*

 

De discussie over dubbele nationaliteit is achterhaald

Door: redactie − 17/03/07, 00:00

Azghari’s column, dinsdag, als reactie op Aribs uitspraak dat ze met haar Marokkaanse paspoort in de hand altijd kan vluchten naar Marokko, doet me goed. Het bevestigt het beeld dat ik van veel Nederlanders van Marokkaanse origine heb.

Veel jonge mensen uit die bevolkingsgroep zijn bezig hun plek in de Nederlandse samenleving te vinden of hebben die al gevonden en gáán daarvoor. Dan denk ik aan de collega’s van een basisschool op Kanaleneiland te Utrecht, die door hard aan te pakken en te studeren opklommen van onderwijsassistent/taalondersteuner tot leraar. Ze zijn ook een uitstekend voorbeeld voor jonge mensen met Marokkaanse wortels. Loyaal zijn ze aan de kinderen die in een minder kansrijke situatie verkeren en ze werken loyaal mee aan hun ontwikkeling (ook aan die van kinderen met ’blauwe ogen en blond haar’), waarmee ze ook loyaal zijn aan de Nederlandse maatschappij. ’Ik ben altijd blij als ik, na een vakantie in Marokko, weer terug ben; ik ben hier thuis’, vertelde een van hen me ooit en anderen knikten instemmend.

Ook denk ik dan aan de vriend van een oud-collega, die nu als Nederlandse militair in Afghanistan zit. En hij zal daar niet de enige met een Marokkaanse achtergrond zijn. Loyaal aan alle collega’s, loyaal aan z’n legeronderdeel, loyaal aan de Nederlandse maatschappij die hem uitzond naar een gevaarlijk land.

Laten we ophouden met vraagtekens te zetten bij de loyaliteit van die mensen aan Nederland. Het is toch vanzelfsprekend dat ze ook nog een zwak plekje in het hart hebben voor hun familie in Marokko. Laten we dankbaar zijn dat ook zij zich ten volle inzetten voor de Nederlandse samenleving!

Emil Veldhuis Woudenberg

Onbegrijpelijk in de opgezwollen discussie over de dubbele nationaliteit is dat de Kamer niet doorheeft dat zij zich achter het karretje van Wilders laat spannen. Wij leven niet meer in de tijd van nationalisering, maar van mondialisering. Voor de politieke vertaling daarvan zou de Kamer haar pijlen niet alleen moeten richten op Wilders met zijn achterhaalde nationalistische opvattingen, maar vooral op Balkenende IV. Uit het regeerakkoord stijgt de geest op van kadaverdiscipline en de naleving daarvan door de regeringsfracties.

Zolang de Kamer zich door Wilders op sleeptouw laat nemen in een discussie die niet van deze tijd is en zich door de regering laat gijzelen inzake onze deelname aan de Irak-oorlog, is er geen sprake van doeltreffende (beleids-)controle, dus verzaakt onze volksvertegenwoordiging haar taak.

Wouter ter Heide Zwolle

In Trouw van 15 maart spuit oud-Kamerlid Aantjes zijn kritiek weer eens op politieke fracties in het parlement. Kamerleden én ministers, aldus Aantjes, hebben maar slappe knieën; zij buigen ten onrechte mee met voorstellen van Geert Wilders. Met name genoemde CDA- en PvdA-kamerleden, alsmede ministers doen het naar zijn oordeel weer eens niet goed. Dit keer is hun gezindheid weliswaar boven elke twijfel verheven (waarvan akte), maar zij missen de politieke moed om tegen Wilders oppositie te voeren.

De heer Aantjes vergist zich deerlijk. Hij moet stoppen met Kamerleden voor de voeten te lopen. In hetzelfde artikel schrijft hij ’Politieke wijsheid kent tijd en plaats’. Een juist advies. Daar moet Aantjes nu zelf maar eens lering uit gaan trekken.

Mirjam Sterk, Jeroen Dijsselbloem, de heren Bos, Plasterk en Balkenende zijn nu aan de beurt en vooralsnog pakken zij Wilders prima aan, namelijk met nuance, inzicht en verantwoordelijkheid.

J. Swank Leusden

mailIcon print |