Bolivia is deze week een stap dichter bij een nieuw energiebeleid. Door de nationalisatie van gas en olie in mei vorig jaar is de energiesector in het gasrijke land volledig overhoop gehaald. Nederland is uitgenodigd om mee te denken.
Tien maanden geleden is het alweer dat de socialistische president Evo Morales Bolivia’s lucratieve gasvelden nationaliseerde. Contracten met internationale bedrijven werden opengebroken. Om de inkomsten voor het land te vergroten wil de staat alle olie- en gasactiviteiten in het land gaan regelen. Maar het staatsoliebedrijf YPFB, dat altijd heeft gefunctioneerd als een soort administratiekantoor, is absoluut niet opgewassen tegen zijn nieuwe taak. Het hoofdkantoor in La Paz is een teleurstellend optrekje voor een land met de op een na grootste gasreserves van Zuid-Amerika. „Het staatsbedrijf heeft geen kapitaal, geen technologie en geen mensen”, erkent minister van Koolwaterstoffen Carlos Villegas. „Daarom kunnen we het niet alleen.”
Precies om die reden was Villegas deze week gastheer van een topoverleg van energiedeskundigen. Onderwerp was de hervorming van de energiesector na de nationalisatie. Een van de eregasten was Nederland, dat samen met twee andere ’bevriende landen’ (Canada en Noorwegen) nauw wordt betrokken bij het nieuwe energiebeleid. Vorig jaar bleek al dat Bolivia zeer is geïnteresseerd in de publiek-private samenwerking waarmee in Nederland het gas wordt geĆ«xploiteerd. President Morales kwam twee keer op bezoek en sprak onder meer met de Gasunie. Medewerkers van het YPFB volgden cursussen bij het Energy Delta Institute (EDI), een internationale opleiding voor gasmanagers.
„De nationalisatie is een gegeven, en daarbinnen proberen we de Bolivianen zo goed mogelijk te helpen”, zegt George Verberg, directeur van het EDI. Hij reisde met energiegezant Jan-Meinte Postma van het ministerie van economische zaken naar La Paz. En leverde behoorlijk wat kritiek op de Boliviaanse koers. Bijvoorbeeld dat YPBF veel te veel wil doen: gas oppompen, transporteren, distribueren, er allerlei producten van maken, exporteren en de prijs bepalen. Daardoor kunnen tegenstrijdige belangen ontstaan.
Maar ook dat verantwoordelijkheden tussen ministerie, het staatsbedrijf en de onafhankelijke toezichthouder niet duidelijk zijn gescheiden. Daarnaast blijkt er geen enkel plan te zijn voor de lange termijn: hoeveel gas is er eigenlijk, hoe lang kun je ermee vooruit en waar worden de opbrengsten voor gebruikt?
De Bolivianen reageren open op de kritiek. „Ze laten ons achter met nogal wat vragen”, zegt Villegas, die nu aan een nieuw plan werkt.
George Verberg constateerde deze week dat de Nederlandse inbreng nu al merkbaar is. „Een van de Boliviaanse cursisten bij het EDI heeft nadien een bliksemcarrière gemaakt. Hij is nu vice-voorzitter van het staatsoliebedrijf. Dat is toch een mooi resultaat”.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.