*

 

Kennisregio kan zonder theater

door Maaike Wind − 29/01/07, 00:00

Enschede wil, in navolging van Eindhoven, welvarender worden door zich te profileren als ’kenniscentrum’. Dit blijkt echter nog niet zo gemakkelijk. Bètawetenschappers zitten namelijk liever in het bos dan in de stad.

’Bètawetenschappers hebben een andere leefwijze dan mensen in andere sectoren. Ze hebben minder behoefte aan culturele voorzieningen, lezen minder boeken en gaan liever met de hond het bos in. En ze willen graag een grote tuin”, zegt Rob van Engelsdorp Gastelaars, emeritus hoogleraar sociale geografie aan de Universiteit van Amsterdam en een van de onderzoekers van het rapport ’De nieuwe stad’, een uitgave van het Ruimtelijk Planbureau (RPB).

In dit onderzoek richt het planbureau zich op de vraag of jonge werknemers de stedelijke centra opzoeken en nodig hebben voor hun professionele en persoonlijke netwerk.

Met bèta’s doelt de wetenschapper op onderzoekers uit de exacte wetenschappen zoals natuurkunde, scheikunde, wiskunde of biologie.

Er zijn meer redenen waarom bèta’s die in de wetenschap werkzaam zijn vaak niet kiezen voor een grote stad. Zo zijn ze minder gebonden aan de instellingen, bedrijven en mensen die in de steden zitten. Van Engelsdorp Gastelaars: „Bèta’s hoeven niet zoveel te netwerken. Kijk, een kunstenaar heeft een galerie nodig om zijn spullen te verkopen en liefst ook nog andere galeries zodat er meer kopers naar de stad komen. Bèta’s zijn minder afhankelijk van dat soort netwerken. Daarnaast is de bètasector kapitaalintensief. Bedrijven hebben juist behoefte aan ruimte en goede bereikbaarheid. Ze hoeven niet zo nodig midden in de stad te zitten.”

Ook de aard van het onderzoek dat bèta’s doen speelt mee. Voor richtingen als letteren (alfa) en sociale wetenschappen (gamma) is het belangrijk toegang te hebben tot het vakgenotenforum. „Je moet daar echt de boer op met je idee, je moet het eerst eens een lezing houden in De Balie en dan kijken hoe het ontvangen wordt. Het blijft toch wat meer ’geouwehoer’. En dat bedoel ik niet negatief, ik ben zelf immers ook een gammawetenschapper. Maar de onderzoeksresultaten uit de bètawetenschappen zijn veel duidelijker.”

Uit eerder onderzoek bij de Universiteit van Amsterdam en de Technische Universiteit Delft komt hetzelfde beeld naar boven. „Bèta’s bleken veel vaker buiten te wonen dan de andere werknemers van de universiteiten, zowel in de suburbs, de groeikernen of op het platteland.” Kortom: alfa’s en gamma’s kiezen vaker voor voorzieningen en bèta’s voor ruimte en natuur.

Steden die graag een ’kennisregio’ willen zijn, zoals Delft, Eindhoven en Enschede, hoeven hiervoor dus geen scala aan culturele voorzieningen in huis te halen.

Zijn Enschede en Eindhoven dan inmiddels geen echte en aantrekkelijke steden? Van Engelsdorp Gastelaars: „Ik heb zelf in Eindhoven gewoond en dat is totaal geen redelijke stad. Het is er wel aardig, maar echte stadsmensen trekken er weg. Eindhoven is gelukkig een goede bètastad, dat wel. Maar het is niet stedelijk. Die bètadingen kunnen evengoed in nowhere-land gedaan worden. En als je gaat onderzoeken waar mensen in Nederland het liefste uitgaan, dan zegt echt niemand Enschede.”

Stef Carelsen, 21 en derdejaars technische natuurkunde aan de Universiteit Twente, is minder negatief. „De stad heeft een leuk uitgaanscentrum. Er zijn bijvoorbeeld veel kroegen aan de Oude Markt. Er mist alleen wel een goede discotheek, daarvoor moet je naar Duitsland.”

Zelf past Carelsen niet direct in het beeld dat het RPB van bèta’s schetst. „Ik ga zelf zo’n twee of drie keer per maand naar het theater of de bioscoop. En mijn vrienden gaan eveneens. Maar ik denk dat er ook een grote groep bèta’s is die er niet opuitgaan maar achter hun computer kruipen.”

Carelsen verwacht na zijn studie uit Enschede te vertrekken. „Ik wil hier best blijven wonen maar er is weinig werk voor technisch natuurkundigen. Daarvoor moet je toch richting Amsterdam of Eindhoven. En ja hoor, ik wil best in een grote stad wonen, ik vind het leuk als er veel te doen is. Maar ik kan me ook voorstellen dat ik, als ik een baan in Amsterdam krijg, in Amersfoort ofzo ga wonen. Maar ik ben zeker niet van plan om naar een of ander gehucht te verhuizen.”

Een echte bètawetenschapper is Bert Meijer, hoogleraar scheikunde aan de Technische Universiteit Eindhoven. Hij deed onder meer onderzoek bij Philips en was afdelingshoofd van een onderzoeksafdeling van DSM. In 2001 ontving hij de NWO Spinozaprijs.

Op dit moment zit Meijer voor zijn werk in de Verenigde Staten. „Santa Barbara is naast topwetenschap ook prachtig vanwege de natuur. Je kunt hier in januari volop genieten van de omgeving en ik neem regelmatig een duik in het buitenzwembad.”

