Koning Albert is nog niet eens uitgenodigd om de Belgische oud-kolonie Congo te bezoeken, of de regering ruziet er al over. De president moet nog maar even wachten.
De Belgische regering weet even geen raad met Congo, de vroegere kolonie. Moet de koning der Belgen naar Congo gaan om de prille democratie daar te steunen? Of moet koning Albert de kat nog maar even uit de boom kijken?
Koninklijke bezoeken aan een ander land zijn doorgaans de bekroning van een mooie vriendschap. Daarom moeten zulke bezoeken probleemloos zijn, alles moet glad gestreken zijn voordat er in het openbaar over wordt gesproken. In dit geval staat een onderlinge ruzie van de Belgische regering al in de krant, terwijl koning Albert nog niet eens officieel is uitgenodigd door Congo.
Het is de zoveelste vreemde wending in de geschiedenis van de Belgen met Congo, hun enige koloniale avontuur. Achtereenvolgende koningen staan centraal in die historie.
Even buiten Brussel, in het villadorp Tervuren, staat het symbool van die geschiedenis: het Afrika-museum. Het heeft veel weg van een paleis, met zijn koningskronen op de daklijsten en zijn gemanicuurde park met vijvers. Het museum is gebouwd met geld dat koning Leopold de Tweede verdiende in Congo. De Congolese rubber leverde hem aan het eind van de negentiende eeuw zoveel op dat hij Brussel overhoop kon halen om her en der protserige bouwwerken neer te zetten. De tweede koning der Belgen liet zo zijn jonge koninkrijk een maatje groter lijken dan het was.
Overal in Europa zijn koloniale musea verbouwd tot meer politiek correcte instellingen die de veelkleurigheid van de derde wereld bezingen. Het museum in Tervuren is nog lang niet zo ver. De royale zalen vormen nog steeds een advertentie voor de Belgische kolonie waar zoveel te halen valt. Slechts een paar onopvallende voetnoten zeggen dat er ook een ander Congo bestaat, een Congo dat zwaar geleden heeft onder koloniaal bestuur.
België wilde eigenlijk helemaal geen kolonie. De wereld was eind negentiende eeuw al grotendeels opgedeeld tussen de Europese landen. Voor een laatkomer schoot er weinig aantrekkelijks meer over.
Bovendien had België met zijn kolen en staal al een welvarende economie. Maar koning Leopold wilde bij de groten der aarde horen en zocht voor zichzelf een kolonie. Eerst probeerde hij die te kopen. Toen dat mislukt was, deed hij met list en bedrog een greep naar het hart van Afrika, naar het bekken van de grote Congo-rivier.
Befaamde ontdekkingsreizigers als Livingstone en Stanley waren nog maar net uit de Congolese jungle tevoorschijn gekomen. Hun verhalen deden de begeerte van de koning groeien. Hij nam Stanley in dienst. Maar het Europese kolonialisme had al geen beste naam meer. Dus deed Leopold alsof hij alleen maar liefdadigheid wilde verrichten in Afrika. Zo wilde hij de slavenhandel bestrijden, die ondanks de officiële afschaffing nog steeds bestond. Hij richtte verenigingen op met mooie namen om de wantrouwige koloniale machten die zich op de kuststroken van Afrika hadden genesteld, te misleiden. Het enige aan zijn verhalen dat klopte, was dat niet België het binnenland van Congo wilde hebben, maar hijzelf.
Leopold kwam er mee weg. Frankrijk, Engeland, Portugal en een andere laatkomer, Duitsland, waren zo beducht voor elkaars ambities, dat ze die gekke koning zijn gang lieten gaan. Niemand behalve hij had zin om veel geld op het spel te zetten in het onbekende binnenland.
In dat donkere Afrika verspeelde Leopold inderdaad veel geld. Zelf is hij er nooit geweest, maar hij voelde het verlies in Brussel. Hij verpandde zelfs de livreien van zijn lakeien en hij schrapte één gang van zijn gebruikelijke middagmaal om het allemaal te bekostigen. De rubber redde hem. De nieuwerwetse automobiel had rubberen banden nodig. Er waren nog geen plantages, dus Leopolds personeel dwong Congolese mannen om diep het oerwoud in te trekken om wilde rubberbomen af te tappen. Kinderen en vrouwen werden gegijzeld om de mannen aan het werk te houden. Ongehoorzaamheid werd bestraft met geseling of de dood. De rechterhand van de lijken werd afgehakt als bewijsstuk dat de kogel niet voor niets was afgevuurd.
Leopolds ’liefdadigheid’ bleek zo wreed dat er overal schande van werd gesproken. Een internationale onderzoekscommissie bevestigde de Congolese gruwelen die in naam van Leopold werden begaan. De Belgische regering zat er zo mee in haar maag dat ze de koninklijke kolonie in 1908 toch maar overnam. Congo moest nu echt een modelkolonie worden.
In het Tervurense museum dringt de bloedige historie maar moeilijk door. In de Herdenkingszaal, ingericht in 1934, staan 1508 namen geschilderd van Belgen die in Leopolds tijd in Congo om het leven kwamen. Geen van de miljoenen Congolese slachtoffers (de schattingen lopen tot tien miljoen) worden genoemd. Het museum, plaatst een zuinige voetnoot. „Het zal de aandachtige bezoeker niet ontgaan zijn dat er in die tijd nog geen behoefte bestond de Belgische aanwezigheid in Midden-Afrika in vraag te stellen”, zegt een bordje in een hoek van de Herdenkingszaal.
Ook later bestond die behoefte nog niet. Eén jaar voordat Congo onafhankelijk werd in 1960, kwam er in dezelfde zaal een gedenkteken bij, ditmaal gewijd aan tientallen Belgische doden die vielen bij Leopolds ’Veldtochten tegen de slavenhandel, 1891-1899’. Leopolds sprookjes hadden een taai leven.
Leopolds verre verwant Boudewijn, die als koning der Belgen in 1960 het pas onafhankelijke Congo bezocht, reageerde geschokt toen zo’n sprookje werd tegengesproken. Boudewijn sprak in zijn rede over het ’genie’ van Leopold dat zoveel goeds had gebracht. De nieuwe premier Lumumba herinnerde in zijn antwoord onverwachts (een doodzonde bij een koninklijk bezoek) aan „een bewind van onrechtvaardigheid, onderdrukking en uitbuiting”.
Het nieuwe Congo bracht meer van hetzelfde. Premier Lumumba werd vermoord en pas veel later zou blijken dat België (en mogelijk het koninklijk paleis) dat stilzwijgend prima had gevonden. Dictator Mobutu kon beter opschieten met Boudewijn. De koning bezocht hem twee keer, zonder vervelende vragen te stellen.
Bijna een halve eeuw na de onafhankelijkheid hebben de Congolozen voor het eerst in tamelijk eerlijke verkiezingen een parlement en een president kunnen kiezen. Congo hoort nu officieel bij de democratieën. Een deel van de Belgische regering wil dat vieren door opnieuw een koning te sturen. Want België wil nog altijd graag trots op Congo zijn.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.