Eindhoven wil een toonaangevend innovatief zwemcentrum worden. De eerste aanzet daartoe moet Pieter van den Hoogenband zijn derde olympisch goud op het koningsnummer brengen.
Opgeven is een weinig gebruikt woord in het vocabulaire van Pieter van den Hoogenband en zijn trainer Jacco Verhaeren. De overmacht van Michael Phelps tijdens de wereldkampioenschappen in Melbourne heeft hen niet ontmoedigd, integendeel. Hooguit zullen de doelen worden aangepast.
„Er is nog één grote wens, dat derde goud op de 100 vrij”, aldus Verhaeren. „Wat moet wijken, wijkt daarvoor.” Mogelijk is dat de 200 meter vrije slag, het onderdeel waarop VdH tijdens de Spelen van 2000 en 2004 goud en zilver won. Maar het is ook de discipline waarop hij begin dit jaar in Melbourne werd vernederd door Michael Phelps.
De Amerikaan die met ongeëvenaard machtsvertoon zeven wereldtitels won, zwom een nimmer verwacht wereldrecord van 1.43,86. Verhaeren wekte in een eerste reactie de indruk de handdoek in de ring te werpen. Dat misverstand wil hij rechtzetten.
„Wij willen nog geen conclusies trekken, en zeker niet de moed opgeven. Phelps zwom op eenzame hoogte, maar doet hij dat volgend jaar weer? Ik heb Ian Thorpe 1.44 zien zwemmen en er daarna nooit meer in de buurt zien komen.”
„Dat neemt niet weg dat als Phelps in Peking 1.43 zwemt of misschien nog sneller, Pieter zich op die afstand niet meer druk hoeft te maken om goud. Ik ben na een samenwerking van vijftien jaar wel zo realistisch om in te zien dat hij daar niet meer bijkomt. Dan liggen er meer mogelijkheden op de 100 vrij, waarop hij zijn oude wereldrecordniveau zeker moet kunnen benaderen.”
„Wij wachten af hoe het programma in Peking eruit ziet. Wordt de 200 vrij na de 100 vrij gezwommen, dan is er geen enkel beletsel om beide te doen. Als Phelps zich blijft ontwikkelen zoals hij nu doet, kan Pieter nog altijd tweede van de wereld worden. Zilver is ook een mooie prijs. Ik heb gelezen dat Pieter in Melbourne niets te zoeken had. Dan vraag ik me af wat al die andere zwemmers er moesten.”
Genoten heeft Verhaeren wel van Phelps. „Het mooie is niet alleen dat hij een nieuwe standaard heeft gezet waarna het hele zwemmen zich zal richten, maar vooral de manier waarop hij dat deed. Wat hij deed was niet nieuw, het past in een ontwikkeling van tien jaar, waarin wij in de jeugdopleiding ook al bezig zijn.”
„Het accent is komen te liggen op keerpunten en zwemmen onder water. Daar ligt de toekomst. Phelps heeft geperfectioneerd wat Pankratov op de vlinderslag een aantal jaren geleden al deed.”
„Het meest verbazingwekkende van Phelps was het ogenschijnlijke gemak waarmee hij na de keerpunten snelheid ontwikkelde. Op de 400 meter wisselslag, het zwaarste onderdeel, was zijn laatste keerpunt zijn beste. Waar anderen snakken naar adem, daar zet hij extra aan. Ongekend.”
„Deze wijze van zwemmen is voor Phelps perfect, maar geldt dat ook voor anderen? Pieter moet ik niet te lang onder water laten omdat hij boven water harder zwemt. Bij Phelps is dat andersom. Wij moeten nu uitzoeken waar bij Pieter de ideale verhouding ligt.”
Dat gaat gebeuren door de huidige analyseapparatuur te koppelen aan trainingsapparatuur. Tijdens trainingen wordt dan meteen de effectiviteit van start- en keerpunten zichtbaar gemaakt. „Dingen analyseren is aardig, maar we moeten de resultaten meteen kunnen toepassen. Vanaf september kan dat in Eindhoven met ons nieuwe veldlaboratorium.”
De apparatuur die door analysespecialist Marcel de Natris wordt ontworpen, kost een ton. De gemeente Eindhoven en het bedrijf Innosport nemen die investering op zich. Verhaeren: „Als we mee willen in de internationale ontwikkelingen, moeten we investeren. Willen we voorop lopen, dan vergt dat nog één tot twee miljoen euro. In tegenstelling tot sommige berichten heb ik NOC-NSF daarom niet verzocht. Maar in Eindhoven leeft wel de wens een van de beste meetcentra in de wereld te worden.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.