Mijn opa was een echte driftkop. Dat begon direct ’s ochtends al want hij had het bij dat dagdeel passende ochtendhumeur – je hoort trouwens zelden iets anders: middaghumeur, avondhumeur. Grommend begon hij zich te scheren en de eerste uren van de dag kon je maar beter bij hem uit de buurt blijven. Tegen koffietijd klaarde hij een beetje op maar het bleef altijd uitkijken. Een echt hogedrukgebied heerste er zelden in zijn omgeving. Ook het lezen van de krant, een van zijn favoriete bezigheden, kalmeerde hem niet, integendeel, hij wond zich op over alles wat hij las, of het nu een recensie over ’Ik Jan Cremer’ was, het optreden van the Beatles of vermeende strapatsen van minister van justitie Smallenbroek – die laatste naam is me zelfs voornamelijk bijgebleven vanwege de driftaanval van mijn opa bij het nieuws dat de excellentie tegen een geparkeerde auto was aangereden en daarna doorgereden, en pas de volgende ochtend had hij contact opgenomen met het slachtoffer – dit was koren op de grootvaderlijke molen: gezagsdragers die in de fout gingen! Wat mij als kind bij mijn opa vooral frappeerde en angst aanjoeg was dat hij onverwacht kon uitvallen omdat iets geheimzinnigs hem niet zinde, waarna hij zijn pijlen maar op de dichtstbijzijnde buitenwereld richtte. Ook schreef hij boze brieven naar krant en tijdschrift over veel op aarde wat niet deugde en waar hij zich aan geĆ«rgerd had. Ik herinner me zijn op schrift gestelde woede over een onderschrift in de Panorama bij een foto van het eerste kleinkind van president Lyndon B. Johnson. In onze familie ging het gerucht dat opa Hazeleger (zo heette hij, naar mijn moeder) zich ooit bemoeid had met de oprichting van een middenstandspartij, maar het was niks geworden. Mijn vader, die geloof ik als het erop aan kwam bang was voor zijn schoonvader, maakte er altijd grapjes over tegen mijn moeder, maar die verdedigde hem ondanks alles: mijn vader is een selfmade man. Ik had mijn opa wel in de Tweede Kamer willen zien, voortdurend opvliegend en naar de microfoon stierend. Van huis uit was hij gereformeerd maar tijdens de crisisjaren dertig was hij van zijn geloof gevallen. De kerk had hem verboden een baantje als bioscoopportier aan te nemen, waarna hij voor de zonde had gekozen.
Tot volle ontplooiing kwam zijn angstaanjagende temperament in het verkeer. Omdat hij een drogisterijgroothandel had reed hij met zijn Kever door het hele land, ‘door gevaarlijke gekken omringd’, die bij de minste of geringst afwijking van de door hem gehandhaafde verkeerszeden, getrakteerd werden op woest geclaxonneer en een vinger naar het voorhoofd. Vanzelfsprekend had hij een vrouw die uitermate goed bestand was tegen zijn tirannieke gedrag, mijn oma, een lief mensje dat dodelijk verdrietig was na zijn dood, tijdens een driftbui natuurlijk.
Ik probeer me graag voor te stellen waar hij in onze tijd op had gestemd, zijn voorkeuren varieerden indertijd van de Boerenpartij tot de PSP, beiden zaliger nagedachtenis. In diepste zin liet hij zich geloof ik nog altijd leiden door het oorlogsverleden van kandidaten. Mensen met een luchtje eraan konden op zijn eeuwige haat rekenen. Met De Quay en Luns allang dood zou hij zich tegenwoordig waarschijnlijk rot verveeld hebben.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.