Een niet-alledaagse wandeling voert ons in Wijk aan Zee langs de Corus-staalfabrieken.
Sommige mensen vinden Wijk aan Zee maar niets, vanwege de rookpluimen van staalbedrijf Corus. Ze hebben ongelijk, vind ik. Al snap ik ook wel dat je van de Hoogovens moeilijk een uniek selling point kunt maken. Hoewel, waarom eigenlijk niet? Een wandeling naar de Noordpier bijvoorbeeld, op een late zomerochtend, met niets dan wijde verte om je heen, het metersbrede strand, en wat zeeschepen die op de rede van IJmuiden liggen te wachten, en dan, boven de duinen uit, dat bijzondere schouwspel van de industrie, dat nog weer een heel andere schaalverhouding met zich meebrengt en een eigenlijk wel spannend gevoel van vervreemding en ontzag – ik bedoel maar, waar vind je zoiets?
Om er meteen helemaal in te duiken: deze wandeling begint bij het beeldenpark ’Een Zee van Staal’, een overblijfsel uit het jaar 1999, toen Wijk aan Zee cultureel dorp van Europa was. Daarvoor was het Rolandsduin kampeerterrein. Dat leverde al te vaak vakantiekiekjes op van tante Toos naast de tent tegen de achtergrond van zwarte rookpluimen. Van dat zware industrie-imago had het dorp schoon genoeg. De kampeerders verdwenen en er kwam een (kale, winderige) groene zone. Tot er dus besloten werd tot dit beeldenpark.
Elf kunstenaars uit elf landen werden een maand bij gastgezinnen ondergebracht. Ze kregen staal en een werkplek van Corus, en korte tijd later werden hun kunstwerken met enorme hijskranen naar hun nieuwe plek gebracht. Sommige zijn gemaakt uit robuuste lappen roestig staal, andere hebben haast iets lichtvoetigs en lijken gesneden uit dun karton. Maar het mooiste kunstwerk volgt nog. Het is te zien als je het hoogste stukje duin op klimt, naar de ’White Rhythm’ van Robert Erskine. Daar kijk je pal op de hoogovens, op de walserijen, de ertsbergen, de transportbanden, de borrelende stoomwolken uit hoge schoorsteenconstructies, het knarst en giert en fluit – de helse machinerieën van Corus, zomaar, onder één en dezelfde hemel als de duinen en de distels, en de jagende schaduwen van de wolken. Móói is dat.
Het beeldenpark is door te steken tot een klaphekje aan de zuidelijke kant. Als je daarna bij de parkeerplaats rechts de duinafslag neemt, kom je uit bij het laatste van de rij strandhuisjes. Ze hebben onder de late zomerzon iets schilderachtigs, met hun pastelkleurtjes.
Wijk aan Zee heeft, ik zei het al, het fijnste wandelstrand van Nederland, heerlijk breed en rustig, en de duinenrij wordt – o wonder – nauwelijks gestoord door hoogbouw. Vier rijen witte luciferhoutjes aan de horizon vormen het windmolenpark van Q7, meer dan twintig kilometer uit de kust. De werkzaamheden ervoor zijn nog in volle gang. Half juli is een 2000 ton wegende elektriciteitskabel aan land getrokken. Op internet staan filmpjes over hoe dat in z’n werk ging.
Verder niets dan ruimte en een kluwentje kinderen dat ernstig met emmertjes en schelpen in de weer is. En natuurlijk de vrachtschepen op weg naar de Oostzee, of naar Engeland, of Scandinavië. En de kalme branding, en het wuivende, bijna zilvergroene hemgras op hoge duinen.
Die hoge duinen rondom Wijk aan Zee zijn er niet toevallig. Ze horen bij een zeedorpenlandschap als dit, en moeten ontstaan zijn doordat de dorpelingen hun huizen en akkertjes beschermden tegen het stuivende zand door de duinen met plaggen te bedekken. Ook de dorpsduinen, waar vroeger schapen en geiten graasden en waar nu hondskruid groeit, horen bij dit landschap, net als de grote dorpsweide in het hart van het dorp.
Een klein uurtje lopen is het tot de strandopgang van Heemskerk, vlak voorbij kilometerpaal 49. De Zwarte Weg en even later de Meeuwenweg zijn brede fietspaden. Wie per se zandpaadjes wil: die zijn er ook, maar daarvoor heb je eigenlijk een wandelkaart nodig.
Dit is het Noordhollands Duinreservaat. De eikenbosjes en de dennen hebben het moeilijk zo vlak aan zee. De duinvalleien zijn begroeid met dichte ligusterstruiken, kruipwilgen, en abelenstruikjes ritselend met hun wittige blaadjes. Soms is er hoog gras, en veel mul zand. Rechtsaf gaat pad nummer 27 (wie te vroeg afslaat vindt een mooi bospad met veel bramen, maar moet toch terug). Wat later hoor je aan je rechterhand de vogels van de duinwaterplas bij het waterpompstation, dat deel uitmaakt van het waterleidingbedrijf dat hier de duinen beheert.
Op een allervriendelijkste manier kom je zo weer uit bij de grote dorpsweide. Wat een lekker eind lopen. En alles, op de spectaculaire ouverture na, Hoogovenvrij, voor wie dat een pluspunt vindt.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.