Het Chinese Volkscongres heeft gisteren zijn jaarlijkse zitting afgesloten met het aannemen van twee belangrijke wetsvoorstellen.
Particulier bezit wordt voortaan wettelijk beter beschermd. Daarmee zet China weer een belangrijke stap op weg naar een vrije markteconomie.
Daarnaast kreeg ook een nieuwe belastingwet vrijwel unaniem instemming, waardoor buitenlandse ondernemingen in China 25 procent belasting moeten gaan betalen. Dat is nu nog 15 procent.
Het wetsvoorstel over de bescherming van privébezit wordt in oktober van kracht. Het is voor het eerst dat, in het in naam nog altijd communistische China, particulier en staatsbezit op evenveel bescherming kunnen rekenen.
Van belang is ook dat de wet aandacht schenkt aan landbouwgrond en vermeldt dat de transformatie van landbouwland in bouwpercelen aan ’strikte eisen’ is gebonden. In China is het de afgelopen jaren geregeld tot onrust op het platteland gekomen door de inbeslagname van landbouwgrond door aannemers en projectontwikkelaars. Die kregen vaak toestemming van plaatselijke overheden in ruil voor gunsten.
Ter afsluiting van de jaarlijkse parlementszitting. was er gisteren een persconferentie van de Chinese premier Wen Jiabao. Het is de enige die de Chinese premier geeft en Wen vervulde deze traditie voor het vijfde achtereenvolgende jaar met verve. Hij doorspekte zijn tekst met gedichten en uitspraken van staatslieden uit de Chinese oudheid.
China vormt geen militair gevaar voor andere landen, ook al is zijn defensiebegroting voor dit jaar met 17,8 procent verhoogd, zei hij.
Taiwan werd er nog eens fijntjes op gewezen dat het een integraal onderdeel van China vormt en iedere hoop op een definitieve, politiek erkende afscheiding kan vergeten. Ook de dalai lama, de in ballingschap in India levende geestelijk leider van de Tibetanen, zal moeten inzien dat Tibet onderdeel is en blijft van de Volksrepubliek, zo betoogde Wen.
De enige verrassing op de streng geregisseerde persconferentie was de vraag van een Franse verslaggever aan Wen of hij een onlangs in Hongkong uitgekomen boek had gelezen van wijlen partijleider Zhao Ziyang. Die was in ongenade gevallen omdat hij zich in 1989 verzette tegen het neerslaan van de protesten op het Plein van de Hemelse Vrede. In het boek pleit hij voor meer democratie. „Ik heb het boek niet gelezen”, antwoordde Wen kort.
Zhao’s naam wordt sinds 1989 nooit meer genoemd in officiële stukken of in geschiedenisboeken. In de transcriptie van de persconferentie die het staatspersbureau Xinhua op zijn website zette, was elke verwijzing naar het voorval geschrapt, hoewel de persconferentie integraal op televisie te zien was geweest.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.