Langs de Veluwse sprengen en beken lopend, kom je de laatste watermolens tegen.
Bij een wandeling op de Veluwe horen zandverstuivingen, dichte bossen en wild. Voor wandeling ’de Zandhegge’ zoeken we echter een aantal van de vijftig kunstmatig gegraven beken op die nog er zijn op de Veluwe. Deze ’sprengen’ werden tussen 1600 en 1800 gegraven en zorgen nog steeds voor afwisseling in het landschap en veel bijzondere vogels.
De weg naar het beginpunt van de wandeling loopt langs paleis Het Loo. Deze ’achtertuin’ van Het Loo is een schitterende boerenlandstreek waar nog van alles gebeurt. In de Randstad zijn de meeste weilanden leeg en verworden tot saaie groene vlakken. Achter Apeldoorn echter wordt in de velden nog gehuppeld en gemolken. Het verleden is herkenbaar gebleven. De naam Zandhegge verwijst naar de hagen die de bewoners vroeger plantten om zich te beschermen tegen het stuifzand. De oorspronkelijke heggen zijn imposante wallen geworden.
De wandeling begint op een aangenaam zonnig terras bij restaurant Le Triangle in het dorpje Wenum en loopt naar het Wieselse veld. Bij het restaurant slaan we links de Kopermolenweg in en lopen langs het hek van achtertuin van een fraai buitenverblijf. Waar de afrastering ophoudt, gaan we direct het pad links in. We wandelen dan direct langs een van de paradepaardjes van het gebied, een van de vele sprengen. Regenwater zakt over het algemeen snel weg in het Veluwse zand en vormt daar een zoetwatervoorraad. De ondergrondse kleilagen en de bolle vorm van de zandruggen zorgen ervoor dat het grondwater aan de randen van de Veluwe dicht bij de oppervlakte komt. Er zijn kleine beken gegraven in dit gebied, met name om de vele watermolens te laten draaien. Hier bloeide ooit de papierindustrie. Er stonden zeker 200 molens. Daar zijn er nu maar weinig van over en de grote papierfabrieken staan zuidelijker, in de omgeving van Renkum. Maar de sprengen bleven en geven het landschap veel afwisseling.
Aan het eind van het pad staat een picknickbank en daar gaan we opnieuw links over een houten bruggetje. Er wordt hier uitgebreid gewaarschuwd voor drijfzand. Het pad gaat rechts de houtwal op en biedt een mooi uitzicht over het gebied. Aan het eind bij de asfaltweg links en op het kruispunt weer rechts. Door naar het weggetje bij huisnummer 64 dat langs een rijtje tweede huisjes loopt. Aan het eind schuin de wegoversteken. Niet het pad dat naar nummer 4 verwijst ingaan maar dat naar nummer 8. Naast een aantal boerenbedrijven wordt hier ook gerecreĆ«erd. Het pad gaat over in een grintpad en komt uit bij een mooi buitenhuis ’Het Olde Lover’. Hierna draait het pad af naar het Wieselse Veld. Eerst de Greutelseweg in langs het Jachthuis en gewoon rechtdoor de grintweg blijven volgen. Aan het eind van dit pad staan twee groene schuren. Bij het eerste pad rechts het bos weer in langs een langgerekt weiland met paarden. Bij een driesprong naar links.
Hier midden tussen bos en weiland stuit de wandelaar op een curieus stukje geschiedenis. Vlak voor de oorlog in 1940 uitbrak, was het plan om een nieuwe weg aan te leggen tussen de dorpen Vaassen, Epe en Heerde. Door het uitbreken van de oorlog werd het werk stilgelegd en daarna nooit meer opgepakt. De geplande tweebaansweg zou te klein zijn en de A 50 werd aangelegd. Over de gedeeltelijke aanbouw van de oude weg wordt nu gewandeld. De overwoekerde bouwmaterialen liggen nog verloren langs het pad.
Bij de asfaltweg gaan we rechts en komen uit bij het terras van het begin van de wandeling. Maar de molen is er ook nog. Eerst rechtdoor de nieuwe Molenweg dus in. Over het bruggetje rechts staat de Wenumse watermolen. Al in 1330 werd melding gemaakt van een molen op deze plek, een korenmolen. Deze werd voortdurend aangepast aan de activiteiten in het gebied. Zo werd de molen van korenmolen omgebouwd tot een kopermolen. Toen in eerste helft van de 19de eeuw het koperbedrijf in verval raakte, kwamen de leerlooierijen in opkomst en werd de molen hiervoor weer aangepast. Om vervolgens in 1885 volledig te worden ingezet voor de productie van Zwitserse kaas. In 1917 werd de molen weer gewoon een korenmolen en in 1984 werd hij gerestaureerd.
Er heeft in dit gebied nog een beroemde molen gestaan, de Rotterdamse molen, maar daar is alleen nog een ruïne van over. Behalve de molens zijn er veel legenden in deze streek die betrekking hebben op Het Loo. Het meest bizarre verhaal is dat van de geheime tunnels naar Het Loo en het nabijgelegen kasteel Cannenburg. Die vermoedens werden in 1948 onderwerp van krantenartikelen. Een onderzoek met wichelroedes gaf geen uitsluitsel.
Na de wandeling door de ’achtertuin’ ligt een bezoek aan Het Loo voor de hand. Iedere woensdag in juni, juli en augustus is het paleisdak opengesteld voor het publiek. De trap over de zolders in de voormalige woning van koningin Wilhelmina, die Paleis Het Loo nog tot haar overlijden in 1962 bewoonde, leidt naar een groot dakterras. Vanaf dit punt heeft de bezoeker een prachtig uitzicht over de paleistuin met zijn beelden en fonteinen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.