*

 

Verdeeldheid tussen ministers over optreden in Uruzgan is slechte zaak

Door: redactie − 01/02/07, 00:00

Op de vraag of hij dacht aan een herijking van de buitenlandse politiek van zijn land, gaf de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken Acheson eind jaren veertig van de vorige eeuw het antwoord dat je een boer toch ook niet vraagt zijn gewas uit de grond te trekken om te zien of het groeit. Het is duidelijk wat Acheson ermee wilde zeggen: buitenlandse politiek hoort bestendig te zijn. Dat geldt voor een klein land net zozeer als voor een grootmacht als de Verenigde Staten. In dat licht is het gênant en kwalijk dat de ministers Kamp (defensie) en Van Ardenne (ontwikkelingssamenwerking) openlijk verdeeld zijn over de vraag of de Nederlandse militairen in Uruzgan moeten meewerken aan het platwalsen van de papavervelden.

Van Ardenne heeft de gouverneur van de Afghaanse provincie vorige week te verstaan gegeven deze opdracht van president Karzai te weigeren. Ze vreest dat het vernietigen van de papavers (de grondstof voor opium en heroïne) de prille samenwerking tussen de Nederlandse missie en de lokale bevolking in de kiem zal smoren en boeren zal terugdrijven in de armen van de taliban. Dat is een duidelijke lijn: de autoriteiten en bevolking in Uruzgan weten, net als de Amerikanen en de regering-Karzai in Kaboel, waar ze met Nederland aan toe zijn. De duidelijkheid is ook van belang voor de militaire missie, die nog altijd te boek staat als een opbouwmissie.

De lijn is niet alleen helder, maar ook verstandig. De wederopbouw van het arme en ontwrichte Afghanistan is een zaak van lange adem en vraagt om een weloverwogen en duurzame aanpak. Het domweg vernietigen van papavervelden zonder een perspectief te bieden voor de papaverboeren past daar niet in. Minister Kamp (VVD) vond het nochtans nodig van de uitspraken van Van Ardenne (CDA) afstand te nemen en daarmee twijfel te zaaien over de lijn van de Nederlandse regering.

Deze verdeeldheid toont aan dat de samenwerking tussen liberalen en christen-democraten politiek zo dood is als een pier, maar dat levert in deze kwestie geen excuus op, net zomin als de demissionaire status van het kabinet dat doet. Buitenlandse politiek hoort bestendig te zijn. Hier wreekt zich dat bij het oplossen van de crisis in Balkenende III eind vorig jaar de hand is gelicht met de staatsrechtelijke regel dat het kabinet met één mond spreekt.

mailIcon print |