Jonggehandicapten en werkgevers hebben moeite elkaar te vinden. Daar moet wat aan te doen zijn, luidt de boodschap aan minister Donner.
Werkgevers willen best jonggehandicapten in dienst nemen. Maar hoe tref je mensen die passen in je bedrijf of organisatie, luidde gisteren de tegenvraag aan minister Donner (sociale zaken).
Hij bracht gisteren een werkbezoek aan twee bedrijven die werknemers met beperkingen in dienst hebben en sprak met zogeheten Wajong’ers, die ondanks hun handicaps aan het werk zijn of studeren. Hij wilde weten hoe te voorkomen dat honderdduizenden in de Wajong-uitkering voor jonggehandicapten ’blijven hangen’. In de afgelopen vijf jaar is het aantal Wajong’ers met twintig procent gestegen tot ruim 161.000 en als het zo doorgaat worden dat er 300.000. Slechts een kwart van hen werkt, van wie het grootste deel bij de sociale werkvoorziening. Een handjevol heeft een reguliere baan. Dat is vaak een toevalstreffer en heeft ook – zeker waar het om de meest kwetsbaren gaat – te maken met ’het goede hart’ van een werkgever, zo maakten de gesprekken duidelijk. Zoals bij het handels- en productiebedrijf Nedco in Nieuwerkerk aan den IJssel dat onder meer kunststof houders maakt, maar ook onderdelen voor ventilatiesystemen en sanitair. Via hun sociale netwerk kwam in 1996 de eerste werknemer met een verstandelijke beperking binnen. Hij werkt er nog steeds en heeft er zeven collega’s met een handicap bij gekregen, een aantal met het syndroom van Down. Ze zijn nu een belangrijke spil in het bedrijfsonderdeel dat kunststoffen assembleert en producten verpakt. In alle gevallen wordt gezocht naar passend werk. „We kijken niet naar de beperkingen, maar naar wat iemand wel kan”, legt Jan Nederlof uit die met twee broers onder leiding van vader het bedrijf runt. Hun christelijke levensvisie speelt daarin een rol. Zelf onderhoudt Nedco contacten met scholen voor speciaal onderwijs die leerlingen bij hen plaatsen. „We hebben naam opgebouwd.” Inmiddels is er versterking van een jobcoach die de werknemers met een beperking begeleidt op terreinen waar de werkgever geen expertise heeft: soms dreigt iemand toch buiten de boot te vallen. Nederlof onderstreept dat in het bedrijf „wel mensen moeten zijn die ervoor willen gaan”.
Dat wil het Erasmusziekenhuis in Rotterdam ook. „Driekwart jaar geleden lieten we het UWV weten wat voor persoon we zochten en uiteindelijk zijn we via via in contact gekomen met een Wajonger”, vertelt een vertegenwoordiger. Ook het chemisch reinigingsbedrijf Clean Inn uit Rotterdam, waar nu twee Wajongers werken, heeft moeite: „Hoe breng je A en B bij elkaar.” Directeur Klaveren onderstreept dat voor haar beperkingen niet tellen, „mensen moeten willen”. Ook dan zijn er obstakels: de school, het reïntegratiebedrijf, en de jonggehandicapte werken mee, maar dan liggen de ouders dwars. „Die zouden dat in hun portemonnee moeten voelen, want er is veel geïnvesteerd”, meent Klaveren.
Ook het UWV in Rotterdam zelf, dat stageplaatsen heeft geschapen voor jonggehandicapten, zou graag een aantal van ’deze talenten’ in dienst nemen. „Maar we zijn een krimpende organisatie, zoals veel overheidsdiensten”, schetst locatiemanager Peter Lindenburg.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.