Hoewel heen in oudere boeken ook zeebies heet, kan de plant slecht tegen langdurige onderdompeling in zeewater. De donkergroene bies, die vooral groeit in brak water, heeft een anderhalve meter lange, scherp driekantige stengel en gootvormige bladeren. Hij komt voor in een kilometers brede strook langs de Noordzeekust, het IJsselmeer en de grote rivieren, in de Delta op de voormalige schorren. Hij houdt van natte, voedselrijke grond en groeit in ondiep water. Heen is redelijk gewoon in vijvers in de bebouwde kom.
De plant bloeit nu met grote, roestbruine aren, die gewoonlijk in schermen staan. De bleekgele meeldraden steken ver buiten de bruine schutblaadjes (kafjes), waar elk bloempje achter schuilt. In minder zoet water zijn de aren verenigd in een kluwen en in water met een tamelijk hoog zoutgehalte draagt elke bloeistengel maar een enkele aar. Er komen maar weinig insecten op bezoek. Een enkele zweefvlieg bevliegt de heen om het stuifmeel te eten. De wortelstok vormt vezelige knollen, die op de schorren graag door overwinterende ganzen worden gegeten.
Spuugbeestjes maken ’koekoeksspog’ op allerlei planten. Verscholen in het schuim zitten bleke larven van de wilgeschuimcicade, de springende, bruin gevlekte diertjes die wat later in de zomer verschijnen. Het schuim beschermt de larven tegen insecteneters. Soms is het schuim zo overvloedig dat waterdruppeltjes als een constante regen van het loof van de bomen druipt.
De beste remedie tegen teken is goed sluitende kleding. Laarzen aan en broekspijpen erin bijvoorbeeld. Als teken zich volgezogen hebben, laten ze zich op de grond vallen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.