Artsen zonder Grenzen hoeft Nederland geen geld terug te betalen in de zaak over het losgeld voor Arjan Erkel. Toch kent deze zaak alleen maar verliezers.
In de Nederlandse ambassade in Moskou vond in de zomer van 2004 een opmerkelijke transactie plaats. Eén miljoen euro in contanten kwam in handen van veteranen van de Russische veiligheidsdienst KGB. Zij zorgden dat het geld naar Dagestan kwam. In augustus 2004 kwam de ontvoerde Nederlander Arjan Erkel vrij.
De Nederlandse staat en de Zwitserse afdeling van Artsen zonder grenzen (AZG), waarbij Erkel in dienst was, kregen na de goede afloop onenigheid over de vraag wie het losgeld had betaald. Nederland eiste achter de schermen 770.000 euro van de hulporganisatie terug. De Staat zou dat geld slechts hebben voorgeschoten. De overige 230.000 euro had AZG ingebracht, maar volgens die organisatie was vanaf het begin duidelijk dat de Nederlandse staat al het losgeld voor Erkel zou betalen.
Gewoonlijk wordt bij internationale ontvoeringen niets bekend over de hoogte van het losgeld en blijft onduidelijk wie het heeft betaald. Tot woede van Nederland publiceerde een Franse krant de hoogte van het losgeld. De staat ontkende hevig dat hij had betaald. Maar toen AZG bleef weigeren te betalen, eiste het ministerie van buitenlandse zaken voor de rechter in Genève de 770.000 euro terug van de Zwitserse afdeling van AZG. De hulporganisatie eiste de 230.000 euro terug van de staat.
Het ging om geld. Maar Nederland probeerde met de rechtszaak ook een imago als makkelijke geldschieter te voorkomen. Dat zou aanstaande ontvoerders op het idee kunnen brengen om Nederlanders te ontvoeren. Of bij ontvoeringen vast te houden aan hoge eisen, in de overtuiging dat Nederland toch wel betaalt. En dat doet de staat juist niet, benadrukt het ministerie. „De Nederlandse regering handhaaft haar standpunt dat niet met ontvoerders wordt onderhandeld en dat nimmer losgeld wordt betaald.”
Voor AZG telde de vraag wie uiteindelijk verantwoordelijk is voor hulpverleners in conflictgebieden: de hulporganisatie als werkgever, of de staat waarvan die hulpverlener burger is. AZG vindt principieel dat een staat verantwoordelijk is.
De stapels bankbiljetten in de Nederlandse ambassade werden – in aanwezigheid van een AZG-vertegenwoordiger – door de veteranen zelf van tafel gepakt, verklaarde oud-ambassadeur Tiddo Hofstee. Ook uit die sleutelscène kon de rechtbank dus niet opmaken wie had betaald.
De precieze overwegingen van de Zwitserse rechter zijn nog niet bekend, maar hij lijkt een salomons-oordeel te hebben geveld. Beide partijen krijgen niet wat ze wilden. Wel moet de Nederlandse staat de kosten van de advocaat van AZG betalen. De hulporganisatie is tevreden. Het ministerie van buitenlandse zaken betreurt de uitspraak, en overweegt hoger beroep. Met het vonnis, hoe zorgvuldig ook, blijven er twee verliezers. Beide partijen hadden dit liever nooit in de openbaarheid gebracht. Zowel AZG als Buitenlandse Zaken moet bezien hoe om te gaan met toekomstige ontvoeringen. En beide partijen moeten zich ervan bewust zijn dat aan hun medewerkers of burgers nu een geur van lucratieve prooi kan zijn blijven hangen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.