’Het gaat ons niet meer om die hoofddoek, daar kunnen we wel mee leven”, zeggen vrouwen in Iran vandaag de dag. De doek is een symbool voor de onderdrukking en ongelijkheid van vrouwen. Die moeten aangepakt worden, niet het symbool.
Toch loopt de hoofddoek als een rode draad door de jongste Iraanse vrouwengeschiedenis. Verboden werd hij door Reza Sjah, in 1936, het jaar dat de eerste vrouwen werden toegelaten tot de universiteit van Teheran. Het verbod riep een golf van protesten op, want veel Iraanse vrouwen droegen een hoofddoek of chador vanwege hun geloof, uit gewoonte of om hun haren te beschermen tegen de zon en de wind. Ze vonden dat ze zelf moesten kunnen bepalen wat ze droegen.
Toch was dat verbod de eerste van een serie maatregelen die de positie van vrouwen versterkten. De huwelijksleeftijd ging omhoog naar vijftien en later zelfs naar achttien jaar, polygamie werd beperkt, vrouwen konden zelf een echtscheiding aanvragen, ze mochten stemmen en gekozen worden. In de loop der jaren spraken sjiitische geestelijken – onder wie ayatollah Khomeini – er steeds opnieuw schande van en vaardigden fatwa’s uit.
Geen wonder dat Khomeini toen hij in 1979 aan de macht kwam, onmiddellijk maatregelen nam om de hoofddoek in ere te herstellen. Een jaar na de revolutie gebruikten duizenden vrouwen internationale vrouwendag om daartegen te protesteren. Maar al enkele maanden later, in de zomer van 1980, werd de hoofddoek verplicht. Tegelijkertijd werden alle progressieve familiewetten teruggedraaid.
Sindsdien probeert de Iraanse regering vrouwendag uit te bannen, en te vervangen door de geboortedag van Fatameh, de dochter van de profeet. Dit heeft weinig succes, want vrouwen bleven opkomen voor hun rechten en bleven de dag vieren. Dat leidt de laatste jaren steevast tot botsingen met de politie. Daarbij werden dit jaar enkele zeer prominente vrouwenactivisten opgepakt: Shadi Sadr, een advocate die zich sterk maakt voor gelijke rechten voor vrouwen, en Mahboobeh Abbasgholizadeh, journalist en mensenrechtenactivist.
Abbasgholizadeh komt voort uit het islamitisch feminisme dat na 1979 in Iran ontstond. Deze beweging werd door de islamitische republiek geaccepteerd, en probeerde binnen de marges van de islam de positie van vrouwen te verbeteren. Het islamistisch feminisme vond aansluiting bij de hervormers die eind jaren negentig met president Khatami de wind meekregen. Zij bespraken openlijk dat de islam ook anders geïnterpreteerd kon worden, rekening houdend met de moderne tijd. Dat was vloeken in de kerk voor de conservatieve stroming rond Khomeini’s opvolger, geestelijk leider Khamenei, en de huidige president Ahmadinejad.
Voor vrouwen uit de strenggelovige milieus was de verplichte hoofddoek een zegen. Daarmee konden ze hun vaders overtuigen dat ze veilig konden studeren, zonder dat hun eer zou worden aangetast. Veel Iraanse dochters streefden zo hun vaders voorbij, in intellect en positie. En toen de overheid de scheiding van de seksen op steeds meer niveaus (onderwijs, ziekenhuizen) doorvoerde, werd hun aandeel op de arbeidsmarkt steeds belangrijker. Een derde van de artsen, zestig procent van de ambtenaren en zelfs tachtig procent van de leraren is nu vrouw.
Op de universiteiten is inmiddels meer dan de helft van de studenten vrouw. De overheid vreest die steeds mondiger en kritischer vrouwelijke onderdanen, en probeert meisjes uit studies te weren met het excuus dat te veel afgestudeerde vrouwen in de huishouding belanden.
In het Iran van vandaag zijn vrouwen een niet uit te vlakken machtsfactor, die de conservatieve geestelijkheid wanhopig probeert af te remmen. Maar steeds meer vrouwen zijn zich bewust van hun positie, en de eis voor gelijkheid vindt steeds meer steun.
De vrouwenbeweging weet hoe gevoelig de hoofddoek ligt, ook bij vrouwen. En dat de overheid zit te wachten tot ze juist de sluierplicht als thema kiest. Jongens en meisjes lopen in Iran tegenwoordig hand in hand op straat, vrouwen zingen in bandjes, de verplichte lange vrouwenjas wordt steeds korter, strakker en hipper – maar de eerste Iraanse vrouw die zonder hoofddoek op straat loopt zal keihard worden aangepakt.
Daarom kiezen vrouwen in Iran nu voor de indirecte aanpak. Ze sluiten aan bij de snel groeiende gevoelens van weerzin tegen de regering. Ze verzamelen handtekeningen om het parlement te dwingen discriminerende wetten af te schaffen. Ze dwingen respect af met vreedzame betogingen, waarbij de overheid zich in toenemende mate impopulair maakt door onevenredig hard op te treden. Ze investeren, om uiteindelijk ook meer vrijheden af te dwingen. En daarvan is bevrijding van de hoofddoek er maar één.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.