Het beeld van de bèta die liever in de natuur zit, vindt Meijer enigszins stereotiep. „Maar dat wil natuurlijk niet zeggen dat het niet klopt.”

Zelf woont hij in Waalre, een klein dorp ten zuiden van Eindhoven en midden tussen het groen. Nu zijn kinderen studeren denkt hij er echter over om terug te gaan naar de stad, juist om meer te genieten van het stadsleven. „Waalre en de ruimte hier zijn fijn voor een gezin. Maar de stad biedt ook voordelen. Ik ben een geboren en getogen Groninger en heb daar met veel plezier gewoond. Maar Eindhoven is niet direct een oude stad, het is meer een zakenstad.”

Meijer gaat regelmatig de natuur in. „Als je aan de rand van het bos woont, is het ook niet moeilijk om er te gaan wandelen of fietsen. Maar ik ga ook naar het theater of naar de film. En dat ik in Waalre woon, betekent ook echt niet dat ik nooit in restaurants of café’s kom.”

Ook Meijer wijdt het feit dat bèta’s vaker buiten wonen aan hun levensstijl. „Ze zijn meer berekenend. Wellicht kiezen ze daarom sneller voor een huis buiten het centrum van de stad. Zo krijg je voor hetzelfde geld een mooier huis.”

De campus in Enschede ligt buiten de stad in een bosrijke omgeving. Klinkt ideaal voor de Enschedese studenten, die vooral op exacte vakken gericht zijn.

Jan Sinke van Acasa Studentenhuisvesting herkent de conclusie van het onderzoek van het RPB. „De campus is vooral populair bij bètastudenten. Van alle studenten in Enschede is 29 procent vrouw en van de bewoners van de campus maar 17 procent. En dat komt vooral doordat de studenten psychologie en die van de kunstopleiding, waar de meeste meisjes zitten, liever in de stad wonen. Maar de bèta’s die hier zitten, hebben ook heus wel behoefte aan een biertje in de kroeg.”

Voor sommige steden is het onderzoek van het RPB van cruciaal belang. Bijvoorbeeld voor Enschede, vroeger vooral bekend door de textielindustrie en een van de armste grote steden van ons land. Om hier verandering in te brengen probeert de stad meer werkgelegenheid te creëren. Met name in de exacte sector vanwege de aanwezigheid van de Universiteit Twente. Vooral zorgtechnologie is groot in de stad.

Op dit moment trekken de meeste afgestudeerde bèta’s weg omdat in de regio onvoldoende werkgelegenheid voor ze is. De stad probeert dit te veranderen. Volgens Petra Borsboom, woordvoerder van wethouder Eric Helder, heeft Enschede zeker groeipotentie. „We hebben een technische universiteit, een uitstekend glasvezelnetwerk, een luchthaven en we zijn goed bereikbaar. Je bent vanaf hier in vijf uur in Berlijn! En er zijn veel jonge ondernemers. We proberen bedrijven aan te trekken door vooruitstrevend bestuur, door slimme oplossingen te verzinnen en die snel toe te passen. De ’Enschedese manier van werken.’ noemen we dat.”

Onderzoeker Van Engelsdorp Gastelaars legt uit dat het lastig is om nieuwe bedrijven aan te trekken. „Tegenwoordig willen bijna alle middelgrote steden kenniswerk hebben, het is echt een rage. Maar het is lastig, de meeste steden zullen er niet aan gaan verdienen. Er treedt namelijk clustervorming op, bedrijven gaan zitten op plekken waar soortgelijke bedrijven zich al gevestigd hebben.”

Borsboom kent deze moeilijkheden ook en benadrukt dat Enschede ook zeker niet alles in wil zetten op dit ene punt. „Zo’n zestig procent van de leerlingen zit op het vmbo en mbo. Die moeten ook leuk werken kunnen krijgen. Niet iedereen wordt hoogleraar.”

Enschede is het aantal culturele voorzieningen dan ook aan het uitbreiden. Borsboom: „De stad heeft een belangrijke functie op cultureel gebied. Vanuit de wijde omgeving komen mensen hier naartoe voor theater of film, ook vanuit Duitsland. Tegenwoordig is Enschede onder studenten populairder dan Zwolle, dat van oudsher een geliefde studentenstad in Overijssel was.”

Van Engelsdorp Gastelaars vindt het een verstandige beslissing van de stad om zich niet alleen op technologie te richten. „Ze hebben een goede universiteit, voor sommige richtingen is het zelfs de beste van ons land, maar het is de vraag of ze het redden een echte kennisstad te worden. Dat gaat maar een paar steden daadwerkelijk lukken. En het is nog lang geen topper op dit gebied. Ik heb tegen de voormalige wethouder al eens gezegd dat ze aardiger moesten zijn voor de studenten, omdat die goed zijn voor de vooruitgang van de stad. Maar hij verklaarde me voor gek omdat studenten toch na een paar jaar weer verdwijnen.”

De emeritus hoogleraar plaatst een kanttekening bij het voordeel dat de aanwezigheid van bèta’s oplevert.

„Het nadeel is dat ze liever niet in de stad willen wonen. De stad verliest de rijke mensen aan de omgeving. Want ja, waar woon je mooi? Die bèta’s hebben minder behoefte aan een enorm netwerk en willen graag een groot huis met een grote tuin. En dan vertrekken ze naar Ootmarsum of Rijssen. Een stad die wil groeien heeft meer aan alfa’s en gamma’s. De aanwezigheid van die bèta’s levert geen echte stedelijkheid op.”

mailIcon print |