Steeds meer Nederlanders hebben een diploma van hogeschool of universiteit op zak.
De regering wil dat de helft van de werkende Nederlanders zo’n diploma haalt. Maar zover is het nog lang niet. Een kwart van de bevolking heeft onderwijs gevolgd aan universiteit of hogeschool. Tien jaar geleden was dat nog20 procent. Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek.
Vrouwen hebben nog steeds een opleidingsachterstand. Maar die hebben zij de afgelopen tien jaar gehalveerd. Het percentage hoog opgeleide vrouwen groeide van 16 naar 24 procent. Het gemiddeld opleidingsniveau van mannen groeide minder hard; 27 procent van hen is nu hoog opgeleid.
De inhaalslag van allochtonen laat nog even op zich wachten. Maar het aantal allochtone studenten aan hogescholen is in tien jaar verdrievoudigd en aan de universiteiten verdubbeld. Wel hebben zij meer moeite dan autochtone studenten om hun studie af te ronden.
Deze cijfers lijken goed nieuws voor de regering. Binnen Europa zijn doelstellingen afgesproken over het gemiddeld opleidingsniveau. Dat moet omhoog om de concurrentie met landen als de Verenigde Staten, Japan en China aan te kunnen. De Nederlandse regering wil daarom dat in 2020 de helft van alle werkende Nederlanders tussen de 25 en 44 jaar hoog opgeleid is.
Volgens de HBO-raad gaat dat niet lukken. Die doelstelling kan alleen gehaald worden als van de generaties die tussen 1976 en 1995 geboren zijn 250.000 mensen extra een diploma aan hogeschool of universiteit halen. In een recent memo aan het ministerie van onderwijs rekent de HBO-raad voor dat dat niet haalbaar is.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.