrandij’s advies, en zorg dat die bij de juiste hulpverlener terechtkomen. Kortdurende cognitieve gedragstherapie werkt goed, blijkt uit haar onderzoek. In een serie van vier gesprekken vertellen de slachtoffers steeds opnieuw over de gebeurtenis. „Door het steeds te herhalen, in veilige omstandigheden, verdwijnt de angst”, legt Sijbrandij, die morgen promoveert, uit. Ook wordt gewerkt aan het bespreken van irrationele gedachten en overtuigingen. „Mensen reageren hier goed op”.

Maar, zo bleek tevens uit het onderzoek waarbij 143 mensen waren betrokken, als die therapie er niet komt, gaan bij veel mensen na verloop van tijd de klachten óók over. Ook dat heeft de onderzoeker zeer verbaasd. Daaraan de conclusie verbinden dat therapie dus weinig uitmaakt, gaat haar echter veel te ver. „Niet iedereen heeft de therapie nodig”, aldus de promovenda, „maar als je wacht met iemand hulp bieden, heeft dat wel het risico dat iemand allerlei bijkomende problemen krijgt, op zijn werk, of in zijn relatie. Bovendien blijven er natuurlijk mensen die hulp wel heel goed kunnen gebruiken.”

Het onderzoek van Sijbrandij is niet overal goed gevallen. „Het voelt contra-intuitief.” Maar, benadrukt ze, ze wil helemaal niet terug naar de jaren vijftig, toen men vond dat er niet te veel aandacht aan besteden de beste manier om bijvoorbeeld met een oorlogstrauma om te gaan.

„Het was een houding van niet zeuren, maar doen.” Dat is geleidelijk heel anders geworden. „Maar daar komen we nu toch weer enigszins van terug.”

Sijbrandij: „Dat veel mensen zich verloren voelen, slecht slapen na een ingrijpend voorval, is in principe normaal. Maar het gaat vaak ook weer vanzelf over. Veel mensen zijn goed in staat een trauma te verwerken. Die hebben eigenlijk vooral baat bij een kaartje, een bosje bloemen of iemand die na een ongeval meehelpt met het invullen van verzekeringspapieren.”

mailIcon print |