*

 

Gemeenten wel erg ambitieus met aanpak bijstandsklanten

Van onze redactie economie − 02/02/07, 00:00

Doet Amsterdam het werkelijk beroerd met de reïntegratie van bijstandsklanten, zoals de hoofdstedelijke Rekenkamer stelt? Misschien zijn gemeenten wel te ambitieus.

Ambitie kan de gemeenten niet worden ontzegd. Ze hopen zo’n 35 tot 40 procent van hun bijstandsontvangers blijvend aan betaald werk te helpen. Dat zou geen geringe prestatie zijn, want de groep kenmerkt zich door een scala aan problemen met taal, opleiding en gezondheid.

Bij de Amsterdamse bijstandsklanten zit de vaart er nog niet erg in, bleek deze week uit een rapport van de Amsterdamse Rekenkamer. Door de gemeente ingehuurde reïntegratiebedrijven wisten met coaching, sollicitatietrainingen en andere vormen van begeleiding slechts 11 procent van ’hun’ bijstandsgerechtigden aan regulier (niet gesubsidieerd) werk te helpen.

In Utrecht gaat het iets beter. De reïntegratiebedrijven boekten daar 18 procent succes in 2004 en 2005. Van de bijstandsgerechtigden die bij zo’n bedrijf terechtkwamen, welteverstaan. Begin vorig jaar was 80 procent van de Utrechtse bijstandsgerechtigden nog niet aan de beurt gekomen.

De Utrechtse Rekenkamer voegde daar een reeks tekortkomingen aan toe. De stad kent zijn bijstandsklanten niet goed genoeg, gegevens in het databestand zijn onvolledig en onjuist, de gemeente heeft wel ’klantmanagers’ aangesteld maar die verzuipen in het werk.

„De gemeenten hebben tijd nodig”, zegt wethouder Marka Spit optimistisch. „Wij zijn pas sinds 2004 verantwoordelijk voor de reïntegratie van bijstandsgerechtigden. We moeten er harder aan trekken, en dat duurt even.” De cijfers over vorig jaar zien er volgens de wethouder al wat gunstiger uit, met een voorlopig slagingspercentage van 27. Ook geldt sinds vorig jaar een no cure, less pay-principe: faalt een reïntegratiebedrijf, dan betaalt de gemeente minder uit.

De gemeente presenteert volgende week een plan om de resultaten verder te verbeteren. Er loopt al een experiment om mensen die aankloppen voor bijstand, direct een baan aan te bieden voor drie maanden: inpakken, planten potten. Ook wil Utrecht werkgevers meer tegemoet komen met loonkostensubsidies en opleidingskosten.

En Utrecht heeft inmiddels contracten beĆ«indigd met diverse reïntegratiebedrijven die onvoldoende scoorden. Hetzelfde deed Enschede. Mira Koomen, wethouder sociale zaken: „Wij hebben de circa twintig reïntegratiebureaus waarmee we werkten uitgebreid tegen het licht gehouden, en zijn vorig jaar met minder dan de helft verder gegaan. Met resultaat. Onze uitstroom van bijstandsgerechtigden steeg vorig jaar van 4 naar 8 procent. In totaal vierhonderd mensen zijn aan de slag gegaan.”

Volgens wethouder Koomen bieden te veel integratiebedrijven eenheidsworst. „Cursussen over hoe je je presenteert en een cv maakt, daar koop je uiteindelijk weinig voor. Reïntegratiebureaus moeten met hun cliĆ«nten naar werkgevers toe gaan, en ze gericht opleiden of omscholen. Maar veel van die bedrijven willen gewoon makkelijk geld verdienen.”

Utrecht en Enschede hopen hun succespercentages verder op te schroeven. Maar, zegt Spit ook, „we hebben tot dusver hard ingezet op de groep die het dichtst bij de arbeidsmarkt staat.”

De moeilijker groepen komen nu aan de beurt: mensen met gezondheids- en taalproblemen, dak- en thuislozen. Spit: „Voor iemand die jaren in de bijstand heeft gezeten, is vrijwilligerswerk al heel wat om mee te beginnen. Maar het einddoel blijft betaald werk.”

mailIcon print |